Coke op Urk

De politie van Urk heeft de afgelopen weken 21 jongeren aangehouden op verdenking van drugshandel, vooral cocaïne. De meeste verdachten komen van Urk en hebben bekend....

Door Marc van den Eerenbeemt

'Roel komt zo', zegt een jongen aan de bar, de enige aanwezige in de Polder Inn op Urk. Natuurlijk weet de jongen van de aanhoudingen wegens bezit en handel in cocaïne. 'Ach de politie. Die durft niks op Urk. Die is zo bang. Als er iets loos is, dan bellen ze mensen van buiten.'

De Polder Inn is geen adres voor de gemiddelde dagjesmens. De lokatie van het bierlokaal is aantrekkelijk genoeg; op de hoek van een pleintje aan de oude haven van Urk. Maar hier zijn geen memorabilia te vinden van zeevaarders en visvangst. Het uitzicht op de haven is weggenomen door grote witte platen op de buitengevel. Het is middag, binnen is het schemerduister.

Een man met diklijnige tatoeages op de armen stapt binnen. Tatoeages vol zeemansromantiek, soms onzuiver met de koude naald gezet; die doen het nog steeds goed op Urk. Net als de gouden oorringen zoals de echte vissermannen die dragen. Die hebben goud door het oor om waar ook ter wereld hun eigen begrafenis te kunnen betalen. Als de waterwolf in een stormnacht een zeeman tot zich neemt en uitspuugt op een vreemde kust, hoort daar geen doorsnee uitvaartpolis bij.

'Waar is Roel?', vraagt de man die is binnengekomen. 'Roel komt zo', zegt de jongen. Dan stapt nog een man met tattoos op de armen binnen. 'Dat is Roel', zegt de jongen.

In het anderhalve pagina lange persbericht van de politie Urk van afgelopen week is Roel de anonieme horeca-eigenaar. Hij is de enige arrestant die met zijn beroep staat vermeld. 'Geen commentaar', zegt hij, gevraagd naar zijn aanhouding. Hij beent meteen zijn zaak weer uit. Buiten wil hij alleen kwijt dat hij 'op goede voet staat met de politie' en dat 'de zaak niet groter moet worden gemaakt dan ie is.'

Daar denkt de politie anders over. Die spreekt officieel haar 'zorg' uit over het drugsgebruik op Urk. Kerken, scholen, horeca, de gemeente, ouders - de politie roept op tot een breed offensief. Burgemeester Schutte zegt dat er allang geruchten gingen over drugs op Urk. Voorzitter Reijer van Dijk van de plaatselijke horecavereniging houdt het op enkele honderden jongeren die cocaïne snuiven. Hij zou er al jaren voor hebben gewaarschuwd. Maar, zegt hij, op Urk is drugs een moeilijk woord.

In de politieberichten van Urk staat doorgaans een ander roesmiddel centraal: alcohol. Afgelopen weekeinde hield de politie twee Urker mannen aan. De een werd ingesloten wegens openbare dronkenschap. Hij lag te slapen op het trottoir. De ander werd thuis opgehaald nadat hij in volle vaart door een alcoholcontrôle was gereden. De politiebeambte die het stopteken had gegeven, moest springen voor zijn leven.

Alcohol is een probleem in een vissersdorp als dit, zegt voorganger De Polinder van een van de vele gereformeerde kerken op Urk. Jeugdwerker Hakvoort begrijpt het wel. 'Als je de hele week op zee bent, moet er als je terug bent op Urk in korte tijd veel gebeuren.' Het consumptiepatroon hoort bij de arbeidsmoraal op het voormalige eiland: hard werken, niet zeuren en hard drinken.

Dat is bepaald niet naar de wens van voorganger De Polinder. 'God heeft ons het lichaam gegeven tot Zijn eer', zegt hij. 'Vergiftiging van die tempel is strijdig met Zijn woord. Ik bid dat wij terug mogen naar de normen van de bijbel, zodat wij een positief licht verspreiden in het land. Als christen heb je ook een voorbeeldfunctie ten opzichte van zwakkeren om je heen. Wie drugs gebruikt, kan ook anderen daartoe aanzetten. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor jezelf, maar ook voor elkaar.'

Een jonge fileerder bij een bedrijf nabij de oude haven heeft voorlopig andere gedachten. Het werk zit erop. Op zijn onderarm bollen de zeilen van een groot galjoen, een veel groter vaartuig dan de Urker historie ooit heeft gekend. Hij ontkurkt zijn bier in de middagzon.

'Zo kan het ook', zegt hij met een beweging van de fles. Drugs gebruikt hij niet, zegt hij. En dat is meteen de beste grap die zijn maten die dag hebben gehoord. Maar hij houdt vol: cocaïnesnuivers, da's ander volk. 'Je hebt volk en shit-volk.'

Net als Urk kwamen ook Volendam en Spakenburg eerder in het nieuws met uitspattingen van de jeugd, ook vissersplaatsen die hun zout water verloren met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932. In Volendam worden nog steeds af en toe jongens aangehouden met kennelijke handelsvoorraadjes om de lokale markt te bedienen. Berichten in de pers over Spakenburger visbazen die de filerende jeugd cocaïne gaven om sneller te snijden, stuitten ook op Urk op ongeloof.

