Chinese milieuramp bedreigt hele wereld

'Toen ik hier in 1979 aankwam, was de hemel van Peking diepblauw. Vanuit de stad kon je helder de bergen zien liggen....

Van de tien meest vervuilde steden ter wereld liggen er zeven, misschien zelfs negen, in China. Voor alle vormen van milieuvervuiling kun je terecht in de Volksrepubliek: verziekte lucht, vergiftigde grond, drabbige rivieren, bergen zonder bomen, vlaktes zonder planten.

Volgens de Wereldbank helpt de vervuiling jaarlijks 178 duizend Chinese stedelingen aan een voortijdig einde. En ze knaagt 3,5 procent van het bruto binnenlands product af.

In het eerste, pas verschenen China-rapport van Greenpeace staat dat vanuit China een milieuramp voor de hele wereld dreigt. Alleen al het schoonmaken van de Chinese lucht zou minstens dertig miljard gulden kosten. Maar ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het regime is alles mogelijk: op bevel van hogerhand gaan de ergste vervuilers van Peking een paar dagen dicht, zodat op de feestdag de hemel ouderwets blauw kan zijn.

Liu is stichter/directeur van het internationaal gesteunde tv-project Milieu-educatie voor China, dat via een modern informatiecentrum en een videotheek Chinezen milieubewustzijn wil bijbrengen. 'Met onze tv-films bereiken we honderden miljoenen Chinezen. Tegenwoordig besteedt de pers dagelijks aandacht aan het milieu. Maar concrete resultaten zijn er nog niet.'

Een recente enquête maakt duidelijk dat de Chinezen bezorgd zijn over het milieu. Maar ze weten er weinig van en ze vinden dat milieubescherming niet hún zaak is, maar van de overheid. Dus blijven ze hun vuil rustig op straat gooien en komen ze niet in actie tegen vuilspuiters, giflozers, boomkappers en andere milieuvervuilers.

Lange tijd bestond het milieuprobleem in China officieel niet eens. 'Wij Chinezen hebben altijd geloofd dat de mens sterker is dan de natuur', zegt Liang Congjie, oprichter en voorzitter van China's eerste en belangrijkste milieubeweging, Friends of Nature. Deze hoogleraar geschiedenis is milieuactivist geworden 'omdat ik als burger bezorgd ben'.

Uit de jaren vijftig en zestig herinnert Liang zich propagandaposters van een reus die twee bergen uit elkaar drukt en zegevierend uitroept: 'Hier ben ik'. Vroeger, zegt hij, werd de natuur beheerst door God, 'maar nu waren de mensen zelf goden geworden. De officiële leus zei het al: de mens zal de natuur overwinnen.'

In die tijd golden milieuproblemen als typische kwalen van het kapitalisme, die onder het socialisme ondenkbaar waren. Maar begin jaren zeventig gaf premier Zhou Enlai als eerste toe dat zelfs het socialisme met milieukwesties kon kampen. 'Maar die notie drong niet door', zegt Liang.

Zware industrie was er toen praktisch alleen in Noord-China, de 'roestgordel' van aftandse fabrieken die direct uit het Londen van Dickens afkomstig leek. Pas eind 1979 brachten de economische hervormingen van Deng Xiaoping een grootscheepse industrialisering op gang.

De razende economische boom is uitgelopen op een milieuramp. Op het platteland werden honderdduizenden kleine fabrieken gebouwd. Voor nieuwe machines was geen geld. Liang: 'Ze vreten energie, hun rendement is laag en ze vergiftigen het hele gebied, maar ze leverden de boeren goed geld op. Nu, na twintig jaar, moeten ze van de regering dicht als ze de vervuiling niet bestrijden. Maar miljoenen mensen zijn afhankelijk van die fabrieken. Hoe moet je die dan voeden? Het is een vreselijk dilemma.'

Natuurlijk zouden ook de grote vervuilers moeten boeten, zoals de staalfabriek die haar gif regelrecht Peking injaagt. Liang vraagt zich echter af of de autoriteiten die industrieën echt willen sluiten, want dan raken ze veel belastinggeld kwijt. 'Het zijn goudmijnen van corruptie: de vervuilers betalen smeergeld en het gezag doet een oogje dicht.'

'Sluit de fabrieken! Geef ons onze groene bergen en blauwe hemel terug!' Dat soort kreten zijn voor Friends of Nature zinloos. 'We moeten helpen bij het zoeken naar oplossingen', zegt Liang. Hij heeft de regering diverse voorstellen gedaan, zoals een boomkapverbod in de bergen. Steeds is hij beleefd afgepoeierd. 'China is typisch een bureaucratie', zegt hij boos. 'En achteraf heeft de regering er spijt van. Zoals na de overstromingsramp van vorig jaar.'

Overname van de spilzieke American way of life vindt Liang niet alleen rampzalig voor het milieu, maar ook onmogelijk. 'Gemiddeld consumeert een Amerikaan bijna honderd keer zo veel als een Chinees. Als iedere Chinees een auto, een tweede huis en air conditioning wil hebben, zouden er drie aardes nodig zijn.'

Liang is 'behoorlijk pessimistisch'. Toch ziet hij enige, zij het beperkte, resultaten van zijn werk. Voor John Liu gaat het om het kweken van milieubewustzijn bij de individuele Chinezen, dat wil zeggen bij een vijfde deel van de hele mensheid. 'En uiteindelijk gaat het om de vraag of er in een moderne samenleving voor die enorme mensenmassa een toekomst is.'

Meer over