nieuws

Commissie verwerpt oordeel Hoge Raad in Arnhemse Villamoord, spreekt van ‘juridische fijnslijperij’

In ongekend harde bewoordingen heeft de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken (Acas) de beslissing van de Hoge Raad veroordeeld om de Arnhemse Villamoord-zaak niet te heropenen. De Hoge Raad heeft een herzieningsverzoek te gemakkelijk afgewezen.

Leden van het OM, advocaten en verdachten van de Villamoord bezoeken in 1999 de plaats van het misdrijf. Beeld Marc Pluim
Leden van het OM, advocaten en verdachten van de Villamoord bezoeken in 1999 de plaats van het misdrijf.Beeld Marc Pluim

Dit komt het vertrouwen van de burger in de rechtspraak niet ten goede, aldus de adviescommissie, die spreekt van ‘juridische fijnslijperij’.

In de commissie zitten juristen en wetenschappers die advies uitbrengen over herzieningsverzoeken van uitgeprocedeerde veroordeelden. Ze schrijven in het Nederlands Juristen Blad dat het recht van de burger op een herbeoordeling van zijn zaak bij dit oordeel ‘goeddeels uit het zicht lijkt te zijn verdwenen’. Want: ‘De pijnpunten van deze zaak zijn niet ten gronde onderzocht en beoordeeld, terwijl dat wel had gekund.’ De commissie vergelijkt de uitspraak van de Hoge Raad impliciet met het overheidsfalen in de Toeslagenaffaire.

De Arnhemse Villamoord, een roofmoord uit 1998, is mogelijk de grootste gerechtelijke dwaling uit de Nederlandse rechtsgeschiedenis. Bij die overval werd een vrouw doodgeschoten en een tweede gewond. Er is geen technisch of forensisch bewijs.

Het overlevende slachtoffer zegt één dader te hebben gezien en gehoord. Toch zijn voor deze zaak in 2000 acht mannen veroordeeld. Een negende pleegde zelfmoord in zijn cel – in een afscheidsbriefje ontkende hij elke betrokkenheid – en een tiende werd door Duitsland niet aan Nederland uitgeleverd wegens gebrek aan bewijs.

Onbehoorlijk

De verdachten werden veroordeeld op grond van bekentenissen van twee van hen. Video-opnamen van die verhoren zijn bewaard gebleven. Daarop is te zien en te horen hoe de rechercheurs de verdachten bedreigen. In 2018 concludeerde de Acas dat de bekentenissen door de politie op ‘onbehoorlijke’ wijze waren verkregen en dus vals kunnen zijn. Zo dreigde de politie de bekennende verdachten onder meer met het afhakken van vingers, en met het ‘inpassen’ van het gezicht van een verdachte in een compositietekening. Ook weken processen-verbaal af van wat de verdachten hadden gezegd en beweerden de rechercheurs tijdens het verhoor dat de politie kan regelen dat een straf van twintig jaar wordt opgelegd. Bovendien, zo concludeerde de Acas na drie jaar onderzoek, hebben de rechercheurs de verdachten ‘gevoed’ met daderwetenschap.

De veroordeelden hebben hun straffen, die varieerden van vijf tot twaalf jaar, inmiddels uitgezeten. Enkelen van hen hadden een herzieningsverzoek ingediend. Vorige maand wees de Hoge Raad dat af. In een schriftelijke reactie verwijst de Hoge Raad per mail naar de inhoud van zijn uitspraak. Daarin staat onder meer dat in deze zaak geen sprake is van een ‘novum’ (een nieuw feit), en dat het herzieningsonderzoek om die reden ongegrond is verklaard. De Acas schrijft echter in haar kritische artikel dat het ‘novumbegrip’ in 2012 juist is verruimd, mede in het kader van valse bekentenissen, en dat de Hoge Raad hieraan voorbijgaat: ‘In een rechtsstaat moet plaats zijn om te klagen over fouten in het systeem, missers en onbegrijpelijke beslissingen. Een burger die aan de bel trekt, mag niet verdwaald raken in formalisme, procedurele voorwaarden en juridische fijnslijperij.’

De Hoge Raad wil hierop niet reageren.