Coca en kola

Op zoek naar koffie loop ik in Brussel tegen een Nigeriaans winkeltje aan, waar kolanoten liggen. Rood-zwart gevlekte noten, zo groot als een rijksdaalder....

Als je wakker wilt worden, is een glas Coca Cola een effectieve plaatsvervanger voor koffie - dus zullen kolanoten ook wel goed zijn, denk ik bij mezelf. De verkoper zegt dat ik er een stukje moet afhakken en er dan heel lang op moet kauwen. Enorm goed voor de potentie, gebaart hij. Een dame lacht en zegt: 'Je krijgt er mooie rode tanden van.'

Al lang voor de komst van de blanken werd er in de Arabische wereld levendig handel gedreven in kolanoten. De verspreiding van de islam heeft die handel niet in de weg gestaan. Alcohol werd verboden, maar kola niet. Kola betekende in grote delen van Afrika hetzelfde als koffie in het Midden-Oosten.

In Afrika wordt de noot voornamelijk geroemd als lustopwekker. Omdat hij ook tegen vermoeidheid, honger en vele ziektes werkzaam zou zijn, is de noot mythisch geworden. Vroeger was de kola nogal duur en daarom voorbehouden aan de West-Afrikaanse elite. Wanneer een jongeman een vrouw ten huwelijk vroeg, moest hij haar een zo groot mogelijke hoeveelheid kolanoten aanbieden, als teken van zijn potentie. De symboliek wilde dat zij de man accepteerde als zij iets van die potentie in haar mond stak. Zoniet, dan kreeg hij zijn kola terug.

Ook in Amsterdam blijken kolanoten gewoon te koop te zijn. Bij smart shop Kokopelli vind ik zelfs verse. De noot is bruin van buiten en wit-roze van binnen, maar kleurt na het openbreken snel helder oranje. Hij is zo hard als een pinda, maar sappiger. Ik moet lang knagen voordat er een licht bitter aroma uit het gruis komt, dat absoluut niet naar coca cola smaakt.

Het is merkwaardig hoe lang het heeft geduurd voordat kola in onze winkels lag. De verspreiding van kola heeft een omweg gemaakt via Amerika. Uiteindelijk heeft fabrikant Coca Cola de noot wereldwijde naamsbekendheid gegeven.

Wie coca wil proeven moet de oceaan over. In een enkele koffieshop is wel eens een zakje cocathee - 'mate de coca' - te koop, maar zelfs dat mag eigenlijk niet. Het is verboden, want door uitwassen met cocaïne op het noordelijk halfrond, doen er nu ook indianenverhalen de ronde over de onschuldige cocaplant.

Voor de inca's, die in een gebied woonden dat nu Peru, Bolivia, Ecuador en delen van Chili en Colombia omvat, was coca heilig. Ze kauwden erop als ze offers brachten, om dichter bij de goden te komen. Ook in de mond van stervende personen werd coca gepropt. Men geloofde dat de ziel zo in het paradijs zou komen. Hoewel inmiddels katholiek, geloven veel afstammelingen van de inca's dat nog steeds. En terecht, want het is een manier om de stervende een gelukzalige roes te bezorgen.

Volgens inca-gebruik wordt coca gekauwd als pruimtabak, samen met een aromatische pasta, waardoor de actieve bestanddelen loskomen. De cocabladeren ruiken en smaken naar brandnetel, met een vleugje spinazie. Ook 'mate de coca' smaakt naar brandnetelthee (met snufje lindenbloesem). Bitter zijn de bladeren niet of nauwelijks. Het aroma doet in de verste verte niet aan coca cola denken.

Cocathee en cocapruim zijn niet ongezonder of meer verslavend dan koffie of gewone thee. Een deel van de cocaplantages is dan ook legaal. In Peru wordt op zo'n 300 duizend hectare coca verbouwd. Hoeveel daarvan precies legaal is valt niet te zeggen, want het schemergebied is groot.

In de Andes blijkt coca zo'n effectief middel tegen hoogteziekte dat deze gebieden eigenlijk niet zonder kunnen. De Verenigde Staten daarentegen hebben het middel letterlijk de war on drugs verklaard. Zij gaan met grof geschut de strijd aan met alle cocaplanten. Vanwege de slechte reputatie die cocaïne heeft, wordt ook coca voor thee of om te pruimen verboden. Dit brengt niet alleen de volkeren van de Andes in een benarde situatie, maar ook de aandeelhouders van Coca Cola.

Coca Cola is ontstaan in een tijd dat de hysterie rond coca nog niet zulke absurde proporties had aangenomen. Anders hadden ze die controversiële naam vast nooit bedacht. De uitvinder van de frisdrank was John Pemberton, een aan morfine verslaafde apotheker. Hij werd zeer enthousiast over cocaïne, dat hij gebruikte als middel tegen zijn verslaving.

