AnalyseHandelsverdrag

China krijgt geen handelsverdrag en top, maar alleen een videoconferentie met Europa

De Chinese president Xi Jinping tijdens een eerder bezoek aan de Europese Commissie in Brussel.Beeld EPA

China had een mooi handelsverdrag met Europa willen tekenen. De pandemie kwam ertussen, maar dat is niet de enige reden: Europa wil niet. Het ziet te weinig verandering in China, en het wil ook niet tussen China en de Verenigde Staten in gaan zitten. Om over de binnensluipende Nieuwe Zijderoute nog maar te zwijgen. Meer dan een videoconferentie zit er even niet in.

Dit jaar had een oogstjaar moeten worden. Nadat China vorig jaar in beslag genomen werd door de handelsoorlog met de Verenigde Staten richt Beijing dit jaar de blik op Brussel. Na een reeks conferenties zou de Chinese president Xi Jinping, bij wijze van hoogtepunt, in de Duitse stad Leipzig tegenover alle 27 Europese regeringsleiders staan. Als kers op deze diplomatieke slagroomtaart zou dan een investeringsverdrag worden getekend dat voorziet in meer toegang voor Europese bedrijven tot de Chinese markt – een langgekoesterde wens van Brussel.

Van deze ambitieuze agenda rest slechts een videoconferentie tussen Xi en zijn premier Li Keqiang en de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en andere EU-kopstukken. Na maanden van spanning en politieke aanvaringen in de covid-crisis brengen ze het gesprek op gang, zonder al te hoge verwachtingen. 

Speelbal

De Leipzig-top is uitgesteld. Officieel wegens de pandemie, maar de timing vlak voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen is ook onhandig. Praten met Xi heeft meer zin als duidelijk is wie in Washington de dienst uitmaakt, zeker omdat de EU geen speelbal in de rivaliteit tussen Beijing en Washington wil worden.

Het investeringsverdrag blijft na zeven jaar onderhandelen steken op Chinese onvermogen – of onwil – de staatssector te hervormen, zodat Europese bedrijven een iets eerlijke kans maken op de Chinese en de Europese markt. Beijing schermt voor de zoveelste keer met hervormingen in de toekomst – of de EU die wil afwachten, en ondertussen wat water bij de wijn wil doen. Dit heeft Brussel zo vaak gehoord dat de EU nu de hakken in het zand zet. ‘Beter geen investeringsverdrag dan een halfbakken deal. China denkt dat verdrag te redden met een voorkeursbehandeling voor een select groepje Europese bedrijven. Brussel ziet geen waarde in dat soort marginale verbeteringen’, zegt Andrew Small, China-specialist van de denktank European Council on Foreign Relations.

Al voor covid-19 verzette de Europese Unie de bakens richting een steviger China-beleid, maar de corona-crisis heeft Brussel echt goed geconfronteerd met de rauwe geopolitieke tactieken die Beijing onder druk hanteert. Brussel staat niet alleen versteld hoe Beijing juist tijdens de covid-crisis een omstreden nieuwe veiligheidswet voor Hongkong erdoorheen duwt of een grensconflict met India op scherp zet. Europa ondervond er zelf ook de nadelen van, bijvoorbeeld door een Chinees propagandaoffensief rond het verstrekken van mondkapjes aan Europese landen, censuur op opinieartikelen van EU-leiders in Chinese staatskranten en schadelijke desinformatiecampagnes over het virus. 

Rivaliteit

‘Hoe hou je je staande in een geopolitieke storm, hoe bescherm je je eigen normen en waarden? Brussel redeneert niet meer vanuit een beperkt handelsperspectief, maar probeert zich uit te rusten voor rivaliteit met China op de lange termijn,’ aldus Small.

