Column kunst volgens van zeil

Stelling

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Hein Janssen, Rutger Pontzen of Wieteke van Zeil stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst

Kunst verdient context. Vooral van andere kunst.

De sterkste kant van de tentoonstelling van Kazimir Malevitsj, in het Stedelijk Museum, ligt niet eens aan de kunstwerken zelf. Ook niet aan de kunstenaar. De credits zijn voor de curator. Malevitsj is niet de makkelijkste kunstenaar - om een zwart vierkant op waarde te schatten, is context nodig. Van kunst, geschiedenis en de cultuur waarin het werd gemaakt. Kunst is niet gebaat bij eenzaamheid. Dat laat het Stedelijk zien. In 1915 vond bij het Dobychina Art Bureau in Sint-Petersburg de Laatste Futuristische Tentoonstelling plaats, genaamd 0.10. In Amsterdam hangt er een foto van: een hoek van de ruimte, twee grote witte muren met 35 werken van Malevitsj aan de muur: objectloze kunstwerken. 'Ik vernietigde de grens van de horizon en stapte uit de wereld der dingen. En de dingen verdwenen als mist.' In de hoek, bovenin, het eerste zwarte vierkant dat hij maakte. Het volmaakte objectloze kunstwerk. Op de plek waar in de Russisch Orthodoxe traditie in huis het religieuze icoon hing. De heilige plek, de zon, het oog dat ziet of het goed is.

In Amsterdam hebben ze het nagemaakt: 36 kunstwerken die elkaar versterken, de hele ruimte in bezit nemen en ons van twee zijden omhullen. Ze hangen er niet alle 36, dus er is meer wit, maar het zijn er voldoende en ze zijn voldoende verspreid gehangen aan de muur om dat overweldigende effect van de breuk met de herkenbare wereld over te brengen. Het vierkant boven ons: een peilloos diepe spiegel.

En ineens valt het op. Kunst neemt te veel ruimte. Wíj nemen te veel ruimte.

Goed tien jaar geleden kreeg ik als net afgestudeerde kunsthistoricus een half uit liefdadigheid gedreven opdracht van een bevriende expat in Amsterdam, eigenaar van een reclamebureau. Of ik zijn huis kon onderzoeken. Een boek over de geschiedenis van zijn monumentale Jordanese pand was het gevolg. Wat vooral opviel: hij bewoonde, alleen, een huis waarin 300 jaar geleden twaalf mensen woonden. En in de crisisjaren van begin 20ste eeuw meer dan dertig.

We hebben de context weggeduwd, zodat we alleen overbleven. Het kunstwerk net zo: op sommige museummuren hangen ze zo hiëratisch dat ik, als ik ze benader, moet denken aan de doodsgang van Johnny Depp als de reïncarnatie van William Blake in de film Dead Man. De langzame tocht naar iets waarvoor alleen maar te buigen valt. Als een altaar in een verder lege kathedraal. Het maakt de kunst belangrijk, maar we verliezen er ook wat mee.

Afgelopen maand hield Alejandro Vergara, conservator in het Prado in Madrid, een lezing op een symposium van de conservatorenvereniging Codart in het Rijksmuseum. Hij toonde foto's van het Prado aan het begin van de 19de eeuw, maakte een grapje, omdat de schilderijen toen drie, vier, vijf rijen hoog aan de statige muren hingen. Toen zei hij: nu hangt hiervan nog geen 20 procent aan de muren. Waar denkt u dat de rest is?

Juist, in depot. Het experiment in het Stedelijk om meer werken op een muur te hangen, dat ook in andere musea al soms opduikt, is de moeite waard om vaker afgetast te worden in musea, ook in de vaste opstelling. Kunst verdient context: heus, kunstwerken kunnen elkaar verdragen. En versterken. Het is wat drukker voor het oog, misschien, maar drukte verslaat toch het alternatief: onzichtbaarheid.

undefined

Meer over