Charlotte was een thuiszitter

Leerlingen die thuiszitten, zijn vaak kinderen met gedragsproblemen. De 'moeilijke' Charlotte belandt na vele omzwervingen in een gesloten jeugdinstelling. Nu woont ze weer thuis - en gaat naar school.

DOOR VICTOR DE KOK

De 15-jarige Charlotte sluipt midden in de nacht op haar sokken door de huiskamer van het crisisopvangcentrum. De zware koffer met kleren die ze draagt, maakt het haar moeilijk geen lawaai te maken. Buiten op de parkeerplaats wacht een jongen in een getunede Golf haar op. Wie dat precies is, weet Charlotte niet. Een ander meisje in het huis heeft geregeld dat hij haar komt oppikken. Ze is al bijna bij het hek van de tuin als zaklampen het pikkedonker verdrijven. Vier politieagenten smijten haar op de grond. 'Ga van me af met je dikke reet, klootzak', schreeuwt Charlotte. Ze stribbelt tegen, maar niet veel later zit ze op het politiebureau.

'Het was me bijna gelukt. Een ander meisje riep nog, spring in de bosjes', zegt Charlotte, terugkijkend op haar ontsnappingspoging. Ze wist dat ze de volgende dag naar een gesloten instelling zou gaan, de jongen was haar laatste kans op vrijheid. Wie dat was, weet Charlotte nog steeds niet. 'Ik weet het wel', zegt haar moeder aan de grote eikenhouten tafel in de huiskamer. 'Een loverboy. De politie was daar niet voor niets.'

Charlotte is nu 17. Sinds een jaar weer thuis bij haar moeder in Den Haag. De afgelopen jaren ging ze van instelling naar instelling. Als regels haar niet konden binden, of als ze daar lak aan had, leefde ze op straat. Een beetje hangen met vrienden, thuiskomen wanneer dat uitkwam: Charlotte deed waar ze zin in had.

Charlotte was thuiszitter, zoals dat wordt genoemd. Vanaf haar 12de heeft ze nauwelijks onderwijs gehad, pas sinds kort zit ze weer in de schoolbanken.

Met Charlotte gaat het inmiddels goed: ze zit sinds augustus op de kappersopleiding. Maar ze kwam van ver. De achtbaan van haar tienerjaren voerde Charlotte van het speciaal onderwijs naar een gesloten instelling. Haar droom is nu: een hbo-opleiding en een eigen bedrijf beginnen.

Tienminutengesprek

Suzanne Korevaar zag de boodschap tijdens het tienminutengesprek in 2007 niet aankomen, al hadden de slechte schoolrapporten van haar dochter haar wel zorgen gebaard. Charlotte had in haar eerste jaar op de middelbare school zo'n 300 uur gespijbeld. 'Samen met een vriendinnetje stiekem sigaretjes roken. Later ook de stad in om kleding te stelen, we waren best wel erg eigenlijk', zegt Charlotte. 'Ik wilde toen niet naar school, had er gewoon geen zin in. Ik dacht niet: ik ben mijn toekomst aan het verpesten.' Charlotte werd van school gestuurd. Een andere opleiding vinden, was gezien haar gedrag een lastige opgave. Want de tijd die ze wél in de schoolbanken zat, was ze brutaal en recalcitrant. Vier scholen weigerden haar, een vijfde nam haar wel aan. Ze kon op het vmbo beginnen als ze een contract tekende waarin stond dat ze binnen een maand haar gedrag moest aanpassen. Dat lukte haar niet.

Ze is een moeilijk meisje. Charlotte heeft het in haar leven al vaak gehoord, zij het in iets andere bewoordingen. Volgens een persoonlijkheidsonderzoek uit 2011 heeft Charlotte onder meer een 'disharmonisch intelligentieprofiel, een achterstand op alle ontwikkelingsgebieden en een narcistische gedragsstoornis'. Moeder Korevaar is het hartgrondig oneens met deze beoordeling, die ze voorleest uit een vuistdikke ordner, waarin de correspondentie met hulpverleners en instanties is bewaard. De map beslaat alleen het jaar 2011. In de kast liggen er nog drie, één voor elk jaar vanaf het moment dat Charlotte in aanraking kwam met de jeugdhulpverlening.

De ouders van Charlotte gingen uit elkaar toen ze 2 jaar was. Doordeweeks woonde ze samen met haar oudere broer bij haar moeder in Den Haag, drie weekeinden per maand zag ze haar vader in Linschoten, een dorpje onder het Utrechtse Woerden.

Nadat Charlotte van de middelbare school was gestuurd, adviseerde de school een behandeling bij het Haagse kinderpsychiatrisch centrum De Jutters. De diagnose na twaalf weken observatie luidde ODD, een stoornis waarbij kinderen agressief gedrag vertonen. De instelling bood Charlotte een interne behandeling aan, maar haar ouders besloten anders. Ze zou bij haar vader in Utrecht gaan wonen en daar op een gewone school alsnog een plekje vinden. 'Eerlijk gezegd was ik toe aan die adempauze', zegt haar moeder, die in die tijd een nieuwe liefde vond. 'Ik was zo moe van al die telefoontjes. Altijd was er weer wat.'

