Claire McGowan

Vermiste meisjes in Noord-Ierland, en een onderzoekster die genoeg lijken heeft gezien.

Claire McGowan: Verloren

****


Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekmann


Anthos; 380 pagina's; euro 15,- (euro 19,95 na 15 november)


'Ze zuchtte en probeerde te bedenken wat ze zich nog uit die tijd kon herinneren. 1985. Een slecht jaar, een jaar van moorden, rellen, bloedvergieten aan beide zijden, Margaret Thatcher in Downing Street, en tot slot de Engels-Ierse overeenkomst, waarbij werd afgesproken dat het Zuiden een stem kreeg in de toekomst van het Noorden. Alles viel uiteen en er ontstonden diepe kloven. Geen wonder dat daar mensen in verdwenen.'


Forensisch pycholoog Paula Maguire, rond de 30, werkt in Londen voor de meest geavanceerde Unit Vermiste Personen van het land. Ze krijgt weleens verzoeken om bijstand van andere korpsen. Dit keer komt zo'n verzoek uit Ierland, waar zesduizend vermissingen per jaar worden genoteerd.


Zo worden in het Noord-Ierse Ballyterrin - Maguires geboorteplaats - twee meisjes vermist. Ze heeft gezworen nooit meer terug te gaan, maar haar chef dringt aan. Haar werkwijze, dwars tegen de regels in - nee, u mag niet op een plaats delict komen -, leidt vaak tot succes, maar ontlokt ook protesten van bazen en andere betrokkenen.


Na twaalf jaar is ze terug in Ballyterrin. Het team waarmee ze moet werken, onder leiding van een Engelsman, is politiek uitgekiend samengesteld. Mannen en vrouwen, Noord-Iers en van de zuidkant van de grens, protestants en katholiek. Ze zoeken twee pubermeisjes. Cathy Carr wordt een week vermist, Majella Ward sinds drie weken. De laatste is van een traveller-gemeenschap, rondtrekkende mensen.


Er waren eerdere verdwijningen in Ballyterrin. In 1985 verdwenen Rachel Reilly en Alice Dunne. Een derde meisje werd teruggevonden in een bos. Opgehangen. Er leek geen verband te bestaan, toen niet en nu niet.


De Ierse burgeroorlog, The Troubles, heeft open wonden en diepe littekens nagelaten. Zowel bij Paula Maguire als bij de personen met wie ze in aanraking komt. Een vader vermoord, een kind vermoord, een moeder vermist. Een gewelddadig of onverklaarbaar afscheid. Iedereen is erdoor getekend.


Er wordt een meisje gevonden. Het lichaam gewikkeld in groen plastic. Het hoofd steekt eruit en aan de andere kant de onderbenen, met groene kniekousen. Een doorweekt deel van het bruine schooluniform. Gezicht en handen zijn opgezwollen door het water.


Paula denkt aan alle lijken die ze vanaf haar tienerjaren heeft gezien, de lijken waarnaar zij moest kijken. Soms is het alsof ze geen tranen meer heeft. Maar ze heeft er genoeg van om uit te leggen hoe dat kwam. Om te zeggen dat sommige dingen erger zijn dan het vinden van een lijk. Het níét vinden, bijvoorbeeld.


Het oplossen van de verdwijningen, moorden en zelfmoorden, voert terug naar de jaren zeventig en tachtig en naar 1920. De Bijbeltekst 'laat de kinderen tot mij komen' wordt in Ierland en overzee wreed ten uitvoer gebracht.


De setting wordt niet toevallig perfect in beeld gebracht. Auteur Claire McGowan (1981) groeide op in Noord-Ierland. Dat ze daarnaast ook vloeiend schrijft, maakt Verloren (The Lost), haar tweede thriller en het eerste deel van een serie, een boek dat stevig binnenkomt.


Het verhaal dat tot de oplossingen leidt, kan niet los worden gezien van de persoonlijke verhoudingen - vroeger beschadigd, nu een poging tot herstel. Ontroerende momenten, waarin uiteindelijk de gewelddadige dood verrassend van gezicht wisselt. Het einde biedt een opening naar het volgende boek.

Meer over