Clinton heeft nog een zware dobber aan Dole

Buchanan is vrijwel zeker uitgeschakeld als Republikeins presidentskandidaat. Niettemin heeft hij wel de toon gezet van de campagne. Ook senator Dole en Clinton ontkomen er niet aan serieus aandacht te besteden aan kwesties die Buchanan in zijn campagne aanroerde, meent Oscar Garschagen....

OSCAR GARSCHAGEN

ALLEEN grote blunders kunnen nog verhinderen dat senator Robert Dole in augustus zal worden aangewezen als de Republikeinse presidentskandidaat. Stokebrand Pat Buchanan is niet in staat gebleken met zijn ethisch reveil de Christian Coalition achter zich te verenigen. Een deel van christelijk rechts stemt toch op Dole in de hoop dat hij in het najaar Clinton zal verslaan. Buchanan is daartoe niet in staat, erkennen zij volmondig.

Evenmin slaagt Buchanan erin met zijn protectionistische ideëen de grote groep van gematigde conservatieve Republikeinen aan zich te binden. Althans niet in die mate die nodig is om door te breken naar de top van zijn partij en het Witte Huis. Verrassend is dat niet.

Buchanan past in de traditie van populisten die, in deze en de vorige eeuw, in naam van de kleine man ten strijde trokken tegen de spoorwegen, de banken, het grote bedrijfsleven, de overheid en de vakbonden. Met hun apocalyptische redevoeringen en tirades baarden zij opzien, verzamelden een aanhang, maar raakten opgebrand voordat zij echte macht konden verwerven.

Opnieuw is gebleken dat in de eerste fase van de altijd turbulente voorverkiezingen door proteststemmen aan gevoelens van onrust de vrije loop wordt gelaten. Dat hoort bij dit spektakel en Buchanan speelde daarin een mooie, demonische rol. In het beslissende stadium geeft toch altijd mainstream Amerika de doorslag en niet deze of gene verbaal begaafde vertegenwoordiger van extreem rechts.

Buchanans rol is echter nog niet uitgespeeld. Hij is in staat Dole te achtervolgen tot de Republikeinse Conventie in San Diego, waar hij, net als in 1992, de stemming ernstig kan bederven met zijn zelotische aanvallen op de abortuswetgeving en een beeld kan creëren van een hardvochtige partij. Buchanan kan bovendien verhinderen dat Dole tijdig de koers naar het midden verlegt - een noodzakelijke beweging om met steun van onafhankelijke kiezers en conservatieve Democraten Clinton te verslaan.

De spitsvondige tv-commentator heeft er in ieder geval voor gezorgd dat senator Dole hardhandig is wakker geschud en zich bewust is geworden van de echte kwesties in deze campagne: werkgelegenheid, stagnatie in de lonen en de enorme kloof tussen de middengroepen en de rijken. It's still the economy, stupid!.

De senator, een Washingtonse insider, maakte in New Hampshire een blunder toen hij erkende dat hij niet had verwacht dat 'handel en banen' een thema in de campagne zouden worden. Voor het eerst werd Dole zich ervan bewust dat de grote onrust in de middenklasse geen verzinsel is van linkse liberals, zoals minister van Arbeid Robert Reich en de voorzitter van de vakorganisatie AFL-CIO John Sweeney.

Twintig jaar van fusies, reorganisaties en massaontslagen vertalen zich, net als in 1992, in woede, onrust, cynisme en bitterheid over de overheid, het bedrijfsleven en de presidentskandidaten. Het vertrouwen in het bedrijfsleven, de vakbonden en de overheid, de pijlers van de maatschappij, is in 1995 gedaald tot een historisch dieptepunt. Buchanan zal weer verdwijnen, maar de boosheid en de onrust zorgen zonder enige twijfel voor krachtige stromingen, die van de komende presidentsverkiezing een hoogst onvoorspelbare strijd maken.

