Choreograaf Ton Simons biedt Rotterdamse Dansgroep hoop

'Oost west, thuis best', moet choreograaf Ton Simons hebben gedacht toen hij Northern Light aan het maken was, het stuk waarmee de Rotterdamse Dansgroep haar 25-jarig bestaan viert....

Het lijkt symbolisch, een verwijzing naar de overstap die Simons per 1 oktober maakt als hij artistiek leider Käthy Gosschalk opvolgt. Dan komt een einde aan zijn jarenlange verblijf in New York. Hij komt terug in Rotterdam, de stad waar hij in 1976 zijn carrière als choreograaf begon.

Met grote regelmaat werkte hij al voor de Rotterdamse Dansgroep. Zijn werk vormt zelfs de ruggengraat van het repertoire. Het was niet meer dan logisch dat hij Gosschalk zou opvolgen.

Het jubileum en het afscheid van Gosschalk, die na een kwart eeuw haar taak als volbracht ziet, werden gevierd in het Theater aan de Schie. Met een vlotte door Gosschalk geregisseerde ceremonie, zonder veel poespas of sentiment. Met passende woorden en de aanbieding van de eerste exemplaren van het jubileumboek - provocerend Moed en avontuur geheten. Stijlvol besloot ze met een gedicht van Slauerhoff.

Met haar vertrek als leidster telt de Nederlandse dans een markante persoonlijkheid minder. Gosschalk heeft zeker de kans benut in Rotterdam de moderne dans van de grond te tillen. Van haar educatieve groep (Werkcentrum Dans) heeft ze een groep van formaat gemaakt. De bloeitijd van de groep lag in de jaren tachtig, met werk van wat Amerikaanse postmodernen. Zelfs wist ze (bestaand) werk van Merce Cunningham voor de groep te bemachtigen.

Maar haar eigen werk was niet altijd even boeiend en haar keuze voor gastmakers niet altijd even gelukkig. Van die kritiek wilde ze niets weten. Ze zag geen kans het verslechterende imago van de groep te verbeteren. Simons staat nu voor de taak de groep nieuw leven in te blazen.

Over de kwaliteit van zíjn werk bestaat in elk geval geen twijfel. Ook dit Northern Light is een dikke aanwinst. Glenn Goulds The Goldberg Variations, diens beroemde Bach-bewerking, vormen de humus in deze abstracte choreografie. Het zou gemakkelijk kunnen uitmonden in een kabbelend werkje, maar dat gebeurt niet. De zestig minuten vliegen om. Want de dans ádemt: de meest complexe en abstracte bewegingen worden poëzie.

Northern Light opent met een adagio op een aria, gedanst door Gaby Allard. Dertig variaties later - gevuld met soli, duetten, trioë en ensemble - sluit ze de dans ermee ook af.

Zacht en teder is het duet dat Caroline Harder met danser Ty Boomershine uitvoert. Soms vlijt hij even zijn hoofd tegen haar buik aan of begeleidt hij haar lange benen. Als maatjes staan ze tot slot tegenover elkaar, voorhoofd aan voorhoofd.

De dansers voelen elkaar goed aan, de choreograaf en de groep voelen elkaar goed aan. Hier zou toch nog meer fraais uit moeten kunnen groeien.

Meer over