Charme als programma en als panacee

'Forza Italia heeft een nederlaag geleden', verklaarde de Italiaanse minister-president, Silvio Berlusconi, oprichter en leider van die partij, dinsdagavond op de Italiaanse televisie....

Michaël Zeeman

Ofschoon hij daarmee een wijsje neuriede dat de Italianen van hem kennen, was letterlijk alles aan deze openhartige uitspraak ofwel opmerkelijk, ofwel veelzeggend.

Het zal de meeste mensen door de dood van Johannes Paulus II ontgaan zijn , maar afgelopen weekeinde waren er in Italië verkiezingen. Regionale verkiezingen, waarbij de burgers zich mochten uitspreken over het bestuur van de regio's.

Die verkiezingen hebben de zittende regeringspartijen, die zich samen 'Het Huis der Vrijheid' noemen, glansrijk verloren. Of dat betekent dat de min of meer samenwerkende oppositiepartijen van links, zoals zij onder aanvoering van Romano Prodi beweren, die hebben gewonnen, is nog zeer de vraag. Het verlies van de regeringspartijen is vermoedelijk belangrijker dan de winst van de oppositiepartijen. Van de vier leden van de coalitie kreeg Forza Italia de hardste klappen.

En dus stond Berlusconi niet veel anders te doen dan het verlies van zijn partij ruiterlijk toegeven. Omdat hem dat niet meevalt en omdat hij daarin helemaal geen afwijzing van zijn beleid ziet, gaf hij daarvan meteen maar het kader van zijn partij de schuld: 'le parti, c'est moi, il partito sono io'. Dat is overigens ook waar - en het onderstreept het fundamenteel a-politieke karakter van Forza Italia. Een normale partij heeft kaders en een achterban, Forza Italia heeft een partijleider die tot zijn spijt kaders moet verdragen en altijd wel een achterban op de kop zal tikken.

Dat laatste is belangrijk: het is te zien aan de uitspraken van Berlusconi en het bijzondere karakter ervan. Hij deed die namelijk, dinsdagavond, in een televisieprogramma dat Ballaro heet en dat op Rai-3, de meest kritische en de slimste van de Italiaanse omroepen, wordt uitgezonden. Gewoonlijk is dat het programma waarin Berlusconi er zwaar van langs krijgt. Het programma is satirisch en spotlustig, de minister-president is vaak een gemakkelijke prooi en bijna altijd is het leuk.

Dinsdag was hij er zélf, bij verrassing en voor het eerst. En dat was eigenlijk nog leuker, de minister-president op bezoek bij de vijand. Wie er ook waren, waren de prominente politici van de oppositie Francesco Rutelli en Massimo D'Alema. Berlusconi had zich laten seconderen door een van de leden van zijn kabinet, minister Alemanno, maar die schoof hij, zodra de uitzending begonnen was, meteen aan de kant. Met D'Alema, een voormalig communist, bleek Berlusconi het eigenlijk heel goed te kunnen vinden. Aan de gelaatsuitdrukkingen te oordelen gold het omgekeerde ook.

Ook dat is vintage Berlusconi. Zijn successen verklaart hij altijd in termen van zijn persoonlijke charme, het buitenlands beleid is een kwestie van zorgvuldig onderhouden vriendschappen met uitheemse staatshoofden en de effectiviteit van het kabinet hangt af van de gezelligheid in dat kabinet.

En het opmerkelijke is, hij komt er niet alleen heel ver mee, het werkte zelfs oog in oog met een van de behendigste politici uit de oppositie, D'Alema, op het vijandelijke terrein van Rai-3. Wie die mannen zag schermen sloot niet uit dat die ooit nog wel eens in één kabinet zouden gaan zitten.

's Anderendaags brak in het kabinet de rebellie uit. Zowel de de Nationale Alliantie (AN) van Gianfranco Fini als de christendemocratische UDC van Marco Follini briesten dat er eigenlijk vervroegde parlementsverkiezingen zouden moeten komen en dat de laatste regeringspartij, de Lega Nord, zich moest beraden op haar rol en positie. 'Zeg het vertrouwen maar op', riposteerde Berlusconi, 'ik wacht het wel af.' Hij weet secuur hoezeer het opzeggen van het vertrouwen hem zou dienen en de anderen zou schaden en zij weten dat ook en dus zeggen ze dat vertrouwen niet op. Moderne kiezers houden niet van ongezellige politici.

Die crisis zal denkelijk opnieuw bezworen worden: het langst zittende kabinet uit de geschiedenis van de Italiaanse republiek zal vermoedelijk zijn hele termijn wel uitzitten. Dat heeft iets bizars, zeker na de klap die dat kabinet zondag en maandag kreeg: de maatschappelijke legitimiteit ervan is gering. Wie op grond daarvan concludeert dat Berlusconi's dagen geteld zijn, vergist zich. Zijn wapen is de ontwapening, van wie dan ook - zeker van zijn tegenstanders. Charme is zijn programma, zijn panacee voor alle problemen die hij tegenkomt, desnoods op vijandelijk terrein. Daar hebben zijn opponenten geen antwoord op: die willen politiek bedrijven. En dat is nu net een vak waaraan Berlusconi's kiezers een hekel hebben.

Meer over