Charles Wang bouwt met CA reputatie op van gruwelijke overname-slokop 'De mainframes zijn er nog, de directeuren niet'

Na Microsoft is het Amerikaanse Computer Associates het grootste sofwarebedrijf in de wereld. Toch is het volstrekt onbekend. En als oprichter en president Charles ('Zeg maar Charles') Wang al de pers haalt, is dat zelden in onverdeeld gunstige zin....

Van onze verslaggever

Henk Blanken

NEW ORLEANS

Het begint met Charles' mop.

Een advocaat, een politicus en een computerprogrammeur worden in Frankrijk naar het schavot gebracht. Voordat ze hun hoofd onder guillotine leggen, mogen ze kiezen. Doen ze een blinddoek om, of willen ze in hun laatste ogenblik de zon zien? De advocaat gaat eerst. Hij weigert de blinddoek. De guillotine valt, maar blijft net boven zijn nek steken. Omdat een executie niet mag worden herhaald, ontsnapt de advocaat. De politicus weet genoeg. Geen blinddoek. En opnieuw blijft de guillotine steken. Dan moet de programmeur. Ook hij heeft geen blinddoek. Maar als hij zijn hoofd op het blok heeft gelegd, kijkt hij omhoog en schreeuwt: 'Wacht, wacht! Ik weet al wat er mis is.'

Charles Wang, de 50-jarige oprichter, grootaandeelhouder en ceo van Computer Associates, een onderneming met 2,6 miljard dollar omzet, 7600 werknemers en een winst van 585 miljoen, grijnst en grinnikt. De in Shanghai geboren en met zijn ouders in 1949 voor de communisten gevluchte Wang heeft de naam grof in de mond te zijn, even uitgesproken als agressief, niet minder vasthoudend dan cool. Maar bovenal blijkt Wang een man met wie je kunt lachen. Een ondernemer die niet te beroerd blijkt zichzelf, zijn bedrijf en de industrie te relativeren.

'There's too much baloney going around', zegt hij. Te veel gelul. Te veel hypes. Te veel overenthousiaste programmeurs die zich als lemmingen overgeven aan de nieuwste technologie en een moord zouden doen als ze konden bewijzen dat hun vindinkje ook nuttig is. 'Het resultaat is: elegante oplossingen op zoek naar een probleem', zegt Wang. Opnieuw lachend om zijn eigen grap: 'Als je een probleem oplost, wees er dan heel zeker van dat je daarmee je voordeel kunt doen'.

Niet zonder reden noemde het Amerikaanse tv-station ABC Charles Wang ooit een van de meest originele en efficiënte managers in de VS. De CA-topman, techneut uit liefde, houdt ervan de dingen anders te doen. Topmanagers die nooit de moeite namen iets te begrijpen van een pc en altijd riepen 'dat ze daarvoor iemand in dienst hadden', sleept hij naar cursussen. Zo ook zegt hij nog altijd de baas te zijn bij CA omdat het nu eenmaal verrekte leuk is, funfunfun.

'Alles blijft nieuw, er zijn geen regels. Ik daag mensen uit op die manier naar problemen te kijken, anders dan ze gewend zijn. Ik heb eens tegen Sanjay gezegd dat hij in een hoek van de kamer op zijn hoofd moest gaan staan, en dan nog eens goed moest nadenken.'

Sanjay Kumar, de 33-jarige in Sri Lanka geboren president van CA, is belast met de dagelijkse leiding. 'Hij ging niet op zijn kop staan', zegt Wang. 'Daar is hij te intelligent voor. Als hij wel naar me had geluisterd, had ik nu een ander probleem gehad.'

Het minste dat je van Charles kunt zeggen, is dat hij controversieel is. Dat hij niettemin een van de minst publieke figuren in de computerindustrie is, zoveel minder dan Bill Gates van Microsoft, deert hem niet. 'Ik wil geen icon zijn. Ik ben het bedrijf niet. Ik ben niet onvervangbaar.'

Wang heeft nooit massa-produkten verkocht. Geen programma's waarvan het logo elke morgen opflitst op de schermen van miljoenen gebruikers. Sinds de dag in 1976 dat Wang met drie partners en een kredietkaart de softwaredivisie van het Zwitserse Standard Data overnam en op Long Island voor zichzelf begon, heeft hij nimmer verlangd naar een hoog profiel. 'Ik heb daar nooit om gevraagd en wij zijn ook nooit erg goed geweest in onze public relations.'

Anders dan Microsoft heeft CA vrijwel alleen bedrijven als klant. Van origine bouwt CA programma's die de boekhouding doen, de distributie regelen, data beheren of een computersysteem op orde houden, zoals het vernieuwde Unicenter. Zulke software is essentieel voor ondernemingen die zich geen storingen kunnen veroorloven, maar het is niet gelikt.

