Charlie, de ‘corrupte’ taoiseach

Ierlands meest controversiële na-oorlogse premier Charles Haughey is op tachtigjarige leeftijd overleden....

Van onze correspondent Peter de Waard

Over de doden niets dan goeds. Daarom zei de huidige Ierse premier Bertie Ahern maandag dat het oordeel over Charles Haughey - ondanks alles - uiteindelijk positief zal zijn.

Geen na-oorlogse Ierse politicus heeft de gemoederen zo verhit als deze man die drie keer de hoogste regeringspost in Ierland bekleedde en dertig jaar het politieke landschap in Dublin domineerde. Charlie, zoals de Ieren hem noemden, was zowel de meest gehate als de meest geliefde figuur in Ierland.

Hij droeg de sporen van het Noord-Ierse conflict persoonlijk met zich mee. Zijn ouders hadden Londonderry moeten ontvluchten door het sektarische geweld. In 1970 werd hij als kabinetslid ontslagen na aantijgingen dat hij wapens had geïmporteerd voor de Provisional IRA. De beschuldigingen bleken vals te zijn.

Charles Haughey maakte een spectaculaire politieke comeback. Maar hij stak zijn ongenoegen over het staatskundige wangedrocht Noord-Ierland nooit onder stoelen of banken. In 1980 zei hij in een televisiedocumentaire: ‘Noord-Ierland wordt bewaakt door eenheden van het Britse leger. En ik kan de grens niet naderen zonder een gevoel van boosheid en wrok.’

Haughey werd voor het eerst premier in 1979, gelijk met Margaret Thatcher in Engeland. Hoewel de Noord-Ierse unionisten hem wantrouwden en als een republikeinse handlanger beschouwden, onderhield hij aanvankelijk een merkwaardig goede relatie met de toenmalige Britse premier. Beiden keurden het IRA-geweld af. Maar nadat in 1981 tien hongerstakers stierven in de Maze-gevangenis, bekoelden hun betrekkingen. Toen Haughey tijdelijk tot de oppositie werd veroordeeld, keerde hij zich zelfs tegen het Anglo-Ierse akkoord van 1985 dat een eerste stap was naar een vredesproces.

Maar nadat hij opnieuw Taoiseach was geworden, voerde hij het akkoord wel uit. Haughey bleef een politicus met twee gezichten.

In 1982 kwam hij in opspraak door zijn bemoeienis met de zaak van de aan de bedelstaf geraakte Ierse society-figuur Malcolm Macarthur die zijn toevlucht had gezocht tot roof en moord en onderdak had gevonden bij een van zijn kabinetsleden. Haughey beschreef de zaak als ‘grotesque, unbelievable, bizarre en unprecedented’. De afkorting GUBU was geboren in de Ierse politiek.

In 1985 moest hij voor de kust gered worden van zijn boot. Maar hij overleefde zoveel politieke crises dat hij de bijnaam de ‘Grote Houdini’ kreeg. In 1992 moest hij echter definitief terugtreden uit de politiek na een afluisterschandaal rond een journalist.

Maar ook daarna bleef Haughey voor controverse zorgen, nadat een maitresse onthullingen deed over hun affaire en zijn luxueuze levensstijl. Haughey bezat een jacht, een stal met renpaarden, een buitenhuis en zelfs een eigen eiland voor de kust van Kerry. De man die in de jaren tachtig de Ieren telkens op het hart gedrukt had dat ze boven hun stand leefden, bleek in die periode zelf miljoenen te hebben gekregen van zakenlieden als winkeltycoon Ben Dunne. Haughey had zelfs een gift voor een levertransplantatie van een van zijn voormalige ministers besteed aan de aanschaf van dure overhemden in Parijs.

Even dreigde Haughey vanwege corruptie in de gevangenis te belanden, maar hij kocht de strafzaken af. Hij betaalde vijf miljoen euro aan achterstallige belastingen. En het geld van Dunne gaf hij in 2000 uiteindelijk terug. Op dat moment was hij al ziek. Hij had zowel een hartprobleem als prostaatkanker die hem uiteindelijk fataal werden.

Meer over