Churchill wist al in 1941 van executies joden door nazi's

Uit maandag in Londen openbaar gemaakte dossiers blijkt dat de Britse premier Churchill en hoge functionarissen van de inlichtingendiensten al in de zomer van 1941 op de hoogte waren van massale moordpartijen op joden in de Sovjet-Unie door de nazi's....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

LONDEN

De informatie over de slachtpartijen werd opgevangen door een speciale eenheid van het Britse leger, die boodschappen van Duitse commandanten in Oost-Europa en de Sovjet-Unie aan het hoofdkwartier in Berlijn decodeerde. De informatie was strikt geheim en slechts toegankelijk voor een kleine groep mensen op het hoogste niveau.

In de boodschappen worden de activiteiten van de Einsatzgruppen gerapporteerd, die opereerden in het spoor van de Wehrmacht, na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, in juni 1941. De speciale eenheden vermoordden naar schatting een miljoen joden.

Een van de eerste onderschepte berichten, uit juli 1941, meldt een slachtpartij onder joden in Wit-Rusland. 'Tijdens de schoonmaakactie van gisteren in Slonim zijn 1153 joodse plunderaars geëxecuteerd.' Een maand later berichtte de SS over het 'liquideren van 3274 partizanen en joodse bolsjewieken'. In een ander rapport meldt een SS-commandant dat 'in mijn gebied het aantal executies nu de grens van dertigduizend heeft overschreden'.

In september 1941 meldde de Britse decodeerafdeling GCCS aan de inlichtingendienst dat 'de executie van joden nu een zo regelmatig terugkerend gegeven is in deze rapporten, dat de cijfers uit de dagelijkse rapportage worden weggelaten'.

Vermoedelijk had dat te maken met de angst van de Duitse generaal Kurt Daluege, hoofd van de Ordnungspolizei ter plekke, dat zijn berichten zouden worden onderschept. Hij gebruikte daarom vanaf september 1941 de omschrijving 'acties volgens oorlogsgebruik' om de moordpartijen op joden te melden. Niettemin bleven ook berichten doorkomen waarin wel cijfermatige details werden gegeven over de aantallen vermoorde joden.

'Of al degenen die als ''joden'' worden geëxecuteerd dat ook inderdaad zijn, is natuurlijk twijfelachtig', schreef de GCCS in het najaar van 1941 aan de inlichtingendienst, 'maar de cijfers zijn daarom niet minder overtuigend als bewijs voor een politiek van wrede intimidatie, zo niet van volledige uitroeiing.'

De Britse rapporten werden openbaar gemaakt, zes maanden nadat soortgelijke documenten waren vrijgegeven in de Verenigde Staten. Dat de Britten wisten wat er in de Sovjet-Unie gebeurde, kon volgens historici niet naar buiten worden gebracht, omdat daarmee het feit dat de inlichtingendienst beschikte over de sleutel om de Duitse codes te breken zou worden verraden. Die kennis was in de eerste oorlogsjaren van vitaal belang.

Pas op 17 december 1942 kondigden de geallieerden aan dat zij de nazi's na de oorlog zouden vervolgen wegens oorlogsmisdaden. Een deel van de nu vrijgegeven rapporten werd gebruikt als bewijsmateriaal tijdens de berechting van Duitse oorlogsmisdadigers in Neurenberg.

Meer over