InterviewMachteld van Rooij

Cliëntenstop bij Jeugdbescherming Brabant: ‘Voelt vreselijk dat we kinderen niet kunnen helpen’

De Jeugdbescherming Brabant heeft vanwege nijpende personeelstekorten een cliëntenstop tot het einde van dit jaar afgekondigd. Een noodzakelijke beslissing, stelt jeugdbeschermer Machteld van Rooij (40), die al twintig jaar in het vak zit. Maar het schuurt wel. ‘De veiligheid van het kind staat onder druk.’

Irene de Zwaan
null Beeld anp
Beeld anp

Toen Machteld van Rooij na haar vakantie terugkeerde op kantoor, hoorde ze dat vier collega’s zouden vertrekken. Nog diezelfde week dienden nummer vijf en zes zich aan. En zo gaat het eigenlijk al maanden: de een na de ander zwaait af. Ze zijn opgebrand. Of maken een overstap naar een organisatie met een beter salaris of een minder hoge werkdruk.

‘Ik snap het heel goed’, zegt Van Rooij. ‘Maar voor ons vak is het funest. Het voelt vreselijk dat we niet de mensen hebben om kinderen die bij ons worden aangemeld te helpen.’

Als jeugdbeschermer komt Van Rooij in actie op het moment dat de rechter heeft besloten dat ouders dusdanig tekortschieten in hun zorgtaak dat gedwongen hulpverlening nodig is. Een jeugdbeschermer ziet erop toe dat dit traject goed verloopt. ‘We stellen de kaders waarbinnen een kind veilig moet opgroeien’, vat Van Rooij haar rol samen.

Bij Jeugdbescherming Brabant werken 220 jeugdbeschermers, die gemiddeld 18 gezinnen onder hun hoede hebben. De norm is 14, en als het aan brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland ligt wordt die zelfs verder naar beneden bijgesteld naar 10.

Maar voor een organisatie die haar personeelsbestand ziet krimpen en de vraag alleen maar ziet toenemen, is dit voorlopig toekomstmuziek. Dat geldt overigens voor meerdere jeugdbeschermingsorganisaties: de personeelstekorten zijn een landelijk probleem. Toch is de werklast nergens zo hoog als in Brabant.

In een interview met het Brabants Dagblad spreekt Rinda den Besten, die dit jaar aantrad als bestuurder bij de Jeugdbescherming Brabant, van ‘een totaal overspannen toestand’. Een cliëntenstop tot het einde van dit jaar zou volgens haar de enige manier zijn om de zaken weer op orde te krijgen.

Van Rooij is blij met de beslissing. ‘Als er te veel kinderen onder jouw verantwoordelijkheid vallen, kun je niet de gewenste kwaliteit leveren.’ Maar, zo zegt ze ook: het schuurt. ‘Het gaat om kinderen die al zoveel hebben meegemaakt, waar al zoveel hulp aan vooraf is gegaan en die overal maar moeten wachten. Het voelt vreselijk dat we hierin keuzes moeten maken.’

Hoe heeft het zover kunnen komen?

‘Als jeugdbeschermer heb je te maken met multi-probleemgezinnen. Daar speelt van alles, op meerdere terreinen. Schulden, opvoedmoeilijkheden, kinderen die uitvallen op school. De laatste jaren is het werk veranderd. Het zwaartepunt is steeds meer op complexe scheidingen komen te liggen. Dat is energieslurpend, want ouders proberen je onderdeel te maken van hun strijd.’

Jullie komen nauwelijks meer aan de kinderen toe?

‘Als je niet oplet, dan gebeurt dat inderdaad. Ik denk dat veel collega’s om die reden zijn afgehaakt. Ze zijn juist het vak ingegaan om kinderen te helpen. Daar komt bij dat de bureaucratie sinds de overheveling van de zorg van het Rijk naar de gemeenten (in 2015) enorm is toegenomen.

‘Jeugdbeschermers zijn geen hulpverleners. Het is aan ons om de juiste specialisten in te zetten. Maar dat duurt soms zo lang dat we in de tussentijd proberen zelf maar zo goed mogelijk te bemiddelen. Daardoor sta je voortdurend onder druk. Het werk gaat altijd maar door.’

Wat heeft de uitval van collega’s voor gevolgen voor de cliënten?

‘Die krijgen telkens te maken met wisselingen. Het doet iets met hun vertrouwen als de achtste gezinsvoogd op rij zich meldt. Bij elke wisseling gaat er bovendien informatie verloren. Nieuwe collega’s moeten langdurig worden ingewerkt. Het duurt misschien wel twee jaar voordat een jeugdbeschermer de finesses van het vak kent.

‘Dat vraagt om goede begeleiding. Maar op een moment dat een organisatie onder druk staat, is daar de tijd niet voor. Als er cliënten en kinderen zijn die intussen om hulp roepen, dan gaat daar de eerste aandacht naar uit.’

De in juni aangekondigde cliëntenstop wordt nu verlengd tot het einde van dit jaar. Wat gebeurt er met nieuwe gezinnen die wachten op toezicht?

‘Gelukkig krijgen we steun van onze collega’s in de regio en van de gemeenten, die een ondersteunende crisisorganisatie hebben ingericht. De William Schrikker Stichting (een jeugdzorginstelling die is gespecialiseerd in hulp aan kinderen en ouders met een beperking of chronische ziekte, red.) heeft aangeboden om tijdelijk nieuwe cliënten van ons over te nemen. Maar ook deze organisatie kampt met personeelstekorten.’

Kunnen alle nieuwe cliënten wel op tijd geholpen worden?

‘Vertragingen zullen onvermijdelijk zijn. In de jeugdhulp gelden strikte termijnen. Nadat een rechter een ondertoezichtstelling heeft opgelegd, moet een jeugdbeschermer binnen vijf werkdagen de ouders en kinderen hebben gezien en gesproken. Binnen zes weken moet er een plan van aanpak liggen, waarin in samenspraak met de ouders wordt afgesproken wat het gezin te wachten staat.

‘Die termijnen zullen overschreden worden. Altijd geldt: acute veiligheid gaat boven alles. Als die in het geding is, dan zorgen we ervoor dat er iemand beschikbaar is.’

Wat maakt dat u dit werk al twintig jaar volhoudt?

‘Ik ben nog steeds heel trots op mijn vak. Je kunt als jeugdbeschermer echt van betekenis zijn. Er zijn ook veel mooie momenten. Bijvoorbeeld als een kind met wie het eerst moeizaam ging slaagt voor de middelbare school. Of als een ouder zegt: fijn dat je dit voor me hebt geregeld. Het vak kampt met een imagoprobleem, maar ik zou het bijna van de daken willen schreeuwen: we hebben het mooiste vak ter wereld.’

Meer over