Conferenties in maart

IN MAART vindt elk jaar de grootste kermis van de natuurkunde plaats. Ik heb het over de March Meeting van de American Physical Society....

Ad Lagendijk

Het aantal voordrachten dat tegelijkertijd in verschillende zaaltjes wordt gegeven, ligt boven de dertig. Voor ieder praatje is tien minuten ingeruimd plus twee minuten voor het beantwoorden van vragen. De voorzitters zijn onverbiddelijk en het lukt niemand om over zijn tijd te gaan. Gelukkig is er, op uitnodiging, ook nog een aantal voordrachten van een half uur.

Een belangrijk aspect van zo'n bijeenkomst is het feit dat werkelijk iedereen er is. Naast wetenschappers, bijvoorbeeld ook journalisten, beleidsmakers en uitgevers. Ik hou niet zo van dit soort mega-evenementen, maar dit jaar ben ik uitgenodigd, zodat ik er volgende week weer eens aan zal moeten geloven. En daarom heb ik wat rondgeneusd in het programma.

Zo'n jaar of vijfentwintig geleden was de March Meeting vooral bedoeld voor natuurkundigen die kristallen onderzochten. Dat is nu totaal veranderd. Op het programma staat veel scheikunde, polymeren, biologisch-geïnspireerd onderzoek en veel koolstofbuisjes (nanotubes). Met, zoals we van Amerikanen gewend zijn, veel nadruk op praktische toepassingen.

En niet te vergeten de uitreikingen van zo'n twintig prijzen. Zo krijgt Fay Ajzenberg-Selove, de Nicholson Medal omdat zij een medelevend docent is en omdat zij een levenslange vriend is voor jonge wetenschappers.

Het enorme succes van de Amerikaanse March Meeting heeft de Europeanen altijd gestoken. Al vanaf de jaren zeventig wilden ze een Europees equivalent. Dat is er ook gekomen. Met wisselend succes. Meestal is deze in grootte tien keer kleiner dan de Amerikaanse tegenhanger.

Die Europese conferenties heb ik niet vaak bezocht, omdat de politiek meestal van het programma afdruipt. Ik ben wel eens lid geweest van de commissie die bepaalde wie er allemaal uitgenodigd spreker zou worden. Zo ongeveer het enige dat telde, was de nationaliteit van de spreker. De Italianen waren het ergst in het voortrekken van hun landgenoten.

Dit jaar was ik ook uitgenodigd bij de Europese versie, die afgelopen week werd gehouden in Montreux. Prachtige locatie aan het meer. Ongeveer hetzelfde uitzicht dat Nabokov elke dag vanuit zijn hotelkamer gehad zal hebben. Die Zwitsers kunnen wel organiseren want het programma was erg goed en op het eerste gezicht met weinig politieke invloed.

Het lijkt mij wel aardig om de programma's van de twee conferenties te vergelijken. Zoiets kan alleen een Europeaan doen, want voor Amerikanen bestaat de Europese versie niet eens.

Veel sterker dan bij de Amerikaanse conferentie is bij de Europese variant de opkomst te zien van de studie van colloïden. Dat zijn heel fijnverdeelde stoffen, zoals mayonaise, yoghurt en kaas. Voor Europeanen heeft onderzoek aan deze zachte materie iets heel natuurlijks. Goed eten en drinken en tegelijkertijd filosoferen en wetenschappelijk discussiëren over de smeerbaarheid van kaas en boter. Dat ligt Fransen en Zwitsers wel.

Voor de Amerikanen is dit toch moeilijker. De studie van de zachte derrie is eigenlijk voor watjes. Amerikanen houden veel meer van harde stoere materialen, zoals kunstmatige diamanten. Natuurlijk zouden ze de boter en smeerkaas hard kunnen maken door ze in hun geliefde koelkast te stoppen. Maar met het hard worden, verliezen deze materialen veel van hun wetenschappelijke belang.

Meer over