Compassie met het gewone leven tussen de puinhopen

Tussen de enige twee pilaren die nog overeind staan, heeft de handelaar een houten afdakje en een toonbank getimmerd. De huizen achter hem liggen in puin, de steenmassa dreigt elk moment naar beneden te komen, maar in zijn winkel liggen de borstels in keurige rijtjes op een kleedje....

JUDITH KOELEMEIJER

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

BONN

De Amerikaanse soldaat en fotograaf Tony Vaccaro (1922) moet een grote compassie hebben gevoeld voor de Duitse burgers in de verwoeste steden waar hij met zijn legereenheid bivakkeerde. In de jaren 1944-1948 maakte hij duizenden foto's van het dagelijks leven tussen de puinhopen; en steeds weer spreekt er dat medegevoel uit, dat oog voor het kleinmenselijke, universele leed.

Hij toont de chaos niet door de uitwassen te laten zien, de verschrikkingen. Op de expositie By the way - Fotografien amerikanischer Soldaten in Deutschland in het Haus der Geschichte in Bonn, die gedeeltelijk aan Vaccaro is gewijd, zul je geen concentratiekampslachtoffers aantreffen, lijken, verminkten of hongerige blikken. Vaccaro fotografeert het gewone leven in de gekte: een kind dat over de spoorbielzen huppelt in een verwoeste stad; een verliefde GI gearmd met zijn Duitse meisje tussen de puinhopen; circusartiesten die hoog boven de ruïnes op een koord dansen; twee meisjes voor een immens billboard dat de militairen waarschuwt tegen geslachtsziekten: 'In town tonight: VD.'

De oorlog is bij hem achtergrond geworden. Paradoxaal genoeg is zij daardoor juist sterk aanwezig. Schrijnender dan de wanhoop blijkt de hoop: die ogenschijnlijk klunzige pogingen - als van de handelaar in borstels - om de waardigheid te behouden temidden van de chaos.

Niet dat Tony Vaccaro er in die tijd zoiets als een bewuste esthetiek op nahield. Als jonge dienstplichtige van Italiaanse komaf had hij zich voorgenomen 'bewijzen tegen de zinloosheid van de oorlog te verzamelen', vertelde hij. Hij wilde graag fotograaf worden, maar had nog niets gepubliceerd. Het zou nog jaren duren voor het zover was.

Hij stuurde zijn ontwikkelde films aanvankelijk naar zijn zuster in de Verenigde Staten, zodat zij ze voor hem kon bewaren. Tot hij ontdekte dat ze niet door de censuur kwamen en werden achtergehouden. Vanaf die tijd sleepte hij alle films in zijn rugzak met zich mee. Het was zijn persoonlijke document. 'Ik zei tegen mezelf: Tony, let er niet op hoe goed het beeld wordt. Maak het, het doet er niet toe hoe. Maak het zo gauw je iets ziet.'

Hij landde in juni 1944 op de kust van Normandië, nam deel aan zware gevechten in onder meer het Hürtgenwald en de Ardennen, en zou na eindeloze omzwervingen in april 1945 de Russische troepen ontmoeten in Berlijn. Altijd had hij zijn camera om zijn nek hangen, vertelde Vaccaro, een niet-professionele maar wel onverwoestbare van het type Argus C-3. 's Nachts ontwikkelde hij zijn films in een geleende helm. Zijn eigen helm gebruikte hij om te fixeren. Hij stonk vreselijk naar donkere kamer.

Na de capitulatie werd Vaccaro gestationeerd in de Amerikaanse bezettingszone, in het zuiden van Duitsland. De foto's op de expositie in Bonn komen vooral uit deze tijd, de Stunde Null. Duitsland lag in puin en was moreel failliet. De waarheid over de massavernietiging in de concentratiekampen kwam in volle omgang naar buiten, het land was stuurloos, en de bevolking totaal ontredderd.

