Complete verwarring

D proloog De leverancier, het kloeke debuut van het duo Agur Sevink en Hans van de Wetering, bestaat niet uit één verhaal, zelfs niet uit één boek....

Judith Janssen

Volgt u het nog?

Zo verwarrend als de structuur is, zo is ook de inhoud van het boek. Het begint erg duister. De gegoede landheer Testa, de 'god-verteller-god'Swaartemaker en de warrige Kolman lijken allereerst volstrekt niets met elkaar te maken te hebben. Maar na verloop van tijd - vooral door de steeds frequenter opduikende redactionele commentaren van beide schrijvers - ontstaat er een rode draad, een leidmotief dat het boek niet minder meerduidig maakt, maar het wel een thema geeft. Iedereen in De leverancier, de auteurs van het boek incluis, worstelt met de definities van identiteit en werkelijkheid, het verschil tussen dromen en waken. Wie is wie en wat is waar en hoe verschilt de een van de ander?

De personages lijken allen verbonden door deze preoccupatie met hun eigen ik en versterken die ook. Dat begint al in het voorwoord, waarin twee jonge onderzoekers de Terra Terrastam bestuderen. Deze stam brengt 'geen principieel onderscheid aan tussen droomtoestand en waaktoestand', hij ziet beide als een 'fluïdum'zonder een duidelijke hiërarchie. Zo verliest ook Testa in 'Rand(x)'zijn wakende identiteit tegenover zijn slapende ik. Eveneens zonder contouren is Sikorsky, een zwerver zonder geheugen. En dan is er Kolman/Bijzet, die juist weer te veel identiteit heeft en niet kan kiezen tussen de twee verschillende personen die hij meent te zijn.

Al deze mensen banjeren verward en ongestructureerd rond in dit vreemdsoortige boek. Vaak zonder het zelf te weten zijn ze ontheemd en vanaf hun intrede in het verhaal alleen nog aanwezig als werktuig voor de slechts af en toe barmhartige - 'ach arme, eenzame'- vertellers. Sevink en Van Wetering willen 'roeren in de werkelijkheid en daarmee de strijd aangaan'en stapelen daartoe verhaal op verhaal en betekenis op betekenis. Niets is meer zeker. De mens, en dus ook de tragiek van zijn ondefinieerbare identiteit, is alleen begrijpelijk vanuit 'de leer van de onwaarschijnlijkheid'. Toeval is zijn bouwsteen, en niet de wil van een of andere schepper.

De leverancier - een verbeelding van deze chaos - is dan ook 'geen rebus, met oplossing aan de achterkant'. Een conclusie, een duiding bij al die verhalen, blijft uit. Wat de lezer dan nog rest is een naar alle kanten meanderend boek, een stortplaats voor gedachten, ideeën en filosofietjes. Met oeverloze nonsens en teksten die zich 'vertakken als een sterrenregen'. Een hybride collage is het, een roman 'als een Moebius-ring', en bovenal is het veel, veel, veel. Een wonderlijk, fascinerend en gewaagd debuut, maar af en toe wel érg vermoeiend.

Meer over