Fileerders krijgen prestatieloon, weten ze op Urk. Als er al wordt gewerkt op speed of cocaïne, dan neemt een fileerder die zelf mee. Snijders die slikken of snuiven zijn doorgaans geen blijvers. Daar is het werk te zwaar en te precies voor. Er is bovendien een beter middel om hard te werken: trouwen en kinderen krijgen. Getrouwde mannen met kroost horen tot de meest gemotiveerde arbeiders in de enorme vishallen op het industrieterrein van Urk.

Gevraagd naar een verklaring voor het drugsgebruik in de oude vissersplaatsen krijg je doorgaans te horen dat de jeugd al vroeg te werk gaat, dat er relatief goed wordt verdiend, dat er hard wordt gewerkt en dat - een overblijfsel uit de visserstijd - in het weekeinde de zinnen grondig worden verzet. De gespierde katholieke of gereformeerde moraal die over de dorpen is blijven zweven is er niet tegen opgewassen.

Nee, een zoetwatertrauma is het niet. Een snuif cocaïne is niet te vergelijken met de frisheid van de wind op volle zee. Al is Urk opgeslokt door polderland en moet de havenmeester zich tevreden stellen met pleziervaarders, de vissers blijven actief. Hun schepen blijven achter aan de Noordzeekust. De vangst wordt in koelwagens naar het dorp gereden en verwerkt. De vissersjongens komen er in busjes achteraan gereden.

In illegale barretjes op het industrieterrein, waar jongens gezamenlijk kratjes bier inkopen en eigen tentjes runnen, gaan namen rond van arrestanten. Dat er veel visserjongens bij zitten van een jaar of 20, 25, is zeker, weten de jongens in een bar in de hoek met de Turkse garages.

D

at drugsgebruik door veel 'Urrekers' in de strengste bewoordingen wordt afgewezen is eveneens zeker, net als het gegeven dat jongens die 'buiten het gat' gaan net iets meer mogen dan de thuisblijvers.

Bij de arrestanten zat ook een schildersjongen, Andries. Hij is net terug van een klus, en heeft in de bedrijfswinkel zijn witte pak nog aan. Hoe ging dat met die aanhouding? 'Ik werd bij de politie geroepen. Daar kreeg ik te horen dat ik was aangehouden en ben ik verhoord. Toen mocht ik weer gaan. Ja, 't is een slechte zaak, maar de politie blaast het op.' Verder wil hij er niet over praten.

De Urker advocaat Arjen Bos (die een cliënt heeft in de zaak, niet eerdergenoemde Roel of Andries), zegt dat de politie de zaak buiten elke redelijke proportie trekt. 'Hier is dit misschien een grote zaak. Maar in Haarlem en Amsterdam zouden deze aanhoudingen niet eens zijn gedaan. Zelfs in Almere en Lelystad gaat het om zwaardere zaken: meer drugs en meer geweld. Hier heb je geen koffieshop en geen bordeel. Autokraken en inbraak komen hier nauwelijks voor, terwijl dat doorgaans drugsgerelateerde criminaliteit is.'

Het gaat in deze zaak om gezonde jonge mensen, die hard werken en niet stelen, zegt Bos. 'Ze kunnen hier gewoon hun energie niet kwijt. Als op zaterdag om middernacht de kroegen dichtgaan vanwege de zondagsrust, gaat de jeugd rijden. Dan gebeuren er verkeersongelukken die veel ernstiger zijn dan deze zaak. Het Openbaar Ministerie mag graag spreken over wetteloosheid op Urk, maar dat is niet terecht.'

Problemen zijn er genoeg. In maart 1998 werd de 'Turk van Urk', een shoarmaverkoper, slachtoffer van een belegering door tientallen jongeren. Urk heeft altijd moeite gehad met de omgang met de 'vremde snuut', de vreemdeling. In 1999 werd op twee opeenvolgende zaterdagavonden de huizen bestormd van twee zedendelinquenten op Urk. Jongeren gooiden met stenen en bierflessen, en bedreigden de politie. In 2001 klaagde de Jeugdraad over de grimmige sfeer in het uitgaansleven en de vele vechtpartijtjes.

Twee weken geleden kwam er ook nog eens slecht nieuws uit wetenschappelijke hoek. Kees de Visser, zoon van een Urker huisarts, promoveerde op een onderzoek dat uitwijst dat Urker mannen 36 procent meer kans hebben te overlijden aan hart- en vaatziekten dan de gemiddelde Nederlandse man. Te weinig lichaamsbeweging, overgewicht, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte zouden de oorzaken zijn.

De meest recente wederwaardigheden op 'de bult' worden uitgesproken op de site van UrkActueel. De naam van Urk gaat weer door het slijk, wordt bezorgd vastgesteld. 'Ik heb niets gezien over die mega gezellige Urkerdag van afgelopen zaterdag. Maar goed, dat is niet interessant genoeg voor de media.'

Een ander ziet het in het Urks dialect luchtiger: 'Doar got oenze naam wier. . . Maar dat is vanzellef niet ut arregste. Ut feit dat Urrek ok midden in de warreld stot wordt ier ondubbelzinnig mie anetoont!!'

Meer over