Christus' lijden zonder opwinding

Bij de een Latijns genot van zoete spijkers en beminde doornen, bij de ander hedendaagse compassie met droge lippen en uitgerekte ledematen - Georg Friedrich Händel en Frank Martin hadden allebei oog voor het fysieke lijden van Jezus Christus....

Jaco Mijnheer

Als voorbode van het passieseizoen, met in maart alleen al in het Amsterdamse Concertgebouw tien Mattheüssen, waren daar deze week van beide componisten een paasoratorium.

De Händel van La resurrezione (1708) was een jonge twintiger die al opera's had gecomponeerd en zich in Italië wilde bekwamen in de elegante stijl van Corelli en de Scarlatti's.

Maar in de lezing van het stuk die dirigent Paul McCreesh maandag met een Engelse cast en zijn eigen Gabrieli Consort gaf, was de opwinding ver te zoeken.

Het orkestspel was gaaf en in de aria's waren prachtige staaltjes van intieme instrumentale begeleiding te horen (hobo en vier blokfluiten; duet van viool en gamba), maar er is meer nodig om een publiek anderhalf uur lang te boeien. De tempi werden laag genomen en in de talloze herhalingen gebeurde weinig extra's.

Daar kwam bij dat het op zichzelf spannende verhaal door de solisten bepaald niet meeslepend werd gebracht. Bas-bariton Christopher Purves klonk als Lucifer veel te edel, terwijl het kleine geluid van sopraan Deborah York weinig hoopgevend was voor de strijd die zij als engel tegen hem moest leveren.

Tenor Marc Lebrocq (als de heilige Johannes) en mezzo Jane Irwin (als Maria Cleofe) waren onopvallend, alleen de warme sopraan Susan Gritton overtuigde als liefdevol-verdrietige Maria Magdalena.

Minder verzorgd, maar meer doorleefd was de volgende avond de uitvoering van Golgotha (1945-1948) onder leiding van Winfried Maczewski, ook bekend als koordirigent van de Nederlandse Opera.

Vooral in de donderende uitbarstingen die het Toonkunstkoor Amsterdam, het Nederlands Balletorkest en organist Peter Ouwerkerk produceerden, dreigden de muzikale contouren nogal eens te vervagen.

Maar de emotionele lading van de afwisselende taferelen zette Maczewski overtuigend neer, wakend voor een teveel aan Franse statigheid.

Martins zetting van de tekst, door hemzelf samengesteld uit de vier evangeliën en uit meditaties van Sint Augustinus, is steeds tonaal, maar soms behoorlijk complex met meerdere toonsoorten tegelijk.

Van de solisten, die allen een behoorlijke prestatie leverden, had alleen de Vlaamse bariton Werner van Mechelen een vaste rol: die van Christus, die hij met allure vertolkte. Opvallende momenten waren verder het Pilatusdilemma door tenor Ludwig Van Gijsegem en een trieste Augustinusmeditatie door alt Helena Rasker. Zonde dat het stuk maar één keer wordt uitgevoerd.

Meer over