Nieuws

Commissie: AOW-gat Surinaamse Nederlanders moet gerepareerd

Ruim 30 duizend Nederlanders van Surinaamse herkomst die van 1957 tot 1975 nog in Suriname woonden, hebben recht op een volledige ouderdomsuitkering AOW. Het kabinet dient hun AOW-gat te repareren. De mensen die al pensioengerechtigd zijn en tot nu toe dus te weinig ontvingen, zouden daarvoor met een eenmalig gebaar moeten worden gecompenseerd.

Joyce Sylvester.  Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant
Joyce Sylvester.Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Dat adviseert een commissie onder voorzitterschap van Joyce Sylvester, substituut ombudsman bij de Nationale ombudsman en voormalig Eerste Kamerlid voor de PvdA. Zij werd door het kabinet gevraagd om advies over de netelige AOW-kwestie, die tienduizenden mensen raakt die na 1975 naar Nederland kwamen toen Suriname onafhankelijk werd.

Aangezien de AOW wettelijk alleen is bedoeld voor ‘ingezetenen van Nederland’ hebben zij nu een onvolledige AOW-uitkering: de jaren voor 1975 tellen niet mee in de opbouw.

Het gevolg is dat de AOW-uitkeringen van deze groep momenteel gemiddeld tussen de 16 procent en 18 procent worden gekort. De komende vijf jaren bereiken nog eens circa 9.500 leden van deze groep de AOW-gerechtigde leeftijd. Doordat zij jonger zijn, hebben zij minder lang in Suriname gewoond voordat ze (voor 1975) naar Nederland zijn gekomen; in hun geval bedraagt de korting op de uitkering gemiddeld 4 procent.

Groot onrecht

Dit wordt door de gedupeerden ervaren als groot onrecht, stelt de commissie vast. ‘Zij stellen dat zij rijksgenoten waren en dat zij ten onrechte gelijk worden gesteld met andere migranten, die niet uit het Koninkrijk der Nederlanden afkomstig zijn. Zij vinden dat zij als “tweederangsburgers” worden behandeld en dat zij worden gediscrimineerd (...) Bovendien zijn zij bij hun aankomst in Nederland, noch daarna, gericht over deze consequenties geïnformeerd.’

In het advies aan minister Koolmees van Sociale Zaken stelt de commissie vast dat er voor de overheid geen plicht is om de uitkeringen te compenseren – de wet schrijft het immers niet voor – maar wel een morele verplichting.

De commissie wijst erop dat de meeste gedupeerden vlak voor de Surinaamse onafhankelijkheid juist in allerijl naar Nederland vertrokken omdat zij Nederlander wilden blijven, met alle rechten en plichten die daarbij horen. ‘Dat zij zich daarnaast ook Nederlander voelen is verklaarbaar. Iedereen die wel eens in Suriname is geweest weet het, ziet het en voelt het. Het land ademt, zelfs tot op de dag vandaag, Nederland. De Nederlandse taal wordt er gesproken, vele plaatsnamen zijn hetzelfde of afgeleid van de Nederlandse, er zijn familiebanden en intensieve contacten tussen Nederland en Suriname.’

Tegemoetkoming

Het advies aan Koolmees is daarom om de gedupeerden een ‘onverplichte tegemoetkoming’ aan te bieden. Die komt erop neer dat de jaren die zij in Suriname doorbrachten moeten worden meegerekend voor hun AOW-opbouw. Voor de mensen die al jaren te weinig ontvangen zou een ‘eenmalig financieel belastingvrij gebaar’ gepast zijn.

De belangrijkste reden waarom de Nederlandse overheid tot nu toe aarzelde met zo'n gebaar is de precedentwerking – de vrees dat ook andere groepen Nederlanders met terugwerkende kracht aanspraak gaan maken op meer AOW. Die vrees is ongegrond, aldus Sylvester. ‘Volgens de commissie is dat risico zeer beperkt, juist omdat er sprake is van een unieke combinatie van omstandigheden.’

Het kabinet reageert binnenkort op het rapport. Syvester vraagt Koolmees om haast te maken. ‘Deze problematiek speelt al tientallen jaren en de leeftijd van de betrokkenen is hoog, waardoor de tijd dringt.’

Meer over