China: Handelsbelang wint het van mensenrechten

DE AMERIKAANSE minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, staat over twee weken een moeilijke opgave te wachten. Hij gaat naar Peking en moet daar trachten de vooruitgang in de betrekkingen met China vast te houden, terwijl mensenrechtenactivisten in de Verenigde Staten eisen dat hij het vonnis tegen Wang Dan veroordeelt....

TOINE BERBERS

Christopher zal ongetwijfeld terugdenken aan zijn eerste bezoek, in maart 1994, dat rampzalig verliep. De Chinese leiders waren zo boos over de ontmoeting van een hoge Amerikaanse ambtenaar met een bekende dissident, dat ze vlak voor aankomst van de bewindsman een razzia hielden onder democratische activisten.

China liet onomwonden weten dat het niet aangesproken wenste te worden op zijn mensenrechtbeleid en dat het van dreigementen met economische sancties niet onder de indruk was. Toen Clinton ruim een jaar later de Taiwanese president Lee Teng-hui toeliet op Amerikaanse bodem, stevenden Peking en Washington af op een crisis. Het dieptepunt werd in maart van dit jaar bereikt toen Amerikaanse vliegdekschepen voor de Chinese kust laveerden als antwoord op Pekings intimidatie van Taiwan.

Beide partijen zijn daar achteraf zo van geschrokken, dat pragmatisme de overhand kreeg. Het Witte Huis wilde een beter gecoördineerd Chinabeleid dat niet het ene moment werd bepaald door de mensenrechtenlobby en het volgende door handelsstrategen.

De nieuwe aanpak viel goed in Peking, waar bij de leiders het besef doordrong dat ze nog eens vier jaar moesten leven met Clinton. De sfeerverbetering wakkerde aan beide kanten de reislust aan. De afgelopen paar maanden staken hoge ambtenaren en staatssecretarissen in beide richtingen de Stille Oceaan over.

Zelfs minister van Defensie Chi Haotian vliegt volgende maand naar Washington, een trip die wegens de spanningen herhaaldelijk was uitgesteld.

China hoopt nu dat Washington ophoudt in het openbaar de mensenrechten aan de kaak te stellen. Het zou daar dan meer samenwerking op andere gebieden tegenover willen stellen.

Zo staakte Peking zijn kernproeven en ondertekende het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens. Op handelsgebied hoopt China door streng op te treden tegen illegale namaak van Amerikaanse industriële producten Washington te verleiden tot medewerking aan het lidmaatschap van de nieuwe Wereldhandelsorgansiatie (WTO).

Maar Peking blijft achterdochtig aankijken tegen de hechte band die bestaat tussen Japan en de Verenigde Staten en over de honderdduizend man die de VS hebben gelegerd in Zuid-Korea, Japan en in het gebied van de Stille Oceaan.

In de kwestie-Okinawa, eind vorig jaar actueel na de verkrachting van een schoolmeisje door drie Amerikaanse militairen, leek het even dat Tokyo en Washington op elkaar uitgekeken begonnen te raken.

Maar Clinton onderstreepte in april in Japan dat de as Tokyo-Washington de belangrijkste hoeksteen is in het Aziatische veiligheidsbeleid. Premier Hashimoto slaagde erin de angel uit het protest op Okinawa te halen met de belofte voor enkele Amerikaanse bases een ander onderkomen te zoeken.

De afgelopen vier jaar heeft de regering-Clinton in Azië twee gezichten laten zien: dat van de mensenrechten en dat van de handelsbelangen. Soms wisselde het ene het andere af, maar steeds vaker bleek het economische belang te winnen.

Heel duidelijk werd deze verschuiving zichtbaar in 1994 in Indonesië. Onder druk van het Amerikaanse zakenleven zette Washington toen een punt achter een onderzoek naar de rechten van fabrieksarbeiders.

Toine Berbers

Meer over