College Rotterdam moet vallen

Het College van Rotterdam heeft bij de aanstelling Tariq Ramadan onzorgvuldig benaderd.

Begin 2007 stelde het toenmalige raadslid van Leefbaar Rotterdam, Marianne van den Anker, een aantal vragen aan het College over de beslissing om Tariq Ramadan aan te stellen als gasthoogleraar aan de Erasmus Universiteit en adviseur van de gemeente.

Uit de antwoorden van het College kan worden opgemaakt dat Ramadan geen duidelijke opdracht meekreeg. Aan de Erasmus Universiteit moesten de werkzaamheden nog ingepast worden in meerdere faculteiten. De betrokkenheid van Ramadan bij het wetenschappelijk onderzoek was nog niet uitgekristalliseerd en de rol bij lopend onderzoek stond nog niet definitief vast, aldus het College. Erg goed geregeld was het dus allemaal niet.

Visum
Opmerkelijk is ook dat het College allerlei vragen over de persoon van Ramadan, namelijk of de aantijgingen van Caroline Fourest in haar boek Frère Tariq, juist waren en waarom de Verenigde Staten hem een visum weigerden, voornamelijk heeft beantwoord op basis van wat de man zelf er over vertelde.

Ramadan liet het College desgevraagd weten dat de door Fourest aangehaalde citaten onjuist waren. Nader onderzoek werd niet gedaan. Ook de visumweigering door de VS werd uitsluitend aan Ramadan voorgelegd en het College nam diens visie, dat het niet verkrijgen van een visum ‘mogelijk verband houdt met zijn commentaar op het buitenlandse beleid van de VS’, klakkeloos over. Alsof iedereen die het buitenlands beleid van de VS bekritiseert, plotseling het land niet meer binnen mag.

Het College had kunnen weten wat er werkelijk aan de hand was. Ramadan kreeg geen visum omdat hij geld had gedoneerd aan een organisatie die door de VS als fondsenwerforganisatie voor Hamas wordt beschouwd.

Nu zullen de verdedigers zeggen dat de beslissing in de VS binnenkort wordt teruggedraaid, omdat Ramadans verzoek daartoe in hoger beroep is gehonoreerd, maar dat is niet helemaal correct. Dat hij die donaties heeft gedaan is een feit, stelt het Hof, maar hij had in de gelegenheid gesteld moeten worden overtuigend te bewijzen dat hij niet op de hoogte was van, en redelijkerwijze niet kon weten dat er banden tussen de door hem gefinancierde organisatie en een terroristische organisatie bestonden.

Het is zeker mogelijk dat de huidige toenadering van Obama tot de moslimwereld in zijn voordeel kan werken. Maar een uitgemaakte zaak is het, ondanks wat bewonderaars van Ramadan willen doen geloven, zeker niet.

Doof

Het College heeft zich eenvoudigweg niet goed geïnformeerd over de persoon die het in dienst wilde nemen en was doof voor de in nuchtere vragen verpakte waarschuwingen van Leefbaar Rotterdam. Daar heeft het ernstige spijt van gekregen.

Zoals blijkt uit een bericht in de Volkskrant heeft Rotterdam geprobeerd om eerder van Ramadan af te komen, omdat burgemeester Aboutaleb genoeg had van alle ophef rond zijn bruggenbouwer. Wethouder van GroenLinks Rik Grashoff spreekt dus niet de waarheid over het ontslag van Ramadan.

Hij beweerde dat het opzeggen van het dienstverband niets met de eerdere commotie over de islampredikant te maken had. Dat is een buitengewoon kwalijke leugen. En niet voor de eerste maal. Grashoff heeft tot aan het plotselinge ontslag van Ramadan altijd vierkant achter zijn bruggenbouwer gestaan en hij had er geen problemen mee om tot aan de dag van vandaag Henk Krol van de Gay Krant als leugenaar neer te zetten.

Fiasco

Het College van Rotterdam heeft daar niets tegen gedaan. Nog voordat Ramadan in Rotterdam was, heeft het zijn aanstelling en alles wat daarmee samenhing zo onzorgvuldig benaderd, dat het wel op een fiasco moest uitlopen.

In dat opzicht heeft Ramadan voor de rechter zeker een goed punt. De stadsbestuurders moeten voor dit alles verantwoordelijkheid nemen. Het College van Rotterdam moet vallen, net zoals bruggenbouwer Ramadan.

Meer over