Colombia staat op ploffen

De guerrillaoorlog in Colombia vraagt elk jaar 30 duizend slachtoffers. Elke zes minuten is er een gijzeling. Zelfs de bijbel van de dominee is gepantserd....

door Ineke Holtwijk

OP 18 OKTOBER 1990 werd Francisco Santos, redactiechef van Colombia's belangrijkste krant, ontvoerd. Twee auto's reden zijn jeep klem. Vier mannen met pistolen en mini-uzi's omringden de auto. Zijn chauffeur werd doodgeschoten en Santos werd meegenomen. Acht maanden zou hij gegijzeld blijven, in opdracht van cocaïnebaron Pablo Escobar.

In zijn Bericht van een Gijzeling beschrijft Gabriel Garcia Marquez hoe de journalist dagelijks in de krant, eigendom van zijn familie, moed wordt ingesproken. En hoe hij probeert te vluchten, zelfmoord overweegt en uiteindelijk wordt vrijgelaten. Twee van de andere gijzelaars die bijna gelijktijdig werden gekidnapt, worden geëxecuteerd.

'Verjongd, van binnen en van buiten.' Zo omschrijft Marquez Santos als die vrijkomt. Zelf houdt de journalist het op 'een totale verandering'. Hij kon niet meer rustig achter de computer zitten, memo's sturen of een commentaar schrijven. Het kwam hem onwezenlijk en afstandelijk voor nu hij wist wat voor menselijk leed er was. Hij bracht familieleden van ontvoerden bijeen en voerde protestmarsen aan. En nu heeft hij drie maanden vrij genomen om de grootste vredescampagne aller tijden in Colombia te steunen.

In een tijdelijk werkvertrek jongleert Santos met drie telefoons. Terwijl hij met de ene zaktelefoon een lunch met alle olie-ondernemers in het land afspreekt, regelt hij via de andere vrachtwagens die als bus worden gebruikt om tijdens de verkiezingsdag mee rond te rijden in Bogota. Dan rinkelt de derde telefoon: rampnieuws. Voor een bijeenkomst later in de week heeft hij wel een stadion en een helikopter, maar geen muziekband.

Santos staat inmiddels aan het hoofd van een bont gezelschap van meer dan driehonderd organisaties en bedrijven, van banken tot indiaanse vrouwen, Dominicaanse broeders, onderwijzers, vakbonden tot een folkloristische dansclub. Zij roepen de Colombianen op, zondag, als zij nieuwe regionale bestuurders kiezen, hun 'Voto por la Paz', hun stem voor de vrede uit te brengen. Het stembiljet voor de vrede is hoopgevend groen en er staan geen namen op. Maar wel een witte hand die een stopteken maakt, en een tekst: 'Ik eis van de deelnemers aan het gewapende conflict stopzetting van de oorlog en stopzetting van de wreedheden.'

Het gewapende conflict is een guerrillaoorlog die na meer dan dertig jaar is uitgegroeid tot een kluwen van geweld met vele deelnemers. Elk jaar worden er in Colombia 30 duizend mensen omgebracht. Elke zes minuten wordt er iemand gegijzeld. 'Als er nu geen vrede komt, hebben we hier over twee à drie jaar een complete burgeroorlog', zegt Santos.

In een moordend tempo reist hij stad en land af. Hij spreekt in dorpen waar de guerrilleros kandidaten hebben gedood en niemand meer een kik durft te geven. Zijn boodschap is steeds dezelfde: dat apathie een bondgenoot is van de oorlog.

De Voto por la Paz is in Colombia slechts een van de vele spontane vredesinitiatieven van burgers. De afgelopen maanden waren er marsen, concerten, wakes, kampvuren, bijeenkomsten van vredescommissies en verkennende gesprekken. Televisiepresentatoren verschijnen met grote vredesbuttons op het scherm. Het verst gingen twee dorpen in Noord-Colombia die klem zitten tussen guerrillero's, rechtse paramilitairen en het leger. Zij hebben zichzelf uitgeroepen tot neutrale zone.

'Niet eerder heeft de Colombiaanse maatschappij zo eendrachtig om vrede gevraagd', meent Hector Torres, hoofdredacteur van het socio-religieuze tijdschrift Utopias. Terwijl de vorige president het bestuur strak in eigen hand hield, ervaart de bevolking nu een machtsvacuüm. President Samper, achtervolgd door een drugsschandaal, regeert niet, maar probeert te overleven. Opeens is er ruimte voor alternatieve oplossingen van wanhopige burgers die politici en hun mooipraterij niet meer geloven.

Geloven in Colombia is moeilijk, want het is een schizofreen land. Er zijn 1,1 miljoen wetsregels en over elke komma in de grondwet is gedebatteerd. Maar nergens is zoveel rechteloosheid. Slechts 3 procent van de moorden wordt strafrechtelijk vervolgd.