'Het is even sexy als ranzige kaas', schreef een Amerikaans computerblad. Een nog belangrijker onderscheid is dat CA zich tot voor kort uitsluitend richtte op de mainframe-markt, de enorme computers die steeds meer terrein verliezen aan de personal computer en vooral aan pc-netwerken. Nog niet zo heel lang geleden kon Wang zich ronduit gefrustreerd uitlaten over wat hij beschouwde als een belachelijke hype. De bovenmatige aandacht voor het zogeheten client-server-systeem, een netwerk van kleine pc's rond een krachtige server. Dat was even misplaatst als het oppeppen van steeds weer andere bedrijven op Wall Street. 'Daar hebben ze hun darlings nodig, domweg omdat ze eraan verdienen.'

Wang kreeg ongelijk. Van de 2,6 miljard dollar omzet over het in maart afgesloten boekjaar was 30 procent afkomstig van de cliënt-servermarkt. Vijf jaar geleden deed CA daarop nog niets. Wang kan niet langer om zijn eigen cijfers heen. Zijn mainframe-software verkocht vorig jaar 15 procent beter dan een jaar eerder. Maar aan produkten voor kleinere computers verdiende het concern 156 procent meer. Toch, zegt Wang, blijft client-server een buzzword, omdat het fenomeen er ook al in de jaren zestig was.

'Toen noemden we het alleen niet zo. We trappen steeds in dezelfde val. Twee jaar geleden waren er directeuren die riepen dat de mainframe-computers zouden verdwijnen. De mainframes zijn er nog, die directeuren zijn verdwenen. Cliënt-server bestaat, maar het zal de wereld niet van de ene op de andere dag redden en het zal niet goedkoper zijn.

'We gaan nu eenmaal met nieuwe technologie om als met speelgoed. Waarbij we vergeten dat bedrijven enorme investeringen hebben gedaan in bestaande technologie. Volgens het ministerie van Handel heeft het Amerikaanse bedrijfsleven de afgelopen tien jaar drieduizend miljard dollar besteed aan informatie-technologie. Mijn schatting is dat daarvan eenderde, duizend miljard, weggegooid geld is geweest.'

Zulke uitspraken maken Charles Wang niet populair, ook al verwoordt hij ideeën heel wat beter dan goeroe Bill Gates. Voor zover de topman van CA inmiddels een bekende Amerikaan begint te worden, dankt hij dit aan zijn reputatie van ordinaire slokop, die al vijftig bedrijven heeft overgenomen.

CA streeft naar schaalvoordelen en blijft zoeken naar produkten die iets toevoegen aan de eigen kraam, om ze vervolgens zo snel mogelijk te integreren in de eigen software-pakketten. Dat maakt CA, als het goed is, tot een one-stop-shop, de leverancier die alles kan leveren. Dat hier en daar wat spaanders vallen, personeel moet afvloeien, te beginnen aan de top - met volgens Wang platina handdrukken - is de onvermijdelijke consequentie.

Medogenloos is de term die nogal eens wordt gebruikt voor de wijze waarop Wang zijn overnames orkestreert. Zo deden een jaar geleden bij de overname van database-bouwer ASK/Ingres op Internet de wildste verhalen de ronde over personeel dat met veel geld en trucs werd 'gedwongen' te vertrekken.

'Het is ongelofelijk hoe gruwelijk een vriendelijke overname kan zijn', schreef een Ingreswerknemer. Ook wordt CA soms verweten kleinere concurrenten slechts over te nemen om de eigen omzet op te stuwen, zonder al te veel respect voor bestaande relaties met klanten. Een verhaal dat Wang uiteraard afdoet als 'sterk overdreven' om niet te zeggen 'belachelijk'.

Met de nieuwste overname heeft Wang zich voorgoed in de schijnwerpers geplaatst. Eind mei werd bekend dat CA concurrent Legent zou opkopen voor 1,74 miljard dollar, op dat moment de grootste overname ooit in de software-industrie. Een week tevoren was de overname van Intuit door Microsoft - voor 2 miljard dollar - stukgelopen op bezwaren van de Amerikaanse anti-trustautoriteiten. Nadien heeft IBM met zijn geslaagde bod van 3,5 miljard op Lotus dit record gebroken.

De Amerikaanse overheid ontving klachten van bedrijven die vinden dat CA, door zijn naaste concurrent op te kopen, een deel van de software-markt monopoliseert. Wang blijft zeggen dat de produkten van CA en Legent elkaar slechts voor 10 procent overlappen. Op het congres van CA, afgelopen week in New Orleans, deed Wang zijn best optimistisch over te komen. 'We werken nauw samen met de regering. Dit is geen oorlog, dit is gewoon business.'

Even zo goed deed hij in zijn openingsrede een tamelijk bizar beroep op zijn tienduizend daar aanwezige klanten. Of ze alsjeblieft een petitie wilden ondertekenen. En even zo goed vertrok Wangs rechterhand Sanjay Kumar dinsdagochtend hals over kop naar New York. Kumar bleef weg. CA's bod op Legent dat donderdagavond afliep, is opnieuw verlengd om de Amerikaanse overheid meer tijd te geven voor het onderzoek.

Meer over