Reportage

Christelijke lhbti’ers op bedevaart: ‘De Canal Parade staat toch wat verder af van de gemiddelde kerkganger’

Met een pelgrimage tonen christelijke lhbti’ers hun dankbaarheid voor de vrijheid die zij hier genieten. Zelfs de Nashvilleverklaring heeft positieve (neven-)effecten gehad.

Een deelnemer aan de Pride Pelgrimage, een voettocht van kerkelijke lhbti'ers, op het aankomstpunt van de tocht, het Homomonument in Amsterdam. Op de achtergrond  leden van Extinction Rebellion. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Een deelnemer aan de Pride Pelgrimage, een voettocht van kerkelijke lhbti'ers, op het aankomstpunt van de tocht, het Homomonument in Amsterdam. Op de achtergrond leden van Extinction Rebellion.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

‘Als iemand zich christen noemt, vraag ik mij altijd af: wat voor sóórt christen ben je?’ Femke Soethoudt wil maar zeggen: het is nog niet vanzelfsprekend dat de leden van de regenboog- of lhbti-gemeenschap een volwaardige plek hebben binnen de kerk. Zijzelf, partner van een vrouwelijke predikant in Tilburg, heeft overigens nooit enige afwijzing ondervonden. Op haar negentiende ‘kwam zij uit de kast’, zoals het vroeger vaker werd genoemd dan tegenwoordig. Niet defensief, maar ook niet theatraal. Vervolgens viel haar een ‘natuurlijke acceptatie’ ten deel. Zowel in de kring van familie en vrienden, als in haar (protestantse) geloofsgemeenschap.

Toch blijft de worsteling van lhbti’ers in veel kerkgemeenschappen nog onbesproken, brengt acceptatie niet altijd waardering met zich mee, en wordt elke afwijking van de heteroseksuele norm aan de orthodoxe randen van de kerk nog weleens als zondig aangemerkt. Vandaar de vraag die soms bij Soethoudt opkomt bij ontmoetingen in haar eigen geloofsgemeenschap: wat voor sóórt christen ben je?

In de Utrechtse Janskerk, badend in ijl ochtendlicht, maakt zij zich op voor de Pride Pelgrimage: een voettocht langs elf kerken die de volgende dag, roze zaterdag, bij het Homomonument in Amsterdam zal eindigen. Met deze bedevaart – een oeroude manier om dichter bij God te geraken – wil initiatiefnemer Wielie Elhorst (52) een ode brengen aan 25 jaar Amsterdam Pride, en wil hij zijn dankbaarheid tonen voor alles wat de regenboog-gemeenschap in die periode heeft bereikt.

Roze kerk

Tezelfdertijd is theoloog Elhorst zich ervan bewust onderdeel te zijn van een onvoltooide emancipatie, die in grote delen van de wereld nog moet beginnen. En in Nederland, waar de rechten van lhbti’ers stevig in de wet zijn verankerd, vinden binnen de kerk ‘ongelijktijdige ontwikkelingen’ plaats. Zo huisvest de Janskerk, het vertrekpunt van Pride Pelgrimage, een oecumenische gemeente die al in de jaren tachtig een lesbische predikant beriep, die zich al bijna even lang als ‘roze kerk’ profileert, en die in de liturgie het eeuwige ‘Hij’ ging afwisselen met ‘Zij’.

Aan de andere kant van het spectrum staan predikanten die in 2019 de Nashvilleverklaring hebben onderschreven – een bekrachtiging van de orthodoxe opvattingen over huwelijk en seksualiteit. De Oud Gereformeerde dominee Anthonie Kort, die een verband legde tussen homoseksualiteit en corona, is een exponent van deze geloofsrichting. Aan hem, en aan zijn geloofsopvattingen, wordt geregeld gerefereerd in de gesprekken die de pelgrims onderweg voeren en tijdens de gebedsdiensten die zij onderweg bijwonen.