De Colombianen zijn hoffelijk en onderlegd, maar geen mens houdt zich aan de verkeersregels. De elite studeert in Harvard, Stanford of Parijs, maar is de meest in zichzelf gekeerde en honkvaste van het continent. Nergens in Latijns Amerika gaan zo veel vrouwen naar de universiteit. Het Athene van Latijns Amerika wordt Bogota genoemd. Maar de guerrillabeweging in de bergen lijkt niets te hebben bijgeleerd. Zij discussieert nog steeds over de vraag of een boer een proletariër is of niet.

In geen enkel Latijns-Amerikaans land hielden de militairen zo veel afstand tot het politieke gezag: Colombia had gedurende bijna twee eeuwen onafhankelijkheid slechts zeven jaar een militair bewind. Maar de Colombiaanse militairen zijn wel de gewelddadigste van het continent.

Er zijn in Colombia meer vluchtelingen dan in Bosnië en Albanië bij elkaar. Toch functioneert het land ogenschijnlijk normaal. Nergens ter wereld - de landen die in oorlog zijn uitgezonderd - worden zo veel mensen gedood. Maar El Tiempo, de grote kwaliteitskrant, wijdde de zondagse kleurenbijlage geheel aan de nationale miss-verkiezing.

In Uraba, de dampige bananenstreek, heerst luidruchtige Caribische vrolijkheid. Zwarte mannen met swingende benen en vrouwen in strakke witte broeken dansen tot diep in de nacht op straat de vallenato. Maar in de deinende menigte patrouilleren soldaten met mitrailleurs en voor de elektriciteitscentrale staat een tank.

Wie even zuidwaarts rijdt, waant zich in een Hof van Eden. De weg is een asfalttapijt, de gaten die dit soort verbindingen elders in het continent vertonen, ontbreken. De weilanden zijn sappig groen, de huizen keurig geschilderd en de hangplanten op de veranda's bloeien. Alleen is er geen mens. Overal staat de voordeur open. Paramilitairen hielden hier huis. Wie niet vluchtte, is vermoord.

In Bogota zijn de terrassen in de Zona Rosa, de uitgaanswijk, elke avond afgeladen. Maar op de straathoeken staan bewakers met bivakmutsen en nerveuze herdershonden. Op zondag wordt de stad overgenomen door zwermen sportfietsers. In vrolijke, fluorescerende wielerkledij trekken ze op hun racefietsen de bergen in, waar rebellen bezig zijn aan hun achtjarig veroveringsoffensief.

Geweld creëerde een kaste van superbeschermden. Britse diplomaten gaan niet zonder lijfwacht op stap. De Amerikaanse ambassadeur gaat elke zondag naar een andere kerk. Om de kans op een aanslag te minimaliseren. Als hij 's avonds van zijn werk naar huis gaat, wordt zijn route door de stad afgezet. Om de honderd meter, over een lengte van enkele kilometers, staan soldaten met geweren.

Jairo Pineda werkt bij Armor International, een bedrijf dat kogelvrije vesten en gepantserde auto's verkoopt. 'Het gaat goed met de firma', zegt hij. Vierhonderd procent omzetverhoging in een jaar. Vooral de gepantserde wagens lopen voortreffelijk. 'Want hier schieten ze eerst voordat ze je auto stelen.' Zijn nieuwste product is de gepantserde bijbel. Heeft hij zelf uitgedokterd op verzoek van een dominee van een rijke Pinkstergemeente. Die bijbel kan de predikant voor zijn borst of zijn gezicht houden bij een schietpartij.

In het hotel worden de verkiezingen van zondag overstemd door Haloween. De receptie is omgebouwd tot een spinnenhol met heksen die van het plafond naar beneden hangen. Maar de grootste griezels lopen buiten. De glazen buitendeur zit altijd op slot. Als de gasten een taxi nemen, schrijft een bewaker het kenteken op. En in de hotelkamer ligt een dringend schrijven van de directie. Groot en vet gedrukt: vertel onbekenden nooit waar u verblijft.

Wat elders raar is, werd in Colombia normaal. In de havenstad Barranquilla legt een Braziliaans bedrijf een kademuur aan. Op de loonlijst staan zeshonderd bewakers. Vrienden van mij hebben een vakantiehuis in Los Llanos, de oostelijke prairies. Thuis in Bogota prijkt in de boekenkast een foto vol vakantievrolijkheid. Een lange tafel onder de bomen, veel mensen, schalen met eten en vader aan het hoofd. Maar Los Llanos zijn 'heet'. Twee jongens uit de buurt zijn doodgeschoten en op de weg heb je de kans bij een barricade van guerrillero's te worden gegijzeld. 'Iedereen die komt logeren, weet dat hij risico's loopt', zegt de gastvrouw.

