Column Arjan Peters

ARJAN PETERS

Er bestaan liederen zonder woorden, denk aan Mendelssohn, maar ook gedichten zonder woorden. Twee 'poèmes' van Skrjabin zijn terechtgekomen op de net verschenen cd 2012 van pianiste Marietta Petkova. Daarnaast ook de twintig korte composities die Prokofiev 'Visions fugitives' noemde, en die hij zelf voor het eerst uitvoerde in 1918.

Helemaal zonder tekst hoeven die droomachtige stukjes het niet te stellen, want Petkova drukte in het tekstboekje het gedicht af dat voor Prokofiev de inspiratiebron is geweest.

Ik begrijp niets van wijsheid heet het, van Konstantin Balmont.

'Ik smeed slechts vluchtige visioenen in verzen om (...)/ Wijzen, vervloek mij niet. Waarom zouden jullie je druk maken?/ Ik ben maar een wolkje vol vuur./ Ik ben maar een wolkje... Kijk mij zweven./ Ik zoek dromers... Jullie zoek ik niet.'

De laatste twintig jaar van zijn leven bracht hij in armoede door in een voorstad van Parijs, leert mij een vlugge blik op de biografie van Balmont. Bij mijn weten is er nooit iets van hem in het Nederlands vertaald. Hij stierf in 1942. Zeventig jaar later dwarrelen zijn vluchtige visioenen, met de daarop gebaseerde muziek van Prokofiev, ons land binnen.

De pianiste Marietta Petkova (1968) is geboren in Roese en woont al jaren in Nederland. Per e-mail dankte ik haar voor de cd. 'Bij mijn concerten lees ik vaak het gedicht in een vrije vertaling voor', schreef ze terug. 'Het publiek vindt het boeiend. De muziek is een droomreis, wat een spaarzaamheid in de middelen, een ware poëet, geen grootse gebaren en dik aangezette emoties, maar innerlijke landschappen.'

Dat moet Petkova veel zeggen. Zij bracht haar jeugd door in Roese, de Bulgaarse stad aan de benedenloop van de Donau. Ik kan mij nostalgie naar die plaats voorstellen dankzij De behouden tong , het eerste deel van de prachtige autobiografie van Elias Canetti. Die bracht de eerste jaren van zijn leven ook door in Roese, dat toen nog Roestsjoek heette. 'Alles wat ik later heb beleefd, was in Roestsjoek al eens gebeurd.'

Lang geleden gelezen, nu teruggezocht, de passage waarin Canetti beschrijft dat zijn vader elke ochtend de krant las. Gevonden! Het ging om de Neue Freie Presse. Vouwde vader die krant langzaam open, dan had hij geen oog meer voor zijn zoontje. 'Ik probeerde er achter te komen wat hem aan de krant zo boeide, in het begin dacht ik dat het de geur was, en wanneer ik alleen was en niemand mij zag, klom ik op de stoel en rook begerig aan de krant.'

Daarna ontdekt hij dat vader telkens zijn hoofd langs de krant beweegt. Hij doet die beweging na, en vader ziet dat. Dan legt hij Elias uit 'dat het op de letters aankwam, vele kleine lettertjes, waar hij met zijn vinger op klopte. Weldra zou ik ze zelf leren, zei hij, en wekte in mij een onstilbaar verlangen naar letters.'

Net als toen ik dertig jaar geleden De behouden tong ontdekte, trof mij opnieuw hoe scherp het geheugen van Elias Canetti was - al 72 toen hij deze memoires schreef. Dat je dan nog met zo'n precisie het verlangen naar letters kunt terugroepen.

Misschien heeft het te maken met die vader. Die zou een paar jaar later plotseling aan een hartverlamming bezwijken, op zijn 30ste. Canetti was toen 7. Hij kon inmiddels lezen. Maar hij wist nog niet dat hij ooit zijn vader in woorden zou gaan vereeuwigen, net als zichzelf in de gedaante van het jochie in Roese dat vergeefs aan het wonder rook voordat hij het ontcijferen kon.

undefined

Meer over