Verwarrend is echter het toebedelen van drie verschillende rollen aan één land. Beijing blijft de vertrouwde handelspartner – in de Chinees-Europese handel gaat 1,5 miljard euro per dag om. Beijing is als veroorzaker van 28% van de broeikasgassen onmisbaar bij iedere poging iets te doen aan klimaatverandering. Tegelijkertijd is Beijing een rivaal, die Europese waarden en normen ondermijnt: economisch, maar vooral politiek.

Verzet daartegen is voor Brussel een revolutie, vergeleken bij het oude principe dat China met een hoop Europees geduld vanzelf zou veranderen in een markteconomie. Brussel kwam er geen stap verder mee en China spon er garen bij, want Chinese investeerders en bedrijven wonnen fors terrein op de open Europese markt. De Chinezen komen ons opkopen, was de angst na de financiële crisis in 2009. China kocht inderdaad – een haven in Griekenland, nutsbedrijven in Portugal en spotgoedkoop vastgoed – maar tot opluchting van de EU maakte Beijing geen misbruik van de situatie, laat staan dat China het Europese systeem ondermijnde.,

Dat veranderde onder Xi Jinping en zijn Belt Road Initiative (BRI). Deze zogenaamde Nieuwe Zijderoute vervult als netwerk van handelsroutes naar China ook een spilfunctie in het Chinese veiligheidsbeleid: met de aanleg van overslaghavens en treinlijnen komt Chinese invloed mee. Eerst zoog China voormalige Oostblok-landen het BRI-netwerk binnen. Dat vond Brussel onprettig, maar de EU schrok pas echt toen Italië zich in 2019 als eerste EU-lidstaat bij BRI aansloot. De Italiaanse gretigheid naar Chinees geld kreeg kritiek, maar andere lidstaten hengelden tegelijk ook naar Zijderoute-projecten. Dat is koren op de molen van Beijing, dat uitblinkt in het kunst van de bilaterale deal.

Collectieve discipline

Om de nieuwe Europese vastberadenheid tegenover China echt tanden te geven moeten de lidstaten volgens buitenlandchef Josep Borell met ‘collectieve discipline’ tegen China op te trekken. Brussel probeert de EU weerbaar te maken. Dat gaat in het logge tempo van een supertanker, die na lang aarzelen aan de eerste manoeuvres voor een draait begint. Naast eerder genomen maatregelen voor strenger toezicht op buitenlandse investeringen liggen er sinds vorige week drie nieuwe voorstellen die de Europese Commissie in staat stellen een stokje te steken voor overnameplannen door Chinese bedrijven die met subsidies en andere overheidshulp worden geholpen in de EU hun slag te slaan.

Voor Brusselse begrippen is dit een enorme cultuuromslag, maar het eendrachtig handhaven van deze hardere lijn tegen China wordt een spannende opgave. Collectieve discipline of niet, als de recessie toeslaat durft geen enkele Europese regering een belangrijke handelspartner en investeerder als ‘rivaal’ tegen zich in het harnas te jagen.

Daarom zijn volgens Andrew Small Europese regels voor Chinese investeringen belangrijker dan welk investeringsverdrag of diplomatieke top. ‘Het helpt lidstaten bij het nee zeggen tegen China als ze zich achter Europese regels kunnen verschuilen. Zeker als lidstaten er financieel slecht voorstaan, nemen ze het niet in hun eentje op tegen Beijing om zich een Chinese investeerder van het lijf te houden.’

Lees ook

Timothy Garton Ash: ‘Europa heeft een nieuw verhaal van solidariteit nodig’
Een gebrek aan solidariteit, de Brexit, de ondermijning van de democratie in Oost-Europa en steun van Rusland noch de Verenigde Staten. Toch ziet Timothy Garton Ash mogelijkheden voor Europa om sterker uit de coronacrisis te komen.

‘China vormt ons al meer dan we denken’
De houding van Beijing in de coronacrisis laat zien wat voor wereldleider China kan worden, zeggen sinologen Rana Mitter en Nadège Rolland. ‘Wij westerlingen moeten niet zo naïef zijn.’

Meer over