Commissie wil zelfstandiger universiteiten

Universiteiten moeten losser komen te staan van de overheid en zelf uitmaken hoe ze zichzelf besturen. In een contract wordt voor een periode van vier à vijf jaar geregeld wat de universiteit in ruil voor overheidssubsidie moet presteren....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Dit adviseert een commissie onder voorzitterschap van prof. P. Akkermans, rector-magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam, in een nog vertrouwelijk rapport aan de Vereniging voor Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). De vereniging van universiteiten heeft het rapport in beraad.

In het eerder genoemde contract, dat met iedere universiteit afzonderlijk wordt afgesloten, moet worden gewaarborgd dat de universiteit voor een ieder toegankelijk is. Verder wordt de wijze van financiering voor een jaar of vijf vastgelegd. 'De wetgever kan volstaan met het formuleren van een beperkt aantal voorwaarden voor bekostiging', stelt de commissie. Zij geeft verder aan dat het belangrijkste verschil met de huidige situatie is dat de verhouding tussen prijs en prestatie niet langer eenzijdig door de overheid, maar in onderhandelingen wordt vastgesteld.

In een toelichting zegt staatsrechtjurist prof. C. Kortmann, lid van de commissie: 'Nu stelt de overheid steeds meer eisen aan de organisatie van onderzoek, onderwijs en studentenbegeleiding, terwijl ze wel minder geld geeft.'

In het contract zou de grote zelfstandigheid van de universiteit tot uitdrukking moeten komen. Zo zou ze binnen bepaalde marges zelf de hoogte van het collegegeld mogen vaststellen. Die is nu die voor iedere student gelijk.

In de overgangsperiode van een zogeheten publieksrechtelijk naar een privaatrechtelijk systeem, dat de commissie feitelijk voorstelt, is het volgens de commissie raadzaam op iedere universiteit tijdelijk een raad van toezicht in te stellen. Die krijgt de opdracht het college van bestuur te adviseren over de meest wenselijke bestuursvorm voor de universiteit. Minister Ritzen van Onderwijs studeert eveneens op plannen om een raad van toezicht in te stellen, maar dan permanent en voor iedere rijksuniversiteit op dezelfde manier.

De overgang naar een privaatrechtelijk systeem zou grote gevolgen hebben. Nu benoemt de overheid de leden van het college van bestuur en bepaalt ze tot in detail hoe de universiteit wordt bestuurd. Bij de universiteit als private instelling is dat niet langer het geval.

Daarmee samenhangende problemen kunnen volgens de commissie gemakkelijk worden ondervangen met bestaande wetgeving op het gebied van besturing, financieel beheer, rechtsbescherming, arbeidsverhoudingen, arbeidsomstandigheden en medezeggenschap.

De commissie verwijst in haar voorstel naar de 'diffuse' praktijk. 'De bestaande publieksrechtelijke status van de openbare universiteiten vloeit voort uit het beeld dat zij onderdeel uitmaken van de openbare dienst. In de relatie tot de burger treden de universiteiten echter niet op als verlengstuk van de overheid. Althans, dat doen zij niet bij het geven van onderwijs en het doen van onderzoek. Zo staan studenten en docenten niet ten opzichte van elkaar als burger en overheid', stelt de commissie.

Bijzondere universiteiten hebben al een privaatrechtelijke status. In Nederland zijn er drie van zulke universiteiten: de Vrije Universiteit Amsterdam, de Katholieke Universiteit Brabant en de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Meer over