Dat ook cocaïne verslavend kon zijn, wilde Pemberton niet geloven. Hij besloot een wonderdrank te bereiden en imiteerde het recept van de toen in Europa zeer populaire Vin Coca Mariani, die in 1861 door de Corsicaan Angelo Mariani op de markt was gebracht. Deze drank bestond uit wijn met een pittig extract van cocabladeren. Hiervoor kreeg Mariani van paus Leo XIII zelfs een onderscheiding.

Pemberton voegde kolanoot en damiana aan het recept toe. Damiana is een Amerikaans kruid dat licht hallucinerend werkt en de bloedvaten in de geslachtsorganen verwijdt. Net als kolanoot is het dus een lustopwekkend middel.

Niet de kolanoot, maar alcohol was het eerste ingrediënt van het 'wondermiddel' dat aanstoot gaf. De overheid van Georgia wilde in 1886 met enige jaren drooglegging experimenteren. Om die reden bedacht Pemberton een nieuwe drank, met coca en cola, waarin hij de wijn door spuitwater verving. Drie maanden voor de drooglegging was de frisdrank een feit.

Coca cola werd een groot succes. Het recept werd angstvallig geheim gehouden. Met inwijdingsrituelen werd het van directeur op directeur overgedragen. Het was de verantwoording van iedere opvolger om de gouden formule intact te laten. Nog steeds wordt de siroop om coca cola mee te maken in het diepste geheim centraal bereid. Die siroop wordt vervolgens over de wereld verspreid en gemengd met sodawater, dat onder licentie wordt gebotteld.

Toch is het heilige recept verbasterd, want de naam van de drank alleen al had consumenten attent gemaakt op de aanwezigheid van cocaïne. Toen in 1906 de Pure Food and Drug Law werd aangenomen, moest Coca Cola alle cocaïne uit de frisdrank halen. Verder bleef het recept intact. Vanaf dat moment werden slechts cocabladeren gebruikt waaruit alle coca verwijderd was.

Nog altijd wordt coca cola bereid met echte coca, maar hoe ze aan die grondstof komen wil geen enkele woordvoerder vertellen. Toch kunnen de activiteiten van zo'n groot bedrijf niet onopgemerkt blijven. Enkele telefoontjes zijn voldoende om bevestigd te krijgen dat Peru nog altijd de grootste leverancier is, met in zijn kielzog Bolivia.

In Peru wordt ongeveer 6 procent van de oogst opgekocht door de Empresa Nacional de la Coca (Enaco), een staatsbedrijf. Vanuit Trujillo wordt jaarlijks ongeveer 1750 kilo cocabladeren legaal verscheept naar New York. Vandaar gaat de coca naar een verwerkingsfabriek Stepan in Maywood, New Jersey.

Stepan haalt de cocaïne uit de bladeren en verkoopt die aan de farmaceutische industrie. Uit de resten worden extracten gewonnen voor coca cola. Er zijn twee soorten coca: een bittere met veel cocaïne, en een smakelijker type waar wat minder in zit. In de frisdrank gaat alleen de laatste soort.

De Verenigde Staten hebben veel militaire regimes gesteund. De cocaplantages verstopt in het bos, werden het doelwit van hun acties, omdat met de winsten de marxistische guerrillastrijders zouden worden gefinancierd. De Amerikanen voeren soms als argument aan dat de wildbouw van de opstandelingen milieu-onvriendelijk zou zijn. Anderzijds vliegen zij over illegale plantages in het bos en vernietigen deze met plantendodend gif.

Coca, waaraan de frisdrank op de eerste plaats zijn naam ontleent, is nog steeds niet te koop in Europa.

Ook in Nederland is de heerlijke cocapruim met camote verboden en nemen wij, sukkels, genoegen met een ontkracht aftrekseltje in een flesje. Zelfs keurige producten als de verschillende merken cocathee worden hier geweigerd. Peru en Bolivia zijn echter trots op hun coca, zowel in traditionele (thee en pruim) als in moderne vorm (tandpasta en frisdrank). Ze willen gaan exporteren, zodra het mag van de internationale gemeenschap.

Gelukkig tref ik een vriendelijke toerist, die wat uit het Andesgebied heeft meegebracht. Hij geeft me wat zwarte camote, bereid uit de wortel van de bananenplant. Door de werking van de cocaïne, hoe klein de hoeveelheid ook is (1 procent), voel ik plotseling mijn wang tintelen. De dropachtige smaak van de camote doet nog het meest aan coca cola denken. Zou het er misschien een geheim ingrediënt van kunnen zijn?

Meer over