Cleopatra VII- een lekker royalty-verhaal

Een vrouw in de meest lieflijke en de meest vervloekte zin des woords, schreef Heinrich Heine over Cleopatra. Ook Tiepolo, Shaw en Shakespeare raakten onder haar bekoring....

door Karin Veraart

Verwend, boosaardig en zestien jaar was ze. Dat wil zeggen, voor George Bernard Shaw. Ze zegt: 'Mijn overgrootmoeders overgrootmoeder was een zwart katje, een jong van de heilige witte kat; en de Nijl nam haar tot zijn zevende vrouw. Daarom is mijn haar zo golvend. En ik wens dat men mij laat begaan zoals dat mij belieft, of het nu de wil der goden is of niet: dat komt omdat mijn bloed is gemaakt met Nijlwater.' Mysterieus - ook. Maar vooral: eigenzinnig, wispelturig. Zijn toneelstuk over haar bezorgde de Ierse schrijver een eerste grote triomf.

Een sfinx, een haast goddelijk wezen, een enigma? Michelangelo schetste haar naar zijn verbeelding, alleen haar gelaat en ranke hals, gracieus, melancholiek, haar haar weelderig en op zeker moment verstrengeld met de slang die haar bondgenoot in de zelfmoord zou zijn.

Triomferend is ze op het doek van Giovanni Battista Tiepolo, die haar een kolossale parel laat oplossen in wijnazijn - om die vervolgens in één teug achterover te slaan. Haar disgenoot deinst een stukje terug, overrompeld. Niet lang en zij zullen minnaars zijn.

Onweerstaanbaar - zelfs voor de meest onverschrokken wereldleiders van haar tijd. Zij, wier schoonheid, intelligentie en levenswijze dusdanig meeslepend waren dat men een eeuw voor de jaartelling al smulde en schande sprak van de legenden waarmee Shakespeare, Shaw, en Hollywood zo veel later nog steeds uit de voeten konden. Zij, die ook niet helemaal deugde, natuurlijk. Misschien wel helemaal níet.

Wie was zij? Cleopatra VII (69/70-30 v.Chr.), dochter van Ptolemaeus XII, laatste koningin van Egypte. Telg uit een roemrucht Macedonisch geslacht dat teruggaat tot de tijd van Alexander de Grote, stichter van Alexandrië. Erfgename van een redelijk welvarend maar slecht geleid, rommelend rijk dat zich geconfronteerd ziet met een steeds begeriger en machtiger Rome te wester zijde; het Rome van Julius Caesar, het Rome van Marcus Antonius, het Rome van Octvianus, het Rome van intriges.

Wie was Cleopatra? De makers van Cleopatra of Egypt, From History to Myth in het British Museum hebben die vraag al snel naast zich neergelegd. Een eenduidig antwoord, stellen zij, is onmogelijk. Hoogstens kan eenieder persoonlijk zich afvragen: wie is míjn Cleopatra? Waarop zoveel antwoorden mogelijk zijn als er vragenstellers zijn.

Opgravingen

Ze konden dan ook putten uit een groot aantal bronnen. Opgravingen uit de oudheid, gewoonlijk verspreid over de wereldmusea zijn bijeengebracht en aangevuld met recente, soms nog niet eerder geëxposeerde vondsten uit Alexandrië; beeldende kunst, van Tiepolo's Het banket tot Cleopatra's Marriage Contract III, een werk uit 2000 van de Amerikaanse kunstenares Barbara Chase-Riboud; literaire data: hedendaagse citaten en passages uit oude geschriften (beetje jammer dat Goscinny en Uderzo ontbreken); curiosa, als waaiers en zakhorloges uit de zeventiende eeuw met scènes uit het leven van de Egyptische vorstin. En uiteraard de cinematografische bronnen: Cleopatra in Hollywood.

Het resultaat is allerminst een stoffig-wetenschappelijke bedoening: de bezoeker wordt de Ptolemaeïsche wereld binnengelokt en, als al die anderen voor hem, geïnspireerd mee te denken (en fantaseren) over hoe het eraan toeging aan het hof: die wereld van politieke listen en bedrog, feestelijke uitspattingen, groots uiterlijk vertoon, incest en overspel, hartstochtelijke liefde, meervoudige moord.

Cleopatra is een vrouw in de meest lieflijke en de meest vervloekte zin des woords, schreef Heinrich Heine. Weergaloos verleidelijk en dodelijk tegelijkertijd; mannen sneuvelen aan haar, ook in de letterlijke zin. Is een huwelijk tussen broers en zusters goed gebruik in Ptolemaeïsche kringen, dat het allesbehalve een veilige aangelegenheid is, ondervinden Ptolemaeus XIII en XIV. Met eerstgenoemde trouwt ze als ze zeventien is, hij is dan tien. Samen delen ze de troon, maar al gauw komt daar onenigheid van, die na een aantal jaren resulteert in een verdrinkingsdood in de Nijl. Ptolemaeus XIV vergaat het daarna niet veel beter.

