Chique juffrouw met een grote passie voor treintjes

Tot veler verrassing werd ze in 1961 directeur van het Spoorwegmuseum in Utrecht. Geen hobbyisme, een serieuze baan, zei ze zelf. Ze legde de basis voor een grote publiekstrekker.

In ieders herinnering is ze geëtst als een grote, afstandelijke en karakteristieke vrouw, altijd gekleed in een Schotse plooirok, witte blouse, fluwelen zwart jasje en een knot met een edelweiss. Niemand durfde haar te tutoyeren. 'Mejuffrouw Asselberghs' was een ouderwetse baas, die weinig tegenspraak duldde.

Van 1961 tot 1984 was ze directeur van het Spoorwegmuseum in Utrecht. Ze zou er haar stempel op drukken door de collectie enorm uit te breiden. Intuïtief kocht ze veel op wat later van onschatbare waarde bleek, waaronder als hoogtepunt een schilderij van Andreas Schelfhout uit 1846. 'Dat heeft geen directeur voor of na haar gepresteerd', zo zegt de huidige directeur Paul van Vlijmen, die nog met haar samenwerkte.

Marie-Anne Asselberghs overleed afgelopen dinsdag op 93-jarige leeftijd. Ze werd in 1919 geboren in Helmond als dochter van de egyptoloog Henri Asselberghs. Tot ieder verrassing werd hij acht jaar later benoemd tot directeur van het net een jaar eerder opgerichte Spoorwegmuseum in Utrecht. Het moest de erfenis van honderd jaar treingeschiedenis veiligstellen en toegankelijk maken voor een groot publiek.

Henri Asselberghs zou tot 1953 directeur blijven van het museum. Een tumultueuze tijd: tijdens de oorlogsjaren verhuisde de collectie noodgedwongen naar het Rijksmuseum in Amsterdam omdat de Duitsers het gebouw hadden geconfisqueerd. Marie-Anne - koosnaam Mimi - groeide op tussen de documenten, penningen en treinen en raakte zelf gefascineerd door de geschiedenis van het spoor. Na haar gymnasiumopleiding kwam ze in 1937 in dienst als assistente van de directie. In 1954, toen het Spoorwegmuseum werd heropend in het inmiddels gesloten Maliebaanstation, werd ze conservator. Zeven jaar later werd ze directeur, ofwel 'de eerste officiële bewaarster van de spoorweghistorie in Nederland'. Deze functie zou ze tot 1984 bekleden.

Omdat behalve voetbal bijna niets zo masculien is als modeltreintjes, leidde haar benoeming aanvankelijk tot enige verbazing. Daar trok ze zich niets van aan. Ze wist niet alleen hoe ze de collectie kon uitbreiden, maar ook hoe ze het publiek moest boeien. Ze verhoogde de kindvriendelijkheid van het museum, hoewel ze door de beperkte ruimte destijds nog geen rijdende treinen kon inzetten, zoals de laatste decennia wel het geval is. Nog onder haar directeurschap trok het museum voor het eerst meer dan 100 duizend bezoekers per jaar.

Geen privéleven

'Voor juffrouw Asselberghs zijn deze trekkrachten, én de wagens van trein en tram, die ertussen en ernaast staan, gekoesterde huisdieren', schreef Het Vrije Volk. Haar privéleven was totaal ondergeschikt. Maar ze sprak tegen dat haar werk haar hobby was. 'Het is geen hobby, het is een baan, net als andere banen', zei ze in 1964 tegen het NS-tijdschrift De Koppeling.

Anne-Marie Asselberghs zou niet trouwen en geen kinderen krijgen. Buiten het Spoorwegmuseum wijdde ze al haar aandacht aan haar invalide zus. Ook na haar afscheid in 1984 bleef ze nauw betrokken bij het museum, ondermeer als actief lid voor de vriendenvereniging. Daarnaast was ze jarenlang bestuurslid van The International Council of Museums.

undefined

Meer over