Ook in Linschoten liep het mis. Ze zat een half jaar thuis, doordat geen school haar halverwege het jaar wilde aannemen. Charlotte was 14 en dus leerplichtig, maar omdat ze officieel nog stond ingeschreven bij de Haagse middelbare school verscheen ze niet op de radar van Utrechtse leerplichtambtenaren. Die zomer begon ze op het vmbo, waar ze het zes weken volhield. 'Steeds werd tegen me gezegd: je zit nu op deze school en daar moet je heel erg je best doen', vertelt Charlotte. 'Maar ik liep heel erg achter: mijn leraar Engels schrok zich rot.' Hoewel het meisje nog maar zelden een boek had opengeslagen, werd ze vanwege haar leeftijd in de derde klas geplaatst. Weer kwam ze thuis te zitten, nu voor een jaar. 'Het saaiste jaar van mijn leven', verzucht Charlotte. 'Ik heb alleen maar achter de computer gezeten, The Sims spelen. De hele dag maar wachten tot er iemand thuiskwam.' Er gingen wederom geen alarmbellen af bij de afdeling leerplicht van de gemeente, vermoedelijk doordat de middelbare school haar niet uitschreef.

Afvoerputje

'Op haar nieuwe school haalden we een tekening op die Charlotte had gemaakt. We kwamen binnen in een klas met alleen maar jongens. Die begonnen te joelen en vieze opmerkingen te maken, alsof ze voor het eerst een meisje zagen. Waar is mijn kind in hemelsnaam terechtgekomen, dacht ik alleen maar. Het voelde alsof ze was beland in een afvoerputje van de samenleving.' Moeder Korevaar staat nog steeds versteld van hoe het eraan toeging op De Pels, een Utrechtse school voor speciaal onderwijs waar Charlotte in het nieuwe schooljaar belandde. Door haar ODD-diagnose kwam ze in een klas kinderen met gedragstoornissen zoals adhd en autisme.

Charlotte lacht om de herinnering, het staat haar nog goed bij dat haar moeder met verbaasde ogen in de deuropening stond. 'Voordat de juffrouw binnenkwam, schreven de kinderen heel groot hoer op het bord, dat soort dingen. Ik gedroeg me nog het beste.' De inmiddels 15-jarige Charlotte stond stil in haar ontwikkeling. De lessen klassikaal lezen, handvaardigheid en tekenen waren ver beneden haar niveau. 'Het maakte niet uit wat je deed, als je maar iets deed. Niemand van de kinderen had er zin in daar, ik voelde me helemaal thuis. Hier wil ik de rest van mijn leven blijven, dacht ik toen.'

De 'jungle van de grote stad', zoals Korevaar de Utrechtse achterstandswijken aanduidt, had een grote aantrekkingskracht op Charlotte. Steeds vaker zwierf ze rond door Kanaleneiland, of op de 's nachts altijd levendige Amsterdamsestraatweg. Uit latere rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat ze omging met oudere jongens die bekend waren bij de politie. Dealers, mogelijk ook loverboys. Zelf wuift ze deze vaststellingen consequent weg. 'Iedereen zei daar dat hij coke dealde, dat was om stoer te doen. Ik heb nog nooit een zak coke gezien.'

Soms stond Charlotte midden in de nacht op de stoep, wat tot grote ruzies met haar vader leidde. Twee keer sloeg hij Charlotte, blijkt uit de dossiers. Vanwege haar thuissituatie raadde een vriendinnetje Charlotte aan met een maatschappelijk werkster te gaan praten. Haar verhaal was reden voor direct ingrijpen. 'Dan krijg je opeens een belletje', zegt haar moeder. 'Uw dochter zit bij ons. Of ik ermee eens was dat er een gezinsvoogd werd aangesteld tot de zaak voor de kinderrechter kwam. Wat kon ik doen? Charlotte bracht zichzelf in gevaar en het lukte mij niet haar te beschermen. Ik moest wel, maar het voelde alsof ik mijn kind kwijt was.'

Het verslag van een jongerenwerker toont hoe moeilijk Charlotte in die periode te hanteren was. Ze komt vaak te laat en scheldt tijdens ruzies de groepsleiding de huid vol. In de zomer van 2010 ziet Charlotte vier verschillende opvangcentra.