Vier en een half miljoen Duitse soldaten waren omgekomen, nog elf miljoen zaten in krijgsgevangenschap. Negen miljoen ontheemden zochten in de puinhopen een nieuw onderkomen. Families waren uit elkaar gevallen, velen waren iemand kwijt. De steden leken bevolkt door kinderen, vrouwen, ouderen en vluchtelingen. Er was gebrek aan alles, maar vooral aan voedsel.

Vaccaro registreert de nieuwe tekenen van leven in die steden, met name in Frankfurt am Main. Een pontificaal reclamebord, geplant op het puin: 'Coca Cola Delivery Entrance', rechtsaf. Circusartiesten die de stad binnentrekken, met paardjes en een olifant. De verwoeste gevel van een bioscoop waar weer een film draait: Die beste Jahre unseres Leben. Kinderen die een 'nieuwe opvoeding' krijgen, zoals Vaccaro zelf bij de foto van een schooklas meldt - 'What is GI', staat er op het bord. Een bloemenstal temidden van de ruïnes, een soldaat die terugkeert uit krijgsgevangenschap en treurt bij wat misschien ooit zijn huis was, een dronkenlap die door een zwarte militair en een man met een Duits hoedje overeind geholpen wordt.

En de liefde, natuurlijk de liefde. De 'Froileins', zoals de Amerikanen zeiden, deden veel, zo niet alles voor wat aandacht en brood; in de drie westelijke bezettingszones alleen al werden zo'n 94 duizend onwettige kinderen geboren. Vaccaro legde die opbloeiende, al dan niet betaalde liefdes herhaaldelijk vast. 'Liebe in Deutschland', noemt hij het stelletje dat hij in het voorjaar van 1946 op de rug fotografeerde. De GI heeft zijn liefje een arm gegeven, de andere hand heeft hij stoer in zijn zak gestoken. Ze lopen samen de verwoeste stad tegemoet.

Minder idyllisch is de foto van de 'Party in the Officers Club' in Darmstadt, 1948. Een vrouw trekt haar roesjesjurk aan of uit, dat valt niet op te maken. Haar hoofd is in de jurk verdwenen, je ziet alleen haar naakte onderlijf, de voeten gestoken in schoenen met veren. Op de achtergrond is een man in pak, met feeststropdas, in slaap gevallen. Hij hangt scheef op zijn stoel, zijn mond valt nog net niet open.

Tony Vaccaro, nu 74 jaar oud, maakte na 1948 in de Verenigde Staten carrière bij bladen als Look en Life. Hij deed reisreportages, modefotografie, maakte portretten van beroemdheden als Picasso en Frank Lloyd Wright, won belangrijke prijzen, en zag zijn werk opgenomen worden in de collecties van onder meer het Metropolitan Museum of Art in New York en het Centre Georges Pompidou in Parijs.

Gek genoeg bestond er voor zijn oorlogsfoto's tot voor kort weinig belangstelling. New Yorkse galeries zijn niet geïnteresseerd in historische fotografie, gaf Vaccaro zelf als reden. Pas midden jaren negentig, bij de grootscheepse herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog, werd hij 'ontdekt' in Europa. Zijn werk werd geëxposeerd in Frankrijk, Duitsland en België, Vaccaro moest zijn foto's keer op keer opnieuw afdrukken. 'Ik heb er vijftig jaar niet over gesproken', zei hij in 1994. 'Ik leef nog en kan nu vertellen wat er gebeurd is.'

Zo'n zevenduizend negatieven moet hij hebben uit deze periode. Er valt nog een schat te ontdekken. Het is daarom doodzonde dat in het Haus der Geschichte de helft van de expositieruimte is ingeruimd voor foto's van Amerikaanse militairen in Duitsland uit de jaren negentig. De link ligt voor de hand - in een historisch museum - maar voegt in dit geval weinig toe. Liever had je nog veel méér van Vaccaro gezien.

By the Way. Fotografien amerikanischer Soldaten in Deutschland. Haus der Geschichte Bonn, tot en met 31 augustus. Brochure 10 DM.

Meer over