Confrontatie Spanje met dictatoriaal verleden

Het stoort ons, zei de Chileense minister Inzulza zondag, 'dat de Spanjaarden ons vertellen hoe wij de zaken moeten aanpakken....

Het zijn slechts een paar zinnen, maar er gaan een wereld van ongenoegen en een les in moderne geschiedenis achter schuil. De Chileense regering is pissig omdat Madrid niet wil meewerken aan een onderhandse 'oplossing' van het probleem Pinochet en uit dat in diplomatieke plaagstootjes en het aloude argument van de machtelozen: kijk naar jezelf.

Dictator Pinochet fabriceerde zijn amnestiewet, die hem en alle andere militairen vrijwaarde van verantwoordelijkheid voor misdaden, al in 1978, toen hij pas vijf jaar aan de macht was. En niet in 1989, het jaar waarin hij toestemming gaf voor een geleidelijke terugkeer naar de democratie. Dat is andere koek dan in Spanje, waar generaal Franco tot zijn laatste snik de baas bleef en, toen hij eindelijk goed en wel dood was, alle partijen eendrachtig besloten met de dictator het verleden te begraven.

De Chilenen vrezen dat de door de Spaanse rechter Garzon begonnen vervolging van Pinochet, de democratische transitie in gevaar brengt. Zij verwijzen nadrukkelijk naar het voorbeeld van Spanje: is dat land niet in het gareel teruggebracht juist door nergens meer over te praten, door de schendingen van de mensenrechten tijdens de dictatuur niet te vervolgen, door de burgeroorlog tot een bijna onbespreekbaar taboe te maken?

In het Spanje dat Franco naliet, was de consensus groot. Zand over het verleden en de blik op de toekomst gericht, alleen op die manier konden de demonen die een paar generaties hadden verslonden, onder de duim worden gehouden. Het uitblijven van wraakacties en pogingen de begane misdaden alsnog te bestraffen zou de enige garantie zijn dat het leger zich gedeisd zou houden.

Maar dat het verleden ook is verwerkt, is een andere zaak. Bijna 25 jaar na het herstel van de democratie in Spanje, kan een eenvoudige, strikt symbolische motie in het parlement menigeen het schuim weer op de bek brengen. De twee kampen die in de burgeroorlog en tijdens de dictatuur tegenover elkaar stonden, blijken springlevend en nog even onverzoenbaar als weleer.

Naar aanleiding van het einde van de burgeroorlog, zestig jaar geleden, vroeg de door de socialisten ingediende motie de afgevaardigden een veroordeling van de 'fascistische militaire staatsgreep tegen de wettige republiek'. De socialisten hadden zich lang aan de oude afspraak gehouden en het parlement zelfs niet om een dergelijke uitspraak gevraagd toen zij nog over een absolute meerderheid beschikten. Maar nu, zoveel later, moest het mogelijk zijn een gebaar te maken naar de slachtoffers van de oorlog en de dictatuur.

Mis, de regerende Partido Popular weigert de schuld eenzijdig bij Franco te leggen, want dat is 'een simplificatie en een historische vertekening'. Tijdens de veertig jaren dictatuur zijn generaties Spanjaarden opgevoed met de propaganda dat de burgeroorlog een heilige Kruistocht was tegen de communisten die het vaderland naar de verdommenis hielpen. En niet iedereen is inmiddels tot andere gedachten gekomen.

'De enige die het met de PP eens is, is de bond van oud-strijders', merkte de historicus Javier Tusell op. Een gechargeerd standpunt, want de PP vertegenwoordigt zo'n veertig procent van de Spaanse kiezers. De regering-Aznar gaat er prat op dat extreem-rechts in Spanje niet bestaat . Flauwekul, zegt de oppositie, extreem-rechts heeft geen eigen partij, omdat het zich thuis voelt in de PP.

De Partido Popular, dat zijn 'de aangenomen kinderen, de kinderen en de kleinkinderen van de overwinnaars in de burgeroorlog', aldus de schrijver Vazquez Montalban. De vader van menig PP-kopstuk bekleedde hoge functies tijdens de dictatuur. Premier Aznar schreef in zijn jonge jaren artikelen waarin hij het bewind prees. De oprichter van de partij, Franco's ex-minister van censuur Fraga, oefent nog altijd grote invloed op Aznar uit.

De Chileense minister Inzulza heeft een punt als hij naar het verleden van Spanje verwijst. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat het correct is Spanje te vragen het op een akkoordje te gooien. En het blijft ironisch dat de socialist Inzulza, zelf een slachtoffer, voor Pinochet opkomt, terwijl de erfgenaam van een andere dictator de onafhankelijkheid van de rechter verdedigt.

Meer over