Voor de tentoonstelling is ter illustratie van dat toch wat curieus gebruik een drietal marmeren koppen bijeengebracht waarvan de gelijkenis in het oog loopt: Ptolemaeus III en Berenike II, voorouders van Cleopatra, gelijkende gelaatstrekken (helaas ontbreken de neuzen), broer en zus, man en vrouw, koning en koningin. Het derde hoofd is van de god Sarapis. De connectie tussen het goddelijke en het koningshuis is zo gelegd. Ook Cleopatra is een godin gelijk. Met graagte kleedt zij zich als Isis, de belangrijkste der Egyptische goden.

Neus

Echt veel betrouwbare portretten van Cleopatra zijn er eigenlijk niet. Die legendarische schoonheid, wellicht met die iets te geprononceerde, maar o zo karaktervolle neus, is in de loop der eeuwen een eigen leven gaan leiden. Een pronkstuk van de expositie is een zwart basalten Ptolemaeïsche koningin, een van de best bewaard gebleven beelden in zijn soort, uit de collectie van de Hermitage in St.-Petersburg. Onderzoekers durven er nu na lang dubben van uit te gaan dat het om Cleopatra VII draait; ook omdat haar kroon drie brilslangen (machtssymbool!) telt, waar voorgangers er meestal twee droegen.

Cleopatra, geheel in Egyptische stijl met driedelige pruik, schrijdt voorwaarts, een dubbele hoorn des overvloeds in haar linker arm geklemd. Ze draagt een haast transparant gewaad, waarin haar welvingen goed zichtbaar zijn. Maar omdat het zo stijlvast is, zegt het gezicht - ovaal met verder hoekige trekken en enorme ogen - maar weinig over de echte variant. Zo zag ze er dus niet uit.

Wel heeft een en ander opnieuw speculaties over haar huidskleur gevoed. Want is haar vader zonder twijfel Ptolemaeus XII, bijgenaamd de fluitspeler vanwege zijn passie voor dat instrument, over Cleopatra's moeder tast men in het duister. Een willekeurige slavin? Was Cleopatra zwart? Niet volgens Hollywood, in elk geval. En: 'Als ze al zwart was, heeft nooit iemand er ook maar iets over gezegd', peinst de Britse onderzoeker Michael Foss in zijn The Search for Cleopatra.

Munten, een belangrijke bron waarvan er een opmerkelijke hoop bewaard en te zien zijn in het British Museum, geven ook al geen uitsluitsel.

Wat ze wel laten zien is allesbehalve flatteus: bronzen, eendimensionale Cleopatra's, en profil, in Hellenistische stijl; met haar halfgeopende mond en lelijke haakneus is ze een boosaardige heks gelijk. Schrijft Anatole France (1899): 'Er bestaan penningen met de afbeelding van Cleopatra...Op alle is ze afgebeeld met grote, scherpe trekken en een buitengewoon lange neus...wanneer we die penningen zouden geloven zou die neus buitenproportioneel zijn; maar we zullen ze niet geloven, nee, zelfs niet wanneer mensen ons de álle penningencollecties van de Bibliothèque Nationale, het British Museum en het Weens Kabinet zouden voorleggen. De trekken die Caesar het wereldrijk deden vergeten, werden niet bedorven door een belachelijke neus.'

Cleopatra weet Julius Caesar in eerste instantie te bekoren met een grapje, zo wil het verhaal. Een practical joke die door Hollywood dankbaar werd uitgewerkt. In het liefst twee uur en 56 minuten durende epos Cleopatra uit 1963 komt Elizabeth Taylor - glanzend zwart haar als een helm, parmantig neusje en indrukwekkend zwart-blauw aangezette ogen - uit het Perzisch tapijt gerold waarin zij zich het paleis heeft laten binnensmokkelen, tot vlak voor de voeten van een geamuseerde Caesar (Rex Harrison). Hoewel Taylor letterlijk moest braken bij de eerste vertoning van de film, zag ze volgens de legende liefde op het eerste gezicht.

Of toch berekening? Cleopatra kan de steun en de status van een machtig man op dat moment goed gebruiken, en Caesar is nu eenmaal een womanizer ten top. Hoe dan ook, volgens de Romeinse historicus Dio Cassius was het niet in de laatste plaats haar scherpe geest die Caesar wist te waarderen. 'Het was onmogelijk met haar te converseren zonder direct door haar te worden bekoord', aldus Cassius (150-235), terwijl biograaf Plutarchus, bron van Shakespeare en vooral daardoor tot de dag van vandaag geraadpleegd, haar taalgevoel prijst. 'Ze kon eenvoudigweg haar tong, als was het een meer;snarig instrument, buigen in iedere taal die ze wenste.'

Cleopatra was de enige Ptolemaeïsche vorst die Egyptisch sprak. Uit hoffelijkheid? Of om een dreigende opstand in haar wankele rijk te bezweren? Caesar is in elk geval onder de indruk.

De vrucht van hun liefde heet Ptolemaeus Caesarion van wie kort geleden de beeltenis is opgedoken in de haven van Alexandrië, locatie van de antieke koninklijke verblijven. De zoon biedt Cleopatra de mogelijkheid zich een aantal jaren later bij Caesar te voegen in Rome. Zich wentelend in weelde verblijft ze in zijn buitenverblijven - totdat hij wordt vermoord.

