Christenen in Midden-Oosten worstelen met identiteit

IN 1922, TIJDENS de Britse mandaatperiode, bleek bij een volkstelling 51,4 procent van de bewoners van Jeruzalem van christelijke afkomst....

Een vergelijkbare scherpe daling van het aantal christenen is in veel landen in het Midden-Oosten te zien. Velen vertrekken uit economische motieven, maar de meesten gaan weg omdat ze geen godsdienstige minderheid in een steeds intolerantere islamitische omgeving willen zijn. De Amsterdamse hoogleraar Anton Wessels vraagt zich in Arab and Christian? - Christians in the Middle East dan ook af of er straks überhaupt nog zoiets bestaat als een christelijke Arabier.

Voor velen is deze benaming al een contradictio in terminis. Zo verklaarde de Libische leider Kadhafi enkele jaren geleden dat hij Arabische christenen beschouwt als gespleten persoonlijkheden met 'een Europese geest in een Arabisch lichaam'. Willen ze echte Arabieren worden, dan moeten zij volgens hem het islamitische geloof accepteren.

Deze uitspraken staan niet op zichzelf. Zij illustreren de hedendaagse problemen van christelijke Arabieren in het Midden-Oosten. Velen worstelen met hun identiteit: zijn zij als christenen werkelijk een integraal onderdeel van de Arabische wereld? De christenen die ervoor kiezen hun geloof te blijven belijden, neigen ertoe zo onopgemerkt mogelijk te blijven in de Arabische wereld, of zij nemen een militante houding aan.

De Maronieten in Libanon zijn het beste voorbeeld van deze laatste groep. Al ten tijde van de kruistochten kozen zij partij voor de christelijke Europeanen, die zij als hun natuurlijke bondgenoten in de strijd tegen de islam beschouwden. Uiteraard zagen hun islamitische buren dit als collaboratie met een buitenlandse macht. Zodra het politieke tij keerde, hebben zij dan ook steeds een bloedige prijs voor hun keuzen moeten betalen.

Een groot deel van het boek besteedt Wessels aan een overzicht van de verschillende christelijke groeperingen in het Midden-Oosten. Hij toont op heldere wijze de staalkaart van kerken en kerkjes, presenteert hun ideeën en hun ruzies om de ware geloofsleer, en maakt hun verschillende geschiedenissen duidelijk.

In het Westen zijn de Egyptische kopten en de Grieks-orthodoxe kerk het bekendst, maar, net als hun protestantse geloofsgenoten in Nederland, hebben ook de orthodoxen hun uiterste best gedaan geschillen op de spits te drijven om uiteindelijk als uiterste consequentie een eigen kerk te stichten. Zo zijn er maar liefst drie kerken die de Syrische traditie claimen: de West-Syrische Kerk (ook wel Jacobieten genoemd), de Oost-Syrische Kerk (de Nestorianen) en de Maronitische Kerk.

Ook Armeens-orthodoxen, Armeens-katholieken, Grieks-katholieken, Syrisch-katholieken en de Chaldese katholieke kerk komen ter sprake. Iedere kerk heeft haar eigen traditie en beleving van het geloof, die vaak nog meer van elkaar verschillen dan de officiële geloofsleer.

Vaak waren disputen over bijvoorbeeld de menselijkheid dan wel goddelijkheid van Jezus de oorzaak van een breuk met de orthodoxe moederkerk. De onderdrukking door de orthodoxe kerk, die de staatskerk was in het Byzantijnse rijk, is dikwijls zelfs een reden geweest om de oprukkende moslims als bevrijders binnen te halen. Verschillende 'nationale' kerken zoals de Syrische en koptische kerken waren in een continue strijd met Byzantium verwikkeld. Zij zagen de komst van de islamitische Arabieren als een bevrijding van het imperialistische Byzantijnse juk.

De Jacobieten bijvoorbeeld genoten meer geloofsvrijheid onder de moslims dan zij ooit onder hun medechristenen uit Byzantium hadden gehad. Hoewel het gewoon het inruilen van de ene vreemde heerser voor de andere was, kregen de nieuwe heersers de voorkeur. Zij waren immers geen christenen en bemoeiden zich niet met de interne zaken van de kerk, iets dat de Byzantijnen wél deden.

De opeenvolgende islamitische dynastieën beschouwden christenen, net als joden, als 'mensen van het boek' en lieten hen in redelijke vrijheid hun godsdienst uitoefenen. Christenen hadden een speciale status en stonden onder moslim-bescherming (dhimma). Deze status gaat terug tot Mohammed en garandeert de godsdienstvrijheid van de christenen, in ruil voor het betalen van een hoofdelijke belasting (jizya).

De moslim-autoriteiten garandeerden de christenen bescherming te zullen bieden. Daar stonden voorwaarden tegenover. Christenen moesten bepaalde afwijkende kleding dragen, mochten geen gebouwen hoger dan moskeeën bouwen, niet in het openbaar wijn drinken, geen kruisen en varkens tonen, niet paardrijden en werden verplicht de doden te begraven zonder te huilen of te rouwen.

Dankzij deze betrekkelijke tolerantie konden sommige christenen uitgroeien tot belangrijke geleerden aan de hoven van de verschillende heersers. Uiteraard waren er perioden van onderdrukking, maar over het algemeen konden de christelijke groeperingen in alle rust hun geloof belijden.

Door de eeuwen heen kunnen perioden worden onderscheiden waarin sprake is van een opkomst van fundamentalistische stromingen. Dat kon gebeuren als reactie op de kruistochten, of als reactie op de huidige tijd, die Wessels kenschetst als 'neo-koloniaal'. De tegenwoordige fundamentalistische golf heeft ertoe geleid dat vele tienduizenden christenen hun toevlucht hebben gezocht in Europa en Amerika. In een aantal landen neemt de dreiging voor christenen toe. In een land als Egypte bijvoorbeeld zijn zij al slachtoffer van terreur en vervolgingen.

Wessels constateert bezorgd een voortdurende militante 'gettoïsering' onder de als vanouds strijdbare Maronieten van Libanon, met alle gevaren van dien voor de toekomst van het land. De schijnbare eenheid van Libanese christenen en moslims in het licht van de recente Israëlische agressie - ook christenen demonstreerden tegen Israël en zamelden geld in voor Hezbollah - zou in deze optiek wel eens van korte duur kunnen zijn.

Wessels vestigt zijn hoop duidelijk op die christenen die ondanks alles in het Midden-Oosten blijven en ernaar streven de christelijke kerk levend te houden. Het is echter de vraag of in de volgende eeuw de kerk niet louter uit ruïnes zal bestaan, zoals bij Aleppo in het noorden van Syrië. Daar geven de resten van een gigantische kerk de plaats aan waar eens Simon de Pilaarheilige moet hebben geleefd.

Charles Schoenmaeckers

Antonie Wessels: Arab and Christian? - Christians in the Middle East.

Kok Pharos; ¿ 50,-.

ISBN 90 390 0071 9.

Meer over