Interview

COA-baas Milo Schoenmaker over het gebrek aan opvanglocaties: ‘Het kan zo niet langer, dat vinden wij ook’

Er is dringend extra opvang voor asielzoekers nodig, zegt COA-baas Milo Schoenmaker. Liefst op permanente plekken. Terwijl gemeenten tegenstribbelen dreigt een herhaling van 2016, toen mensen in sporthallen moesten slapen.

Een groep vluchtelingen in het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Een groep vluchtelingen in het asielzoekerscentrum in Ter Apel.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Het gaat erom spannen, zegt bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Vijfhonderd asielzoekers moet het COA in zeer korte tijd zien onder te brengen. Lukt dat niet, dan kan weleens het scenario worden bewaarheid waar Nederland al sinds februari 2016 niet meer naar hoefde te grijpen en wat iedereen angstvallig wil vermijden. Asielzoekers die in sporthallen moeten slapen: crisisnoodopvang.

‘We zitten er heel dicht tegen aan’, zegt Schoenmaker. Zo snel mogelijk wil het COA daarom nieuwe noodopvanglocaties openen. Met verscheidene gemeenten is het in gesprek over het bouwen van ‘winterharde’ paviljoens zoals in Heumensoord. Waar die komen te staan, is volgens Schoenmaker niet belangrijk. ‘Het kan in heel Nederland. Waar nodig huren we bussen in. Maar we hebben haast.’

Er is hoe dan ook extra (nood)opvang nodig om de druk op het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel te verlichten, zegt Schoenmaker. Daar slapen al een week lang asielzoekers op veldbedden en stoelen. Vorige week verbleven er in Ter Apel honderden mensen meer dan de bedoeling was.

‘Onacceptabel’ noemde burgemeester Jaap Velema van Westerwolde de situatie woensdag in Nieuwsuur. Lokale fractievoorzitters eisen dat het kabinet desnoods andere gemeenten dwingt om asielzoekers op te nemen, om Ter Apel te ontzien.

Milo Schoenmaker, bestuursvoorzitter COA. Beeld Kiki Groot
Milo Schoenmaker, bestuursvoorzitter COA.Beeld Kiki Groot

Vindt u de situatie in Ter Apel ook onacceptabel?

‘De burgemeester heeft groot gelijk. Hij verwoordt precies wat onze medewerkers zeggen: het kan zo niet langer. Er moeten dringend nieuwe locaties bij, dan kan Ter Apel weer terug naar de afgesproken aantallen. Want het is onze grootste locatie, daar willen we zuinig op zijn.’

Er was volgens Velema tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 en 2016 ‘een bepaalde welwillendheid in Nederland om er met elkaar iets van te maken. En nu laat men Ter Apel ermee zitten.’ Heeft hij gelijk?

‘Die welwillendheid proef ik wel, hoor. Geloof me, er komen in november echt heel wat locaties bij. Maar het is ook een beetje de manier waarop we de asielketen in Nederland hebben georganiseerd: door het heel lokaal te doen. Als je op stel en sprong nieuwe plekken nodig hebt, moet je lokaal heel veel investeren om dat voor elkaar krijgen. Dat kost tijd.’

Waarom duurt het zo lang voordat gemeenten instemmen met opvang, als ze er al mee instemmen?

‘We voeren het hele jaar door gesprekken met gemeentebesturen. Vaak hebben wij een locatie op het oog, of iemand biedt ons een pand aan waarvan hij de eigenaar is en zegt: zou dat niks voor jullie zijn? Dan gaan we in gesprek met gemeenten. Nooit in de openbaarheid, omdat gemeenten zelf willen bepalen wanneer zoiets naar buiten komt.

‘Soms zegt een gemeente: op die plek kan er geen opvang komen. Omdat ze daar al eerder opvang hebben gehad en dat niet meer willen. Of er zijn andere plannen met een gebied. Soms zegt een gemeente: jaren geleden hebben we al iets gedaan, nu zijn anderen aan de beurt. Zeker voordat de Afghaanse evacués hier naartoe kwamen, zeiden gemeenten ook dat ze de urgentie niet zo voelden. Het lastige is: wij kunnen moeilijk voorspellen wanneer een locatie beschikbaar komt.’

Gemeenten stellen ook voorwaarden: ze willen bijvoorbeeld alleen gezinnen opvangen en liever geen alleenstaande mannen. Is dat voor jullie bespreekbaar?

‘In principe proberen we overeen te komen dat ze een gemêleerde groep opvangen. Er komen nu eenmaal niet alleen gezinnen naar Nederland, maar ook alleenstaande mannen, jongeren en ook veiligelanders (die geen toekomst in Nederland hebben, red.). Dat zeggen we ze ook: als we nu met jullie afspreken dat jullie alleen gezinnen mogen opvangen, moet de volgende gemeente de alleenstaande mannen opvangen. Dat zou geen eerlijke verdeling zijn.’

Zo’n gemeente denkt dan toch: nou en? Ik heb met mijn eigen inwoners te maken.

‘Dat kom ik ook wel tegen, ja. Maar als je gemeenten langer spreekt, hebben ze er ook wel begrip voor.’

Jullie hebben in november 2019 al tegen de provincies gezegd dat er vijfduizend opvangplekken bij moesten komen. Dat werden er achthonderd. Het asielsysteem blijkt nu niet flexibel genoeg om pieken als in Ter Apel op te vangen.

‘Daarom moeten we volgens mij op zoek naar stabiele plekken in het land. Waar we kunnen blijven. Niet voor een, twee of vijf jaar, maar voor langere tijd. Waar we kunnen investeren in goede opvang en onderwijs, waar ook vrijwilligers zich aan kunnen binden voor langere tijd. We zijn er nu mee bezig in Burgum en Emmen, we bouwen in Gilze, Den Helder, Grave, Maastricht en Amsterdam. Dat zijn allemaal eigen locaties.

‘Op die plekken moet je de krimp en groei van de asielinstroom kunnen opvangen. Als er minder dan bijvoorbeeld vierhonderd asielzoekers zijn, kunnen de vrijgekomen plekken naar studenten, arbeidsmigranten of spoedzoekers die acuut een woning nodig hebben.

‘We hebben het laten doorrekenen: zo’n permanente plek is goedkoper dan wanneer je, zoals nu, overal noodopvang moet optuigen. Hallen, zoals de Zeelandhallen in Goes, en recreatieparken zijn relatief dure investeringen. Nog een voordeel: je hebt met zo’n blijvende locatie ook die onrust niet als ergens een azc komt, of als het contract voor een azc moet worden verlengd.’

Demissionair staatssecretaris Broekers-Knol (Asielzaken) zei deze week dat er in november drieduizend extra opvangplekken beschikbaar komen. Kunt u dat garanderen?

‘Zoals het er nu voor staat, gaat dat lukken. Daarom zou het ook zo wrang zijn als we voor die tijd alsnog mensen in sporthallen moeten onderbrengen.’

Meer over