Colombiaanse cocaïnebazen veroveren Spaans Galicië

Als er vroeger al werd gesmokkeld aan de kust van Galicie, noordwest-Spanje, dan ging het om tabak. Nu is deze kust 'marktleider' in een nieuwe sector: cocaïne....

HONDERDEN vrouwen staan voorover gebukt in het water van de Ría de Pontevedra. In hoog tempo glijden hun vingers over de bodem en laten de buit vallen in de emmers die zij aan hun arm hebben hangen: almejas en berberechos, de kleine schelpdieren die de keuken van Galicië tot de aantrekkelijkste van Spanje maken.

De schelpen zijn de natuurlijke rijkdom van dit gebied en een symbool van Galicië. Maar de vrouwen die het zware werk van het opdiepen van de beestjes doen, worden er niet rijk van. Zij moeten stevig aanpoten, want de oogsttijd is kort en het karwei moet geklaard voor het hoog tij de ría onbegaanbaar maakt.

Toch zijn er mensen die in deze zelfde omgeving een fortuin maken, en die daar nauwelijks de handen voor uit de mouwen hoeven te steken. De kust van Galicië is niet langer het exclusieve domein van de schelpenvissers. De rías of fjorden, de inhammen waarmee de oceaan zich diep het land heeft ingevreten, zijn het werkterrein van de drugssmokkelaars. Die zijn zo actief dat zij de provincie een nieuwe reputatie hebben bezorgd: Galicië, dat is drugsland.

'Er wordt druk gepatrouilleerd hier, maar zodra de Guardia Civil zich omdraait, worden er weer een paar kisten aan land gebracht. Je kunt er bijna op wachten.' Vanaf het strand slaat de man in blauwe overall de vrouwen in het water gade. 'Noem mij maar Xosé, zo heten ze bijna allemaal hier.' Hij heeft lang gewerkt in Duitsland en daar genoeg geld verdiend om een paar vakantiewoningen aan te schaffen. De meeste tijd brengt hij door op het strand, waar een hoop te zien valt.

'Vroeger smokkelden ze alleen tabak. Daar had niemand problemen mee, we rookten toch allemaal, niet? De politie kneep zelfs een oogje dicht. Smokkelaar was een min of meer eerzaam beroep. Maar met de komst van de drugs is de hele sfeer veranderd. Het wemelt nu van de criminelen, die patserig rondrijden in hun Mercedessen en iedereen intimideren. Vooral in plaatsen als Villagarcía en Cambados, daar maken een paar clans de dienst uit.'

Spanje is een voorname toegangspoort van Europa voor drugs geworden, en Galicië is 'marktleider'. In 1995 legde de Spaanse politie beslag op zeven ton cocaïne. Vorig jaar was de vangst bijna verdubbeld. In de eerste tien maanden van dit jaar was al zeventien ton cocaïne onderschept. Het zijn spectaculaire cijfers, die tevens een indicatie geven van wat er werkelijk dit land binnenkomt. De politie gaat ervan uit dat tegen elke gram cocaïne die zij onderschept duizend kilo ongemerkt Spanje binnenkomt.

Het is ondenkbaar dat de lokale Spaanse markt in staat zou zijn dergelijke hoeveelheden te verwerken. Het overgrote deel is bestemd voor Europa. De Spaanse drugsbestrijders zijn ervan overtuigd dat de Colombiaanse maffiosi druk doende zijn Spanje om te vormen tot hun bijkantoor, tot een opslagplaats van waaruit de rest van de Europese landen wordt bevoorraad.

Maar de smokkel en de doorvoer zijn in handen van Galicische bendes, waarvan de capo's met naam en toenaam bekend zijn. De meesten zijn hun carrière klassiek begonnen met het smokkelen van sigaretten, maar in de loop van de jaren tachtig allengs overgestapt op de lucratievere drugs. Het onvermijdelijke neveneffect is dat Galicië zo onderhand één grote witwasserij van zwart geld is geworden.

Volgens insiders is het moeilijk nog een benzinestation, bar of disco te vinden die niet door een van de drugsbaronnen is gekocht om zijn geld te witten. De capo's hebben complete kastelen aangeschaft, van waaruit zij hun handel organiseren. Maar zij hanteren ook originele methodes.

Manuel Charlin, leider van de meest berucht 'Clan van de Charlines' verscheen eerder dit jaar voor de rechter. Op een vraag naar de herkomst van zijn fortuin verklaarde Charlin dat het geluk hem gunstig gezind is: vorig jaar had zijn familie liefst drie keer de hoofdprijs van ettelijke miljoenen guldens in de lotto gewonnen. Volgens de politie is het niet langer ongebruikelijk dat maffiosi loten waarop een hoofdprijs is gevallen van de winnaars kopen. De laatsten incasseren een extra premie, terwijl de eersten een aantal (belastingvrije) miljoenen legaal kunnen verantwoorden.

Veel bendeleiders slagen erin zelf buiten schot te blijven. Manuel Charlin is nog altijd op vrije voeten. Een van zijn zoons zit in de gevangenis, net als zijn schoonzoon, terwijl een andere zoon en zijn dochter voortvluchtig zijn. Zijn broer José Luis had minder geluk, hij zit een straf van 35 jaar uit. Wel heeft de justitie beslag gelegd op vrijwel alle bezittingen van de clanleider.

In een soortgelijke positie verkeert een andere topper in de Galicische drugswereld, Laureano Oubina. Een vrachtwagenchauffeur die op een landhuis met 28 hectare grond woont en wiens vrouw in een korte tijd bijna zes miljoen in buitenlandse valuta naar het lokale bankfiliaal in Arousa bracht.

Oubina wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor het binnenbrengen van tientallen tonnen cocaïne in Spanje. De rechter meende echter geen bewijzen te hebben en besloot tot de Al Capone-variant: Oubina werd veroordeeld wegens belastingontduiking. Vonnis: een boete van bijna 30 miljoen gulden.

Cees Zoon

Meer over