Analyse

China staat welwillend tegenover de Taliban zolang die de Oeigoerse extremisten maar in toom houden

China is het westen een paar stappen voor in zijn contacten met de Taliban. Zolang die de Oeigoerse extremisten in Afghanistan beteugelen hebben ze weinig te vrezen van Beijing dat vooral zijn economische belangen wil veiligstellen. Het risico dat terroristische groeperingen vanuit Afghanistan uitwaaieren over de regio brengt China en Rusland nader tot elkaar.

Mede-oprichter van de Taliban mullah Abdul Ghani Baradar poseert met de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi tijdens een bezoek aan Beijing, eind juli.  Beeld AP
Mede-oprichter van de Taliban mullah Abdul Ghani Baradar poseert met de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi tijdens een bezoek aan Beijing, eind juli.Beeld AP

Bijna presidentieel poseerden de Taliban drie weken geleden met de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Wang Yi. In spierwitte gewaden stonden de bebaarde strijders voor precies hetzelfde schilderij waarvoor twee dagen eerder ook Wendy Sherman, de Amerikaanse plaatsvervangende minister van Buitenlandse Zaken, op de foto ging.

De stoelen, de verfrissingen en zelfs het bloemstukje: alles was hetzelfde als bij Sherman. Door de Taliban als ‘doorslaggevende militaire en politieke kracht’ met dezelfde egards te ontvangen, gaf Beijing drie weken voor de val van Kabul de Taliban een voorproefje van mogelijke erkenning door China. Mits de Taliban zich houden aan hun belofte Oeigoerse extremisten in toom te houden – in Beijing geldt: eerst zien, dan geloven.

Terwijl westerse ambassades in Afghanistan deze week hun deuren sloten en zich afvragen hoe ze met de Taliban moeten praten, is China een paar stappen verder. Beijing onderhoudt sinds de jaren negentig informele contacten met de Taliban. De dag na het overleg met politiek commissaris Mullah Abdul Ghani Baradar in Tianjin waarschuwde Beijing Chinezen in Afghanistan dat het tijd werd te vertrekken. Na verzekeringen van de Taliban over de veiligheid van internationale diplomaten, blijft de Chinese ambassade in Kabul gewoon open. Die zelfverzekerde houding staat in schril contrast met de evacuatie van Chinese diplomaten na het uitbreken van de burgeroorlog in 1993.

Moskou en Beijing

Vietnam 1975, Afghanistan 2021: de Chinese staatsmedia vieren feest met deze vergelijking. Ze schotelen Aziatische bondgenoten van de VS de lessen voor van de Amerikaanse aftocht. Vooral het afvallige eiland Taiwan, dat rekent op Amerikaanse bescherming tegen China, komt bedrogen uit, is de boodschap.

China ontpopt zich samen met Rusland en Pakistan tot het trio dat zich nu ontfermt over Afghanistan, de kopzorg van het Westen. Zijn Pakistan en China van oudsher bondgenoten, zo’n innige samenwerking tussen Moskou en Beijing is ongeëvenaard. De Russisch-Chinese militaire oefeningen deze zomer in de Gobi-woestijn komen geen dag te vroeg, nu zowel Rusland als China worden geconfronteerd met het risico dat terroristische groeperingen vanuit Afghanistan uitwaaieren over de regio.

Pragmatisch stapt Beijing heen over het historische wantrouwen jegens Moskou en zoekt samenwerking. China wil immers niet verstrikt raken in de Afghaanse chaos. Bovendien heeft China in tegenstelling tot de Russen weinig ervaring met militair optreden op buitenlandse bodem.

Niets doen is echter geen optie, omdat Oeigoerse extremisten zoals die van East Turkestan Islamitische Staat (ETIM) zich ophouden in Afghanistan, als strijdmakkers van de Taliban, andere terroristische organisaties en krijgsheren. Elke centimeter extra speelruimte voor Oeigoerse militanten doet afbreuk aan China’s anti-radicaliseringsbeleid. Beijing heeft de afgelopen jaren miljarden uitgegeven aan surveillance, detentie en heropvoeding van Oeigoeren en andere Chinese moslims in de onrustige provincie Xinjiang. Een aanslag beschouwt China na al die inspanningen als een ramp.

Grensbewaking

Daarom heeft China voor de zekerheid de grensbewaking opgevoerd van de Wakhan-corridor, de 70 kilometer lange bergpas die de grens met Afghanistan vormt. Om zicht te krijgen op Oeigoerse extremisten die zich ophouden in het grensgebied met China en die proberen zich Xinjiang binnen te wurmen, probeert China via informele contacten invloed te krijgen op krijgsheren en milities die in de grensprovincie de dienst uitmaken.

Dat is echter een zaak van lange adem: Rusland en China vinden elkaar nu al in gedeelde zorgen over Tadzjikistan en Kirgizië. Die landen kunnen ook als uitvalsbasis fungeren voor Oeigoerse extremisten. China maakt zich zorgen om heel Centraal-Azië: daar is ongeveer een miljoen Chinese zakenlieden meegekomen in het kielzog van grootschalige infrastructuur die China daar heeft aangelegd. De Chinese economische belangen moeten worden veiliggesteld, en dat geldt ook in Pakistan, ten oosten van brandhaard Afghanistan. Daar zit China ook volop in de vuurlinie met miljardeninvesteringen. Vorige maand kwamen in Pakistan nog dertien mensen om bij een aanslag, onder wie zeven Chinezen.

Vandaar dat de telefoonlijnen tussen Moskou en Beijing roodgloeiend staan. Chinese analisten speculeren over de taakverdeling. Rusland is goed op veiligheidsgebied, China is een meester in het ontketenen van economische groei in de moeilijke omstandigheden. En wat zowel Moskou als Beijing bevalt: Washington doet in deze nieuwe geopolitieke realiteit niet meer mee.

Meer over