Elhorst ging voor in protesten tegen de Nashvilleverklaring, en alles waar die voor stond, maar ruim tweeënhalf jaar na dato onderkent hij dat deze manifestatie van orthodoxie ook een gelukkig (neven-)effect heeft gehad. ‘Sommige ondertekenaars zijn erg geschrokken van alles wat die verklaring heeft teweeggebracht. Als reactie daarop zijn de opvattingen over homoseksualiteit toch enigszins gaan kantelen. Er zijn studiedagen over het thema belegd, en er hebben ontmoetingen plaatsgevonden die er anders wellicht niet zouden zijn geweest.’

Orthodoxe nestgeur

Elhorst heeft begrip voor lhbti’ers die ondanks de Nashvilleverklaring niet willen breken met een orthodoxe geloofsgemeenschap waarin ze zijn opgegroeid en waarvan zij de nestgeur zo goed kennen. ‘Een kerk is tenslotte geen vereniging waar je zo maar even uitstapt.’ Maar er zijn grenzen aan wat gelovige lhbti’ers zichzelf zouden moeten aandoen. ‘Als deelname aan het kerkleven betekent dat je jezelf moet verloochenen, moet je toch echt voor jezelf kiezen.’

Aan de Pride Pelgrimage nemen zo’n dertig mensen deel, overwegend vrouwen. Aan hun vertrek, vanuit de Janskerk, gaat een korte gebedsdienst vooraf. ‘We bidden voor een extra kleur op de wang en een extra letter bij de reeks lhbti’, zegt de voorganger. Zij bidt voor de mensen in Georgië die onlangs door nationalisten en orthodoxe gelovigen uit een met regenboogvlaggen versierd gebouw zijn geranseld. ‘Pak je stok, en ga als gezegende mensen’, moedigt zij de bedevaartgangers aan – nadat de laatste woorden van het Onze Vader zijn uitgesproken. Gehuld in passende kleuren en gewapend tegen de voorspelde regen, lopen zij de Lange Jansstraat in, op weg naar de eerste tussenstop, de Oranjekapel in Utrecht-Zuilen.

De volgende dag posteert predikant Herman Koetsveld zich even na tweeën bij de ingang van ‘zijn’ Westerkerk in Amsterdam om de pelgrims te begroeten. Binnen bereidt de organist zich voor op het concert dat om drie uur zou moeten beginnen. Alleen als hij alle registers opent, overstemt hij de muziek waarmee de Amsterdam Pride buiten – bij het Homomonument aan de Keizersgracht – wordt gevierd. Te midden van deze uitbundigheid blijft de aankomst van de pelgrims vrijwel onopgemerkt. Ze nemen – moe maar ogenschijnlijk voldaan – plaats op de trappen van het monument, waar Koetsveld en Elhorst woorden van dankbaarheid uitspreken die verloren gaan in het feestgedruis en de straffe wind.

Canal Pride

Iedere deelnemer die van plan was de hele pelgrimage af te leggen, heeft dat ook gedaan, zegt Elhorst bij de nabeschouwing. Anderen hebben een stukje meegelopen. Hijzelf wist in Abcoude, het eindpunt van de eerste dag, nog zeker: dit doe ik eens, maar nooit meer. Maar enkele uren nadat hij in de consistoriekamer van de Westerkerk afscheid heeft genomen van zijn lotgenoten speelt hij al met de gedachte volgend jaar opnieuw een Pride Pelgrimage te organiseren. ‘De Canal Parade, gesteld dat die volgend jaar weer kan worden gehouden, staat wat verder af van de gemiddelde kerkganger. Die stapt toch niet zo snel in een volle boot met feestelijk geklede mensen. Maar een pelgrimage is wat laagdrempeliger: iedereen kan meelopen – een paar etappes of het hele eind. Al was het maar om de buitenwereld te laten zien hoe veelkleurig de kerk is.’

Meer over