Zekerheid over werkgelegenheid is nooit typisch Amerikaans geweest, maar het verlies van 43 miljoen banen in de periode 1979-1995 en stagnatie van de loonontwikkeling eisen hun tol. In die periode heeft de Amerikaanse banenmachine dat verlies overigens ruimschoots gecompenseerd.

Sterker nog, er werden voldoende banen geschapen om ook vrijwel alle nieuwkomers op de arbeidsmarkt aan werk te helpen. Het aantal banen groeide van 90 miljoen in 1979 tot 125 miljoen in 1995.

Aan werkgelegenheid is in tegenstelling tot Europa geen gebrek. Het probleem is dat slechts 35 procent van degenen, die hun werk verliezen er in slaagt gelijkwaardig of beter betaald werk te vinden. De creatie van goed betaalde banen verloopt te langzaam. Ruim 70 procent van de Amerikaanse families telt een lid dat een, of vaker nog, drie of vier keer is ontslagen en in een volgende baan altijd met minder genoegen moest nemen.

Dertigers, veertigers en vijftigers die op het hoogtepunt van hun carrières voor de derde, vierde of vijfde keer worden weggesaneerd slagen er steeds minder goed in bij een ander bedrijf werk van gelijk niveau te krijgen. Netten om de val te vertragen ontbreken nagenoeg en uitwijken naar andere staten biedt, anders dan in de jaren zestig en zeventig, geen soelaas meer.

Voeg daarbij de stagnerende lonen - het gemiddelde salaris is nu 3 procent lager dan in 1979 - en de zeer ongelijke verdeling van de welvaart, en het resulaat is een mengsel van boosheid, onzekerheid en wantrouwen dat Amerika sinds de grote crisis van de jaren dertig niet meer heeft gekend.

Economen prijzen de Amerikaanse economie als de meest dynamische en produktieve ter wereld. Dat klopt, maar de koele cijfers voor inflatie, werkgelegenheid en produktiviteit zeggen niet alles. Voor miljoenen werknemers vertaalt de werking van de markt zich in stress, afnemend zelfrespect, echtscheidingen, vervreemding van kinderen en verval van gemeenschappen.

HET ongeschreven sociale contract tussen werkgevers en werknemers is allang verbroken. Tot grote weerzin van afgedankte werknemers en hun families worden snoeiende en snijdende captains of industry geëerd als daadkrachtige helden en overladen met salarisverhogingen en gigantische bonussen.

Tussen 1979 en 1995 groeide het gemiddelde inkomen van een gezin met 10 procent. Van deze winst ging 97 procent naar nog geen 20 procent van de gezinnen. En topmanagers met beloningspakketten die oplopen tot 16 miljoen dollar verdienen gemiddeld 255 maal zoveel als een werknemer met een salaris van 40 duizend dollar.

Zij worden royaal beloond door de aandeelhouders en Wall Street, waar iedere dag opnieuw records worden gebroken. Overigens zijn het niet alleen de rijken die van de hausse op de beurs profiteren. Bijna 40 miljoen Amerikanen hebben Wall Street de afgelopen twee jaar overspoeld met hun spaargelden, die zij in de zogenaamde mutual funds hebben gestoken. Anders gezegd, de middenklasse zet de middenklasse onder druk.

Technologische ontwikkeling en verscherpte concurrentie op de Amerikaanse markt zijn de belangrijkste oorzaken van deze al jaren durende crisis. Buchanan wekt de indruk dat buitenlandse concurrentie en legale en illegale immigranten rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de problemen van de middenklasse. Dat is pertinent onjuist.

Importen kosten 11,4 miljoen banen, maar scheppen 10 miljoen arbeidsplaatsen. Het netto-verlies is 1,4 miljoen banen en dat is te weinig om veel sociale onvrede te veroorzaken. Bovendien komen de meeste importen uit landen - Europa en Japan - waar de arbeidskosten hoger zijn. Het totale aandeel van buitenlandse handel (in- en uitvoer) in de Amerikaanse economie is net 10 procent.