Niet alleen buitenlanders maar ook de Colombianen vragen zich af: hoe is het zo gekomen? En de tweede brandende vraag is waarom het land nog niet is ontploft. Is het geweld het product van de grote sociale ongelijkheid? Komt het door La Violencia, de bijna-burgeroorlog van eind jaren veertig? Is het omdat de Colombiaanse staat altijd zwak is geweest? Doordat altijd alles in clans en kliekjes wordt geregeld? Of komt het door de drugs en de miljarden zwart geld? Geruchten over narcodollars in campagnes gaan over vele presidenten.

Geheel bevredigende antwoorden zijn er niet; hoogstens stukjes van antwoorden. Want in Brazilië is de ongelijkheid groter. Ook Argentinië had bijna een burgeroorlog tussen partijen. En de Peruaanse staat is minstens zo zwak.

El pais va mal pero la economia va bien. Met het land gaat het slecht, maar met de economie goed, zeiden de Colombianen altijd op de vraag hoe het toch kon dat het land bleef functioneren. De robuuste economische groei compenseerde het geweld. Op allerlei manieren. De werkster van een vriendin is een alleenstaande moeder, maar ze heeft wel twee dochters op de universiteit. Zij is een tevreden mens.

Maar het geweld neemt toe. Bedrijven kunnen niet meer mee concurreren in de wereld door de stijgende kosten van de bewaking. Voor het eerst in decennia stagneert de Colombiaanse economie. Alle analytici zijn het erover eens dat Colombia zich op een breukvlak bevindt. Mensen zijn het geweld moe, meent een van hen. Het politieke systeem staat op ploffen. Het kan een zachte landing worden of een harde explosie, denkt een ander. Maar er is al veel veranderd, vindt de volgende.

Sommigen trekken een vergelijking met Italië. Corruptie, een politiek systeem in verval, chaos en eigenzinnige rechters die van het machtsvacuüm gebruik maken om hun operatie Schone Handen te beginnen. Anderen onderstrepen juist de verschillen. In Italië functioneren partijen nog enigszins. In Colombia is de partij een postadres en is het verder ieder voor zich. Links is sterk en legaal in Italië; in Colombia is links vermoord of illegaal. En er bestaan geen sterke, onafhankelijke organisaties die met een eigen politiek project kunnen komen.

'Het laatste politieke pact heeft te lang geduurd', zegt politicoloog Eduardo Pizarro. Dertig jaar dezelfde kliek aan de macht betekent corruptie en cliëntelisme. 'Geen politiek systeem, geen partij of democratische instelling is daar tegen bestand.' Zelfs de elite geeft wanhoopssignalen af. Ex-presidenten, in Colombia belangrijke relativerende krachten, zijn het met elkaar oneens over de toekomst van het land. De aartsbisschop van Bogota doet politieke uitspraken. En militairen, gesteund door zakenlieden, hebben een coup overwogen.

Pizarro, de meest geciteerde analyticus in Colombia, kocht ooit in Amsterdam illegaal wapens voor de inmiddels opgedoekte guerrilla-organisatie M-19. Tegenwoordig doceert hij aan de Nationale Universiteit in Bogota. De universiteit is ogenschijnlijk een Latijnse uitvoering van Berkeley, met vrijende stelletjes en loslopende pony's op het gras. Maar hier verdwenen de afgelopen jaren honderden studenten spoorloos. De witte muren in de gang van het Instituut voor Politieke Studies zijn onbeschaamd volgespoten met rode, revolutionaire kreten. Viva el maoismo en andere agitprop.

Tien bekende Colombiaanse intellectuelen zonden afgelopen week een brandbrief naar The Miami Herald, een krant die veel in Latijns Amerika wordt gelezen. Pizarro was een van hen. De briefschrijvers smeken de internationale gemeenschap bijna om hulp. Ze vragen 'minstens' zes bevriende en met naam genoemde landen om interventie en willen de Verenigde Naties als bemiddelaar in de oorlog.

Internationale druk en spontane acties zoals die van de Stem voor Vrede zijn volgens Pizarro de sandwichformule die kan leiden tot onderhandelingen. De dialoog zal moeten worden afgedwongen, zegt hij. Want de militairen, noch de guerrillero's, de paramilitairen of de politici zijn bereid vrede te sluiten. De militairen en de paramilitairen zijn tegen omdat ze denken daardoor terrein aan de guerrillagroepen te verliezen. De guerrillero's stellen politiek niets voor en zullen zelfs als ze op verlies staan niet onderhandelen. Politici zijn uitsluitend geïnteresseerd in hun herverkiezing.

Politici? In zijn werkkamer veert Francisco Santos enthousiast omhoog. 'Politici weten helemaal niet wat er omgaat in het land. Ze zijn blind en egoïstisch. Net als zakenlieden.' Het is angst, gelooft hij. 'Ze zijn bang voor de democratie.' Maar wat ze daarmee oogsten, is oorlog. Santos: 'En als het zover is, ontsnapt niemand meer.'

Meer over