COLLEGEGANGERS Ger Harmsen 'Tijd is te kostbaar om aan gezelligheid te besteden' Tussen vrijdenkers en minimumlijders

Filosoof en historicus prof.dr. Ger Harmsen zei in de collegezaal vaak tegen eerstejaars studenten: 'Om filosofie te kunnen studeren, moet je over levenservaring beschikken....

CORINE DE VRIES

Harmsen woont al 25 jaar in een afgelegen boerderijtje in het Friese gehucht De Knipe, omringd door bomen, weilanden en wind. Sinds tien jaar leeft hij er moederziel alleen, tussen duizenden boeken. 'Ik ben een solitair, altijd geweest. Tijd is te kostbaar om aan gezelligheid te besteden.'

Zelf was Harmsen dertig toen hij in 1951 ging studeren. Aan levenservaring had hij toen geen gebrek. Als zoon van een Amsterdamse timmerman had hij aanvankelijk nog nooit van studeren gehoord. Na de lagere handelsschool ging hij werken, eerst bij een tabaksmakelaar, later bij een chemische fabriek. Toen hij eenmaal geld verdiende, sloot hij zich aan bij de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, waar hij zijn 'liefde voor plantjes' kon uitleven.

In de oorlogsjaren werkte Harmsen in Duitsland, in het kader van de Arbeitseinsatz. Direct na de oorlog werd hij lid van de Communistische Partij Nederland (CPN). Al snel klom hij op tot bezoldigd partijfunctionaris, stortte zich in het marxisme-leninisme, en verwierf gezag als partijhistoricus. Na een ruzie met de partijleiding brak hij in 1951 met de CPN. 'Ik was eigenlijk wel blij met dat conflict, omdat ik toen weer mijn eigen gang kon gaan.'

Harmsen ging vervolgens studeren, aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. 'Biologie was voor mij de meest logische keuze. Maar dat was een relatief dure studie, die niet in de avonduren kon.' Geboeid door een lezing van de filosoof prof.dr. H.J. Pos, koos Harmsen voor filosofie.

'Studeren in de jaren vijftig was heel genoeglijk en informeel. Weinig studenten, geen bureaucratie. Examen deed je bij de hoogleraar thuis. Studieprogramma's bestonden niet - je kwam van medestudenten aan de weet wat er ongeveer gevraagd werd. Maar we waren ijverig, en deden altijd veel meer dan we moesten doen. Wel waren er natuurlijk constant de materiële zorgen. Het bestaan was heel sober. Ik liep vrijwel nooit colleges. Ik had een gezin, overdag zorgde ik voor het kind.'

- Tot uw dertigste was u autodidact. Waarom heeft het volgen van een universitaire opleiding voor u nut gehad?

'Wat mij als links activist tijdens mijn studie vooral opviel, was dat er andere meningen bestonden. Je leert relativeren, nuanceren en gedisciplineerd denken. Als autodidact kun je veel lezen, veel opnemen. Je vormt een eigenzinnige mening. Maar op een gegeven moment kom je daarin vast te zitten. Dat leert de universiteit je af. En verder leer je de weg vinden naar archieven, bibliotheken en bronnen. En je komt in contact met boeiende mensen.'

Toen Harmsen in 1956 afstudeerde, kon hij - gebrandmerkt als communist - slechts met veel moeite werk vinden. Hij werd geschiedenisleraar, eerst in Zierikzee - 'dat was in die tijd het einde van de wereld' - en vervolgens in Amsterdam. Begin jaren zestig schreef hij een baanbrekend proefschrift over het ontstaan van de jeugdbeweging. Als medewerker aan de Universiteit van Amsterdam maakte hij vervolgens het studentenprotest van dichtbij mee.

'Ik stond achter de democratisering, en stond in nauw contact met de actievoerders.' Die goede relatie met studenten hield niet lang stand. In de jaren zeventig - Harmsen was toen hoogleraar dialectische en Oost-Europese filosofie in Groningen - begon de CPN een fanatieke lastercampagne. 'Ze behandelden mij als renegaat, deden hun best mij het leven zuur te maken. En dat lukte, want de CPN maakte toen de dienst uit in Groningen. Toch waren er gelukkig nog genoeg studenten die graag college van mij kregen.'

- Kent ieder decennium z'n eigen type studenten?

'Een beetje wel. De activisten van begin jaren zeventig, dat vond ik goede studenten. Heel gedreven waren die. Later, in mijn tijd als hoogleraar in Groningen, was ik altijd zeer verbaasd dat studenten konden mopperen over het aantal voor te bereiden pagina's. Ik heb zo'n hekel aan minimumlijders! Je kunt nooit genoeg lezen en studeren. Ronduit geschokt was ik toen in de jaren tachtig een student tegen me zei: ''Voor u is de studie een roeping, voor ons is het een job''.'

In 1987 ging Ger Harmsen met emeritaat. Hij vult zijn dagen sindsdien met lezen en schrijven. Zijn meest recente boek gaat over de systematiek van mossen.

De universiteit mist hij niet, wel het contact met de studenten. 'Maar gelukkig heb ik de vervlakking van de universiteit niet hoeven meemaken. Een studie kun je niet in vier jaar doen, zeker niet een vak als filosofie. Dat moet kunnen bezinken.'

Meer over