Het opzeggen van handelsverdragen en het invoeren van tariefmuren werkt dus alleen maar contraproduktief. Nieuwe immigranten bezetten nog geen 10 procent van de arbeidsplaatsen en kunnen derhalve onmogelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de middle class blues.

De onzekerheid wordt vooral veroorzaakt door de concurrentie op de Amerikaanse markt, waar bedrijven overschakelen van wat minister Reich de oude massaproduktie-economie noemt naar de nieuwe economie, die gedomineerd wordt door informatietechnologie, wereldhandel en wereldwijde investeringen. Tientallen miljoenen Amerikanen dreigen deze overschakeling niet mee te maken. Driekwart van de bevolking denkt dan ook dat voor hen de Amerikaanse Droom voorbij is.

Buchanisme mag dan niet het antwoord zijn, maar president Clinton en senator Dole zijn ervan doordrongen geraakt dat zij overtuigend moeten reageren op de angst van de middenklasse.

Grote illusies hebben de Amerikaanse kiezers niet en dat is terecht, want snelle oplossingen zijn er in de open, geliberaliseerde Amerikaanse economie nauwelijks voorhanden. Dole wil Republikeinse recepten toepassen, zoals het verlagen van belastingen, het verkleinen van de overheid en het afschaffen van regels die het bedrijfsleven hinderen.

Als hij gekozen wordt zal hij de Republikeinse begrotingsvoorstellen, belastingverlagingen en hervormingen van het sociale stelsel snel uitvoeren. Hij zal het Contract met Amerika nieuw leven inblazen.

Clinton kiest een socialere benadering. Hij wil de door hem gesteunde vrijmaking van de wereldhandel en sectoren als de banken, het transport en de telecommunicatie begeleiden met verzachtende maatregelen, zoals het verhogen van het minimumloon en gesubsidieerde trainingen. De meer creatieve ideeën van minister van Arbeid Reich, die de belastingen wil verlagen voor bedrijven die zich extra inspannen om werk te behouden en werknemers om te scholen, worden door Clinton opmerkelijk genoeg niet gesteund.

In het zeer wisselvallige politieke klimaat is Clinton kwestbaarder dan wordt verondersteld. In de afgelopen drie jaar is hij er niet in geslaagd de inkomensongelijkheid te verkleinen en de sociale gevolgen van de economische hervormingen te verzachten. De waarderingscijfers van de president zijn goed, maar uit meer specifiek opinieonderzoek blijkt dat kiezers zeer ontevreden zijn over zijn economische politiek. Bovendien heeft Clinton zijn basis van ongeveer 40 procent van de kiezers niet vergroot.

Een van de belangrijkste bijdragen aan het verkleinen van de onzekerheid - de invoering van een gezondheidszorgverzekering voor werkenden en werklozen - liep uit op een mislukking. Hij loopt het ernstige risico dat, als hij aan Amerika de Reaganeske vraag stelt 'Bent U beter af dan vier jaar geleden', miljoenen een negatief antwoord geven.

Als Dole er in slaagt zijn partij nieuwe energie te geven en zijn zurige imago te verbeteren, kan hij op dezelfde golven die Clinton in 1992 voortstuwden, naar het Witte Huis worden gedreven. De Republikeinen hebben zich bovendien in het zuiden, midden-westen en westen van het land aanzienlijk versterkt. De kracht van de Grand Old Party in alle zuidelijke staten, zelfs Arkansas, is slecht nieuws voor Clinton.

Zeker als Ross Perot en zijn Reform Party in wording buiten de strijd blijven, staat Clinton - om met zijn campagnestrateeg James Carville te spreken - een 'ruig gevecht' te wachten. Hij heeft dan alle tactische voordelen van zijn prestigieuze ambt, zijn goed gevulde kassen en zijn aanzienlijke talent als campagnevoerder nodig om Dole en de Republikeinse machine, die in 1994 het Congres veroverde, tegen te houden.

Oscar Garschagen is correspondent van de Volkskrant in Washington.

Meer over