Smult de gewone Romein van een lekker royalty-verhaal, velen noemen het een gotspe; Caesar was nog getrouwd ook. 'Ik kan niet zonder een gevoel van kwelling terugdenken aan de arrogantie van de koningin, wonend in haar villa aan de overkant van de Tiber', mopperde Cicero. De Romeins orator, staatsman en filosoof (106-43 v.Chr.) kon haar niet uitstaan. 'Dronken van vernietigingszin, bedwelmd door donker genot, droomde ze zichzelf goddelijkheid in Rome', schrijft Horatius, die haar mogelijk persoonlijk heeft gekend; hij was in de twintig toen Cleopatra in Rome resideerde. Boven alles vervloekte hij haar om het feit dat ze - veel later - een Romeins edelman tot slavernij kon brengen. Marcus Antonius.

Jager

Antonius valt Cleopatra ten prooi, anders dan Caesar, die zelf eerder de jager was. Antonius is impulsief, een doener, een legeraanvoerder van het eerste uur - Caesar was ouder en veel wijzer.

Het grote beeld op de tentoonstelling toont een rijpe man, met al wat dunnend haar, een lange neus en een contemplatieve uitdrukking op zijn gegroefd gelaat. Antonius, even verderop, is opmerkelijk genoeg ook enigszins in gedachten verzonken; niet zoals we hem kennen. Mogelijk heeft de beeldhouwer hem een uiterlijk willen geven even voornaam als zijn voorbeeld en rivaal - want van naijver is natuurlijk sprake.

Was de tapijtscène met Caesar voeding voor de verbeelding, de eerste ontmoeting met Antonius is bijna nog legendarischer en exemplarisch voor het latere luxeleven van het tweetal.

Ze váárt hem tegemoet, niet ver van de stad Tarsus, die om die reden nog steeds kan bogen op enige roem. Schrijft Shakespeare (Antony and Cleopatra, vertaling A.S. Kok):

Het vaartuig waarop zij zich bevond geleek in het glanzende zonnelicht een schitterende troon die op de wateren zweefde. De achtersteven was van geslagen goud; de zeilen waren van purper en met een geur doortrokken, dat de winden erop verliefd werden; de riemen waren van zilver, zij hielden de maat op de muziek der fluiten (. . .). Wat haarzelf betreft - zij ging alle beschrijving te boven. Ze lag in haar paviljoen, dat met geweven gouddraad omhangen was (. . .). Aan haar beiden zijden stonden schone knaapjes met kuiltjes in de wangen als lachende cupido's; (. . .). Aan het roer stond een als Sirene geklede jonkvrouw.

Samen gooien ze alle remmen los. Ze zijn te vinden in Canopus, een chique badplaats voor de fine fleur van Alexandrië - het is notabene daar dat bovengenoemde buste-met-serieuze-uitstraling werd gevonden. Maar ook in Alexandrië is het goed toeven. De expositie kan bogen op een nog niet eerder getoond vloermozaïek - opgegraven op de plaats waar nu de nieuwe bibliotheek wordt gebouwd - met een zeer fijne afbeelding van een hondje, gezeten naast een kan; verwijzingen naar de goede dingen des levens, de jacht en de wijn.

De prachtigste sierraden geven indruk van de overvloed, en al is er maar één authentieke krabbel van Cleopatra bewaard gebleven, je gelooft direct dat ze Antonius hele liefdesepistels kraste in onyx en kristal.

'Heerlijk zou ik het vinden om echt Cleopatra te zijn', verzuchtte actrice Vivian Leigh, die alleen maar de rol vervulde in een verfilming uit 1945. En Sarah Bernhardt beweerde een ring te bezitten die van Cleopatra was geweest. Bernhardts aanbidder Pierre Lotti liet zichzelf van de weeromstuit verpakt in een tapijt bij haar afleveren.

Niet alleen bewondering is hun deel. Een olielampje met een karikatuur van de koningin gezeten op de penis van een krokodil spreekt voor zich. Vooral de Romeinen hebben het moeilijk met de slechte invloed van dat vreemde oosterse wezen op hun Antonius. Want op het krijgsveld gaat het niet geweldig meer.

Een merkwaardig beeldje getuigt nog van een laatste overwinning, op de Armeniërs: zoonlief Alexander van een jaar of zes in een Armeens folklorepakje. Maar even verderop liggen de droeve resten van een schip dat naar de kelder ging tijdens de noodlottige slag bij Actium - het begin van een einde zo vol pathetiek en tragiek dat Shakespeare het zelf geschreven zou willen hebben. Cleopatra pleegt zelfmoord in navolging van Antonius die op zijn beurt dacht dat zij gestorven was. Echte liefde.

Of echte trots? Egypte wordt van Octavianus, Ceasars achterneef met de uitpuilende ogen. Cleopatra gaat nog liever dood. She cannot be explained, zei Laurence Olivier, she can only be felt.

Meer over