Chianti

Uit hoofde van mijn beroep als kunsthandelaar, kom ik vaak op veilingen. Helaas heb ik de gewoonte om mijn hand op te steken voor dingen waar ik in het geheel niet voor gekomen ben....

F. LEMAIRE

Helaas vond mijn vrouw dat ze naar de paardenstal smaakten. Ik zelf vond ze echter lekker. Op een dag moest mijn vrouw naar de tandarts. Hij was een liehebber van de betere wijnen. Om hem mild te stemmen nam ze een van de oude flesjes van de veiling voor hem mee. Ze vertelde hem erbij dat ik die op een veiling had gekocht.

De wijn beviel hem zo goed dat hij ook wel eens mee wilde naar een veiling. Enige tijd later was er een speciale wijnveiling. Ik waarschuwde de tandarts en samen gingen wij erheen. Op de veiling kwamen gewichtige heren die wijnen verzamelden zoals een ander postzegels. De flessen Chateau Lafite-Rothschild en de flessen Chateau Yquem wisselden van eigenaar tegen prijzen waar ik nog nooit van gedroomd had. De tandarts hield dan ook zijn hand naar beneden met een gezicht van 'dat doet wel even pijn, spoelt u maar'. Helemaal aan het slot van de veiling zei de afslager: 'Er zijn nog 24 mandflessen Chianti van een liter. Wie wil ze hebben voor vijf gulden'. Ik stak mijn hand op en er werd helemaal niet tegen geboden.

Ik nam de snoezige flessen mee naar huis, het waren van die flessen die bij goedkope Italiaanse restaurants aan de muur hangen of ook wel als kandelaar gebruikt worden voor druipkaarsen. Een paar dagen later was ik jarig. Nu was er wijn genoeg. Ik schonk ze trots in. Helaas zeiden mijn gasten: 'wat heb jij een vieze wijn. Geef mij maar wat fris'. De wijn was inderdaad niet te drinken. In mijn onschuld had ik gedacht dat wijn met de jaren steeds beter wordt. Maar dat is alleen van toepassing op de betere wijnen. Ik borg de flessen op in de kelder en wilde er jarenlang niets van weten.

Maar toen een keer de kelder opgeruimd moest worden, zette ik zes flessen bij het vuilnis. Uit mijn raam bespiedde ik de straat. Passanten keken naar mijn flessen maar vertrouwden het niet. Toen ik even niet keek, waren alle flessen weg. Dat gaat goed, dacht ik en plaatste er nog zes stuks bij. Even later waren die ook weg. Nou de rest ook nog maar, dacht ik. Ook die waren snel weer weg. Toen ik een uurtje later naar buiten keek, stonden zij er allemaal weer, op dezelfde plaats.

De vuilnisman heeft zich er tenslotte over ontfermd.

F. Lemaire, Amsterdam

Dit is aflevering 211. Het aantal inzendingen voor NL overtreft zozeer de verwachtingen dat het ondoenlijk is de lezers te antwoorden wier stuk om wat voor reden dan ook niet is geplaatst. Het kan bovendien enige tijd duren eer uw bijdrage aan NL de krant haalt. We zijn geroerd door de stroom van spontane berichten uit de samenleving. Nieuwe bijdragen aan: Redactie de Voorkant, de Volkskrant, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over