Cellist tussen blote meiden

De prachtig verzorgde cd's roepen Felliniaanse droombeelden op, van nu of uit een ver verleden. Klokken, stemmen en voetstappen uit Venetië, de nasale cafézang van de boeren op Sardinië of boemelgeluiden uit een oud Parijs bordeel, Winter & Winter brengt een verlangen tot leven....

WAT Stefan Winter wil: cd's met een verhaal. Cd's die je mee kunnen slepen naar andere plaatsen in andere tijden, als een goed boek. Wat Stefan Winter beslist niet wil: cd's produceren met stukken die sowieso al twintig keer zijn uitgebracht.

De producer, eigenaar, artistiek directeur, financier en oprichter van het kleine cd-label Winter & Winter uit München beantwoordt op geen enkele manier aan het stereotype beeld van een Zuid-Duitser. Hij is klein, heeft kort donker krullend haar met een lichte slag grijs erdoor en de mondaine charme van iemand met een klassiek-goede opvoeding.

Maar ergens in die coulante beminnelijkheid schuilt zoiets als een onbuigzame kern, waarin duidelijke grenzen worden gesteld. Zoals bij dat eerste telefoongesprek met cellist Ernst Reijseger, begin jaren negentig, toen Winter nog maar net met het nieuwe label was begonnen. Hij wilde een solo-cd maken en belde Reijseger. 'Wie ben je, ik ken je niet, wat moet ik daar?', vroeg de cellist.

'Volkomen arrogant', vond Winter en wilde nóóit meer iets met die Nederlandse ongelikte beer te maken hebben. Dus ook niet toen hij al afspraken had voor opnames met het Arcado String Trio en op het laatste moment de cellist werd vervangen door Reijseger. Winter: 'Dan zie je maar waar je die cd opneemt, maar niet bij mij.'

Ze kwamen elkaar toch weer tegen, een jaar of twee geleden bij een optreden van Reijseger in München. De zaak werd besproken en 'bereinigt'. De cellist treedt nu geregeld binnen in de wondere wereld van Winter & Winter. Reijsegers solo-cd Colla parte uit 1997 had in theorie op elke plek met een goede akoestiek opgenomen kunnen worden. Maar Winter had nog een opnameruimte in een oude villa van de Medici's in Briosco bij Milaan.

Bij Winter brengt de ene cd haast organisch de andere voort. Na enkele opnamedagen in Briosco nodigde Reijseger er op een avond een paar vrienden uit om bij een goede maaltijd zijn nieuwe stukken te laten horen. 'Ik heb zo'n mooi bandje van heel gewone mannen', zei één van de bezoekers op een goed moment. Het bleek om traditionele zangers uit Sardinië te gaan. Mannen die overdag de melk rondbrengen, huizen metselen en stukken marmer uit de berg snijden. 'Waar hebben jullie het over?', vroeg Winter. Hij stapte met het bandje naar een van de aanwezige autoradio's en kwam vijf minuten later met rooie oortjes terug. Wilde on-mid-del-lijk daar naartoe.

Een half jaar later, bij een presentatie van het label in café Quadro in Venetië, zijn de mannen er ook. Ze zingen traditionele Sardijnse koormuziek voor tenore (voorzanger) en cuncordu (koor van drie zangers met verschillende stemtypen). Reijsegers vingers jeuken, maar hij durft er niet zomaar doorheen te spelen, vertelt hij naderhand door de telefoon. 'Die muziek is gewoon af.' Ze vragen hém. 'Speel maar mee.' Winter, die net twee cd's met de zangers heeft gemaakt, ziet er meteen een nieuwe cd in. Reijseger twijfelt. 'Best', vindt Winter, 'maar ga toch eerst maar mee naar Sardinië.'

Het resultaat ligt sinds het begin van deze maand in de platenwinkels, in de voor Winter & Winter zo typerende prachtig verzorgde doosjes van gekleurd ribbelkarton. De cd laat een fascinerende combinatie horen van traditie, improvisatie en ondefinieerbare slagwerkgeluiden. Hoog suizen de tonen door de verlaten Cattedrale di San Pietro in een baai van het dorpje Galtelli aan de oostkant van Sardinië, en een zacht getokkelde cellomelodie leidt het Libera me in.

