Compromis tussen oude en nieuwe SPD was te wankel

Aan 'Oud links' in de SPD is met het vertrek van Oskar Lafontaine een zware slag toegebracht. Al bij de eerste crisis werd de broze burgervrede tussen de minister van Financiën en bondskanselier Schröder opgeblazen....

Aan de ene kant was de verkiezingszege duidelijk te danken aan de vernieuwingsdrift van Schröder. Hij beloofde de kiezers van het 'neue Mitte' een ander soort sociaal-democraat te zijn: minder links en vriendelijker voor het bedrijfsleven.

'Genosse der Bosse' en 'rode Kohl', werd hij spottend genoemd. Hij haalde zijn inspiratie bij de Britse New Labour-leider Tony Blair.

Maar aan de andere kant kwam in het kielzog van Schröder een SPD aan de macht die nog grotendeels in oude lijnen dacht. Anders dan Blair had Schröder zijn partij niet hervormd vóór de machtswisseling.

De belangrijkste en machtigste vertegenwoordiger van de linkse SPD was Oskar Lafontaine, de partijvoorzitter sinds 1995. Bijna was hij zelf 'opnieuw' kanselier-kandidaat geworden, maar Schröder bleek het bij de kiezers beter te doen. Als minister van Financiën trok Lafontaine echter zoveel macht aan zich, dat de pers hem al snel tot 'schaduwkanselier' doopte.

Lafontaine was vastbesloten om zijn omstreden economische ideeen in praktijk te brengen. Volgens hem is de werkloosheid in Duitsland alleen te bestrijden door de koopkracht van de Duitsers te verhogen en zo de vraag naar producten te stimuleren. Zijn belastinghervorming kwam de gezinnen ten goede. Ze gingen ten koste van een reeks belangrijke privileges van de grote bedrijven. Die ontketenden een ongekend harde campagne tegen Lafontaine. Ook in de pers werd de kleine Saarlander afgeschilderd als de grote boeman.

De bedrijfsbazen kwamen de laatste weken regelmatig op bezoek in de bondskanselarij in Bonn om Schröder de les te lezen. Lafontaine was daar nooit bij aanwezig.

Deze week raakte de bondskanselier voor het eerst echt onder de indruk van de lobby. In Bonn demonstreerden 30 duizend energiewerknemers tegen de stopzetting van de kernenergie, terwijl de energiebazen bij Schröder over de belasting klaagden. De opiniepeilingen gaven aan dat de regering in impopulair aan het worden was.

Schröder zag zijn herverkiezing in 2002 in gevaar komen. De voortgaande confrontatie met het bedrijfsleven zou zijn consensusgesprekken met werkgevers en werknemers in gevaar brengen, en daarmee het Schröder-recept voor de bestrijding van de werkloosheid. Bovendien is de kanselier ervan overtuigd dat 'rood-groen voor onderdelen van het beleid geen maatschappelijke meerderheid meer heeft'.

De broze burgervrede tussen Schröder en Lafontaine heeft deze eerste grote crisis niet overleefd. De twee mannen werkten niet van harte, maar noodgedwongen samen: Lafontaine organiseerde de terugkeer naar de macht van de SPD, maar zonder het charisma van Schröder was het niet gelukt.

Ze maakten er in het openbaar het beste van . Maar het was een machtsstrijd: tussen Schröder en Lafontaine, maar ook tussen de richtingen die ze vertegenwoordigden.

De bondskanselier heeft een harde klap te verduren gekregen. Zijn regering heeft al na vier maanden zware averij opgelopen. Maar deze crisis is ook een kans. Schröder kan alsnog de touwtjes in handen nemen en zijn partij dwingen op te schuiven naar rechts. Zo kan hij proberen de gunst terug te winnen van de kiezers uit het 'nieuwe midden', aan wie hij zijn macht te danken heeft.

Meer over