nieuws

Chinese bevolking krimpt nu al, met alle nadelige economische gevolgen van dien

De Chinese bevolking krimpt veel eerder dan verwacht. Voor het eerst in vijftig jaar wordt China geconfronteerd met een negatieve bevolkingsaanwas. Dat meldt de Britse krant The Financial Times op basis van een vorig jaar gehouden nationale volkstelling.

Chinese toeristen op vakantie in het resort 'Sun city' in de provincie Sichuan. Beeld EPA
Chinese toeristen op vakantie in het resort 'Sun city' in de provincie Sichuan.Beeld EPA

De resultaten van de volkstelling zijn niet officieel bekend gemaakt, waarschijnlijk omdat de Chinese overheid onaangenaam verrast was door de krimp, die volgens de Verenigde Naties pas in 2027 zou inzetten.

Al jaren waarschuwen demografen voor de Chinese paradox: in het land met het hoogste inwonertal ter wereld worden te weinig kinderen geboren. China, nu een land van middeninkomens met een onvolmaakt stelsel van sociale zekerheid, wordt oud voordat het rijk is, met alle nadelige economische gevolgen van dien. Met een krimpende bevolking komt China straks beroepskrachten tekort. Een vergrijzende bevolking consumeert minder, wat ook remmend werkt op de economische groei wereldwijd.

Eenkindpolitiek

De huidige krimp is veroorzaakt door de eenkindpolitiek, in 1980 ingevoerd na onrustbarende voorspellingen over de bevolkingsaanwas op basis van de gemiddelde gezinsgrootte van zes kinderen uit de late Mao-jaren. Toen werd een groot gezin als bijdrage aan een sterke natie gezien, maar na Mao’s dood in 1976 raakten Chinese demografen geobsedeerd door het idee dat overbevolking door zorgeloze voortplanting China arm zou houden.

Het geboortecijfer daalde echter toen al door overheidscampagnes onder het motto ‘later, langer, minder’. Chinezen werd gevraagd later te trouwen en meer tijd te plannen tussen de geboorten van hun kinderen. Het draconische eenkindbeleid kwam er toch, omdat China dacht het aantal geboortes met streng overheidsingrijpen voor één generatie laag te houden tot de demografische ‘bult’ uit de Mao-jaren gepasseerd was.

De staat hield echter veel langer vast aan het eenkindbeleid dan afgesproken en wenselijk was. De Communistische Partij is liefhebber van controle en het creëren van een gewenste samenleving door middel van harde sturing. Bovendien kwamen de inkomsten uit boetes op kinderen die zonder overheidstoestemming waren geboren de staat goed uit.

Toestemming overheid nodig

Pas in 2015 kwam de eerste, voorzichtige versoepeling. Al zijn inmiddels twee kinderen toegestaan, voor een baby is nog steeds overheidstoestemming nodig, dus spontaan kinderen krijgen is er in China niet bij. Terwijl dat wel nodig is om de bevolking op peil te houden. Het huidige geboortecijfer van 1,6 kinderen per Chinese vrouw is niet genoeg. Daar is een gemiddelde van 2,1 kind per vrouw voor nodig. Het Chinese vruchtbaarheidscijfer zou bovendien geflatteerd zijn, omdat het voor plaatselijke overheden fiscaal voordelig is een grotere bevolkingsaanwas te rapporteren.

Het negatieve effect van drie decennia overheidsdwang wordt versterkt door de traditionele voorkeur voor een zoon – die zorgt voor de oudere generatie, terwijl meisjes na hun huwelijk de familie van hun echtgenoot toebehoren. Die opvattingen hebben geleid tot illegale, maar razend populaire selectieve abortussen van meisjesfoetussen, waardoor China nu miljoenen vrouwen in de vruchtbare leeftijd tekortkomt.

Demografische tijdbom

Om de demografische tijdbom compleet te maken: jonge vrouwen staan niet te trappelen om te trouwen, laat staan om baby’s te krijgen. Vooral in de steden zijn de kosten voor scholing en opvoeding hoog en vrouwen willen hun carrière niet opgeven. Vandaar dat de versoepelingen slechts goed zijn geweest voor één geboortegolfje in 2016, dat zich niet heeft herhaald. Het fenomeen van Chinezen die minder kinderen willen dan ze mogen krijgen, speelt vooral onder hoogopgeleide stedelijke gezinnen en minder op het platteland. Ook dat is een reden voor de overheid de controle over voortplanting niet helemaal af te schaffen: stel dat zonder staatssturing boeren en etnische minderheden wel veel kinderen krijgen, terwijl de zo gewenste geboorten bij de stedelijke elite van de dominante etnische groep, de Han-Chinezen, achterblijft.

Dat is volgens sommige Chinese demografen echter al aan de gang: zij stellen dat de krimp in 2018 begon. Bevolkingscijfers liggen in China echter zo gevoelig, dat het resultaat van de jongste volkstelling, dat begin april zou worden gepubliceerd, niet is bekendgemaakt. Achter het bevolkingscijfer gaat een politiek wespennest schuil. Alleen al het feit dat de Chinese overheid eerder dan verwacht de rekening krijgt gepresenteerd van een bevolkingspolitiek waarmee vrijwel iedere Chinees pijnlijke ervaringen heeft. De vorige krimp in de bevolking, van begin jaren zestig, werd overigens veroorzaakt door jaren van hongersnoden als gevolg van Mao’s wanbeleid bij de industrialisatie van het platteland, een ander politiek taboe.

Nationale trots

Daarbij komt dat het macro-economisch beleid is gekoppeld aan de prognoses voor de bevolkingsgroei en dat moet dan op de schop. De krimp raakt ook de nationale trots: China dreigt te worden ingehaald door India, waar de teller op 1,38 miljard mensen staat. Nu al verzuchten demografen dat China met een slinkende bevolking niet in staat is de Verenigde Staten als grootste economie ter wereld van de troon te stoten. Die boodschap is ongemakkelijk voor Chinese politici, die leunen op het imago van China als jonge, energieke natie die de historische opkomst van Azië leidt. Allemaal redenen voor de Chinese overheid de cijfers over de krimp nog even op de plank te laten liggen.

Meer over