Compromis-Piet komt er vanzelf

Zwarte Piet veranderde in de loop der tijd al vaak: van discrete knecht tot boeman tot krompratende nar. Geruisloos. Tot hij opeens tot kernstuk van een traditie werd gebombardeerd.

De 'nieuwe Zwarte Piet' die dinsdagavond bij Knevel & Van den Brink werd gepresenteerd, heeft - zoals te verwachten is van een compromisfiguur - weinig bijval geoogst. Voor kunstenaar Quinsy Gario, voorganger van het protest tegen Zwarte Piet, lijkt de nieuwe Piet te veel op de oude. 'Ik denk niet dat je kunt polderen over racisme', zegt Gario. Hij ziet de Piet die het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) uit honderden suggesties destilleerde vooral als toonbeeld van lafheid. Voor Jan van Wijk, voorzitter van het Sint Nicolaas Genootschap, lijkt de nieuwe Piet juist te weinig op de oude. Goed: hij mag dan zijn geschminkt in een bruinachtige kleur, maar met zijn dunne lippen, sluike haar en onversierde oren heeft hij toch echt te weinig gemeen met de Piet die sinds een paar jaar de geliefdste Nederlandse traditie heet te belichamen. Voor- en tegenstanders zijn het er dus over eens dat déze Piet geen toekomst heeft.

Dat zou vermoedelijk hebben gegolden voor elk alternatief. Want Zwarte Piet ontwikkelt zichzelf. Hij láát zich niet ontwikkelen. 'Ikzelf zou mijn kaarten zetten op een 'grassroots- en olievlekbenadering', schreef John Helsloot, onderzoeker aan het Meertens Instituut, jaren geleden al. 'Laten enkelingen, die zich eigen hebben gemaakt dat een verandering niet per definitie verlies betekent, in hun eigen directe omgeving een onnadrukkelijk voorbeeld geven en blijmoedig afscheid nemen van Zwarte Piet.'

We hebben tenslotte al veelvuldig afscheid genomen van een Zwarte Piet zoals we die ooit hebben gekend: van de discrete knecht die in de boeken van Jan Schenkman - midden 19de eeuw - blootshoofds en in sober tenue Sint-Nicolaas vergezelde. Van de boeman die werd geacht kinderen angst in te boezemen. En van de krompratende nar die voor de vrolijke noot moest zorgen. Het is allemaal geruisloos gegaan. Totdat Zwarte Piet bleek te detoneren in een samenleving die in korte tijd ingrijpend van kleur en samenstelling was veranderd. Toen werd hij ineens tot kernstuk van een traditie gepromoveerd. En een traditie, daar mag je niet aankomen. Zeker niet in een samenleving die zo onzeker is als de onze. Want een traditie is per definitie het behouden waard.

In een land dat het alleen inzake de Tweede Wereldoorlog over vroeger heeft, ging het opeens over de vraag of Zwarte Piet een creatie was van Jan Schenkman of dat hij wellicht van Italiaanse, Ethiopische, Saraceense of Germaanse afkomst was. Eerder had dat er nooit iets toe gedaan: Zwarte Piet wás er gewoon. Als het resultaat van een ontwikkeling van eeuwen.

Die ontwikkeling gaat nu gewoon door. Met of zonder compromis-Pieten. We leven tenslotte in een post-traditionele samenleving waarin oude vormen en gebruiken voortdurend worden herijkt. Of, om het in de woorden van beeldhouwer-dichter Ian Hamilton Finlay te zeggen: The present order is the disorder of the future. 'Tradities' die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan - zoals katknuppelen en palingtrekken - verdwijnen.

Voor Zwarte Piet, die trouwens ooit Assiepan of Trappadoeli zou hebben geheten, ziet het er pas somber uit als hij wordt beroofd van zijn gebleken vermogen zich aan wisselende omstandigheden aan te passen.

undefined

Meer over