Sardijnse dansmuziek op mondharmonica vloeit moeiteloos samen met een Schotse trommel van slagwerker Alan 'Gunga' Purves. Als uit een verzonken wereld klinken de vier karakteristiek-nasale mannenstemmen, omspeeld door uiteenlopende bellen, mondharpen, fluiten en de muzikale invallen van Reijseger. En, het wordt traditie, een week van nachtelijke opnames wordt besloten in het restaurant van het dorp, waarbij de hele cd nogmaals wordt doorgespeeld en iedereen in het restaurant meedanst.

'Ik maak zeker niet iets alleen om een bepaald publiek te bevredigen. Mijn filosofie is precies omgekeerd: als je zelf van iets overtuigd bent, kun je anderen ook overtuigen', zegt Winter. 'Gewone' cd's, met een x-aantal stukken in een willekeurige volgorde heeft hij intussen wel genoeg gemaakt. Eerst als producer van het gedegen Duitse jazzlabel Enja, toen als zelfstandig producent van het label JMT dat wegens groot succes in de New Yorkse jazzscene door Polygram werd overgenomen en enkele jaren later wegens tegenvallend succes weer even hard werd verstoten.

Een cd zou eigenlijk, in de visie van Winter, een dramatisch verloop moeten hebben. Niet voor niets zijn de cd's in de catalogus van Winter & Winter (net als de cd's zelf een collector's item) aangeduid als AudioFilms. Hij spreekt ook wel over Hörgeschichten, niet te verwarren met het hoorspel, waaraan hij juist weer een hartgrondige hekel heeft. Het begon met een aantal films die hij voor het Japanse Polydor maakte en waar heel bewust geen woord in gesproken werd. De soundtrack bestond alleen uit geluiden en muziek.

Dat was eigenlijk meer dan genoeg, realiseerde Winter zich en langzaamaan rijpte het plan voor deze klankverhalen. 'Doe eens wat in Venetië', zei zijn broer, de tweede Winter in de naam (hoewel deze verder niet actief betrokken is in de firma). Daar ontstond de cd Venezia la festa, een 'caffé concerto sulla Piazza San Marco', waarop aria's van Puccini en Verdi zijn vermengd met een tango van Piazzolla, My way van Frank Sinatra, klokken, stemmen en voetstappen op het plein. Het lijkt alsof er alleen maar een microfoon bij is gehouden, maar elk geluid is zorgvuldig door Winter geregisseerd, getimed en gemonteerd.

Zelfs meer dan dat: de hele ambiance wordt van tevoren met uiterste precisie en gevoel voor detail gecreëerd. Voor de nieuwste cd - Au bordel. Souvenir de Paris - die vanaf volgende week verkrijgbaar is, huurde Winter twee nachten lang een club in Parijs en reconstrueerde de sfeer van de Parijse bordelen uit de jaren twintig en dertig.

Het werd een groots feest met een gigantisch buffet, cabaret, striptease, travestie-shows, drank en natuurlijk muziek. Jazzmusici, zangeres Sasha Andres voor hees-zwoele Zarah Leander-liederen, en een organist die regelmatig pornofilms van muzikale begeleiding voorziet. Ook Ernst Reijseger was uitgenodigd. Kwam voor één dag uit Brindisi gevlogen, studeerde een middag lang en speelde 's avonds tussen de blote meiden: 'Het was gewoon hard werken, ik moest me vreselijk concentreren, helaas.'

De foto's van het boekje tonen benen in netkousen, zwart lederen handschoenen op bloot vrouwenvlees, barokke beha's en diepe decolletés, sigarettenrook en gelakte nagels. Maar Au bordel is uiteindelijk een Fellini voor het oor. Zet een koptelefoon op en neem een reisje Parijs voltooid verleden tijd.

Meer over