De patrouillerende bewakers, de hekken bedekt met prikkeldraad die ze bij binnenkomst doormoest: de rillingen lopen Charlotte weer over de rug als ze terugdenkt aan jeugdgevangenis De Heuvelrug in Overberg. Door aanhoudende problemen in de crisisopvangcentra bepaalde de kinderrechter dat Charlotte naar een gesloten instelling moest. Na drie dagen Overberg werd ze overgeplaatst naar De Lindenhorst, een zeer rigide jeugdinstelling. Ze kreeg sinds lange tijd weer onderwijs, maar lag nog steeds overhoop met groepsleiders en leraren. Na een zoveelste incident mocht Charlotte de klas niet meer in. Haar opgelopen schoolachterstand moest ze in de isoleercel goedmaken. Ze weigerde. 'Ik werd daar als een beest behandeld, ik besloot niet meer mee te werken.'

Karrevracht aan hulpverleners

Moeder Korevaar hoorde lijdzaam aan wat zich binnen de gesloten muren afspeelde, vooral toen bleek dat Charlotte in haar armen begon te snijden. Korevaar: 'Het strenge systeem van straffen en belonen verergerde de situatie alleen maar.' Het duurde maanden voordat de psychiater beschikbaar was voor een persoonlijkheidsonderzoek. Het resultaat ervan kreeg Charlotte mee naar haar kamer. Charlottes adem stokte bij een passage over haar geboorte. Haar moeder kon zich tijdens de zwangerschap niet aan Charlotte hechten en riep toen ze haar ter wereld bracht: 'Ik wil dit kind niet!' Charlotte: 'Ik ben gestopt met lezen. Dat soort dingen wil je niet weten.'

Charlotte kreeg te maken met een karrevracht aan hulpverleners, inmiddels was haar een derde voogd toegewezen. 'Voor de zoveelste keer moesten Charlotte en ik ons verhaal vertellen', zegt Korevaar. 'Ik had een voorstelling van een voogd, dat hij zich zou verdiepen in een kind, goed contact zou maken. Maar de voogd is slechts een juridische laag. De man had dertig kinderen onder zijn hoede, hij was een wandelende agenda.' Korevaar schreef ten einde raad een brief naar de leidinggevende van Charlottes voogd. Ze wilde haar dochter naar een instelling dichter bij huis hebben en dat lukte maar niet. Uiteindelijk bleek de overplaatsing naar Den Haag onnodig lang te duren, doordat de voogd een fout maakte bij de aanvraag.

De grote ommekeer kwam in de Haagse gesloten jeugdinstelling JJC, dicht bij haar ouderlijk huis. 'Daar waren geen celdeuren', zegt Charlotte. 'Soms gingen we een stukje fietsen, buiten het gebouw. Ook bij JJC gold de standaardroutine, maar het was allemaal veel vrijer. Daardoor werd ik zelf ook weer positiever.' Een psychotherapeute gaf multidisciplinaire gezinstherapie. Ze zag al snel dat het gezin vooral langs elkaar heen praatte. Een video confronteerde Korevaar, haar huidige man en Charlotte met hun gebrekkige communicatie. 'Het was echt een eyeopener', zegt Korevaar. 'We luisterden gewoon niet naar elkaar. De hoge lat die ik mezelf opleg, legde ik Charlotte ook op. En mijn man benaderde Charlotte vooral als probleemkind. Alles wat ze deed, was in zijn ogen bij voorbaat fout. Het klinkt allemaal zo simpel, maar zelf zagen we dat niet.'

Charlotte maakte grote stappen. In discussies liet ze mensen uitpraten, ruzies werden zeldzaam. Na vier maanden besloot de rechter dat ze naar huis mocht. In totaal heeft Charlotte dan elf maanden 'gesloten' gezeten. Ze kwam thuis met een doel: naar school, zo snel mogelijk. Maar dat bleek niet makkelijk. Leerlingen mogen in Nederland maximaal vijf jaar over het vmbo doen, de 17-jarige Charlotte moest in de vierde beginnen. Korevaar: 'Dat durfden de scholen niet aan. Charlotte had al zoveel meegemaakt en zou daarom te veel onrust veroorzaken.' Ook bij het volwassenenonderwijs kreeg Charlotte nul op het rekest, omdat ze nog geen 18 was. De optie die overbleef was een opleiding op het niveau mbo 1, omdat het meisje geen middelbare school had afgerond. Charlotte: 'Maar dat wilde ik echt niet, het zou hetzelfde gaan als op het speciaal onderwijs. Dan leer ik niets.'

Nu wordt Charlotte kapper, een mbo-2 opleiding. Op een particuliere school kon ze wel terecht. Charlotte: 'Niet dat ik kapper wil worden, ik ga eigenlijk nooit naar de kapper. Maar ik moet ergens beginnen om op het hbo terecht te komen.'

THUISZITTERS

16.000

niet

naar school

In Nederland zijn er naar schatting jaarlijks 16 duizend leerplichtigen (5 tot 16 jaar) die niet naar school gaan.

De Kinderombudsman trok onlangs aan de bel en opende een meldpunt voor thuiszitters. Hij ontving een aantal stevige dossiers van kinderen die maanden, soms jaren, niet naar school zijn gegaan. Dit zijn vooral leerlingen met een leer- of gedragsstoornis.

undefined

Meer over