Coalitiebesprekingen

Vier jonge meisjes. Denk ik aan coalities, dan denk ik aan de vier jonge meisjes in het huisje Mon Plaisir....

Marjolein Februari

Anna Blaman schreef met haar bladzijde over de vier jonge meisjes in het huisje Mon Plaisir de mooiste passage over coalitievorming uit de wereldliteratuur. Dan hebben we het over een bladzijde uit haar roman Eenzaam avontuur uit 1948. Ze schrijft er over vier jonge meisjes die samen een vakantiehuisje hebben gehuurd, waar ze voornamelijk thee drinken en een beetje banjo spelen. Het is 1948 tenslotte.

De vier jonge meisjes lijken niet erg op elkaar, dus ontstaan er botsingen en divergenties. 'Dezelfde botsingen en divergenties als in 't gewone leven', schrijft Anna Blaman, 'maar als een onderstroom, verholen, spannender, funester, leerzamer.' Om het hoofd te bieden aan al hun onderlinge verschillen, sluiten de meisjes tijdelijke coalities - ligues, zegt Blaman - en dan blijken ze door het sluiten van die wisselende coalities zelf onophoudelijk van karakter te veranderen. Dit merkwaardige effect van de coalitievorming komt vooral aan de oppervlakte wanneer ze samen boodschappen gaan doen.

'Die boodschappen, daar ging men met z'n tweeën voor, en twee in alle mogelijke combinaties, en dat zijn er zes: A met B, B met C, C met D, B met D, A met C; en dat zijn zes vijandelijke ligues in geestelijke actie tegen de thuisblijfsters. Die thuisblijfsters, die slepen ook de gifpijlen der analyse en spanden ook de bogen der kritiek. Zo waren er dus twaalf vijandelijke ligues, zes in beweging, zes in kamprust. Maar daar kwam nog bij dat elke ligue, schijnbaar eensgezind, in waarheid werd gevormd door opposanten, zo volkomen opposant als zwart en wit, als heet en koud.'

'Dus', schrijft Blaman, en nu zet ze een stap waarmee ze de theorie van de coalitievorming glorieus achter zich laat, 'dus waren er in feite vierentwintig onverzoenlijke individualiteiten die met elkaar in het vrij kleine Mon Plaisir hokten, die slechts vier bedden hadden met haar vierentwintigen, dus met haar zessen één slaapplaats deelden, en met haar zessen op één stoel zaten, en met haar zessen minstens elkaar tegenspraken, die elkaar dwars zaten en in de weg liepen, elkaar verfoeiden en elkaar vertederden en soms ook elkaar zoet harmonisch afstemden op één en 't zelfde lied en zongen als één stem bij 't klokkende muziekje van de banjo-song.'

Deze passage, waarin Anna Blaman van vier jonge meisjes in een handomdraai vierentwintig jonge meisjes maakt, behoort al jaren tot mijn persoonlijke favorieten. Jazeker, er zijn boeken geschreven over de mathematische optimaliteit van hedonische coalities, er zijn boeken geschreven over stabiele subsets van coalitionele structuren, er zijn tal van leerzame boeken over algebra, vectoren, grafieken, functies, matches, selecties en nowhere zero integral flows; maar geef mij maar die vierentwintig meisjes.

Wat Anna Blaman laat zien, met haar vierentwintig meisjes op vier stoelen, is dat je niet simpelweg kiest voor één favoriete partij als er, bijvoorbeeld, vijf partijen zijn. Want het karakter van je favoriete partij verandert onder invloed van de tien coalities die die vijf partijen samen kunnen vormen. En het verandert onder invloed van de tien combinaties in de oppositie - zodat jouw ene favoriete partij al twintig verschillende karakters heeft in het uitzonderlijke geval dat er maar vijf partijen zijn. Stel je voor wat dat betekent als er zeventien partijen zijn om uit te kiezen! Ik kan me vergissen, maar ik denk dat we deze week allemaal op een partij met 153 karakters hebben gestemd, en het kan niet anders of we zijn bij al dat strategische wikken en wegen zelf ook flink versnipperd geraakt.

'Daar moet toch iets aan te doen zijn', zeiden de verstandige kiezers die 's avonds aan tafel tegenover me op één stoel zaten. 'Waarom vertelt iedere partij ons niet gewoon vooraf welke programmapunten ze straks bereid is in te leveren, bij het aangaan van al die mogelijke verschillende coalities? Dat zou het herkennen van haar diverse karakters een stuk gemakkelijker maken.' En inderdaad, ik zag meteen wat een uitermate verstandig voorstel dat was, maar zelf zaten wij alle 153 nog steeds met die vierentwintig meisjes in ons hoofd, dat waren 3672 meisjes, en ik moet zeggen, die zaten de conversatie danig in de weg.

Het was pas toen ik alle 3672 meisjes weer tegenkwam in zo'n 28 praatprogramma's tegelijk, en ik die 102816 meisjes ieder voor zich al haar 153 meningen dwars door elkaar heen hoorde verkondigden, dat ik temidden van die 15730848 meningen merkte dat ik koorts had. Ach, ik had me nog wel zo voorgenomen nu eindelijk definitief het belang aan te tonen van Blamans inzichten voor de komende coalitiebesprekingen, maar in plaats daarvan lag ik in bed met duizenden babbelende meisjes aan mijn hoofdeinde en deed ik geen oog dicht.

Zo vorderde de week moeizaam, want toen ik nog steeds grieperig, moe en met zware hoofdpijn opstond, waren de meisjes verdwenen, maar met de meisjes was ook de koortsige betovering uit de lucht en opeens zat alles tegen. Het regende, mijn beste schuimspaan plakte vast aan de vaatwasmachine, mijn telefoonapparaat bleek ontploft tijdens een stroomstoring; ik kreeg een bekeuring in de blauwe zone van een lege winkelstraat. En ik was mijn stem kwijt, en dat was maar goed ook.

Toen ik, net op tijd, mijn stem terughad, keerde vanzelf ook mijn betere ik terug, en ik wist opeens weer wat ik hier had willen vertellen. Iets had ik willen vertellen over de talloze karakters die het innerlijk van kiezers en partijen bevolken, en die wisselen naar gelang de omstandigheden. Enfin, dat zou ik ook wel hebben verteld, als die 3672 meisjes uit Mon Plaisir mijn arme hoofd maar met rust hadden gelaten.

Meer over