Cellen moeten zich delen en sterven

'We werkten aan bacteriën en kwamen uit bij genen die kanker veroorzaken.' Dat leverde Harold Varmus de Nobelprijs op. Volgende maand is hij in Amsterdam voor de jaarlijkse Anatomische Les in het Concertgebouw....

Door Marc van den Broek

Kanker te genezen? Nee, een utopie. Prof. dr. Harold Varmus is beslist. 'In de toekomst lukt het om het gezwel op de plaats te houden en uitzaaiingen te voorkomen. Patiënten kunnen dan zonder problemen met kanker leven. Maar de ziekte zal altijd ontstaan en is niet te genezen zoals een longontsteking.'

De 63-jarige directeur van het gerenommeerde Memorial Sloan-Kettering Cancer Center in New York gelooft niet in een definitieve zege op kanker. Ontspannen met de voeten op een stoel, plastic flesje water op tafel, geeft hij zijn visie over de toekomst van kanker.

Op 6 november is Varmus voor de tiende Anatomische Les in Amsterdam. Het is de eerste keer dat een Nobelprijswinnaar deze les verzorgt, georganiseerd door het Academisch Medisch Centrum (AMC).

Hij houdt zijn lezing simpel. 'Ik ga uit van de cellen en wat ze moeten doen. Ze moeten zich differentiëren, ze moeten zich delen en ze moeten sterven.' Als er ergens iets fout gaat, ontstaat er kanker. Cellen die niet afsterven maar zich als een razende gaan delen, bijvoorbeeld.

'Ik weet nog niet precies hoe ik mijn verhaal in Amsterdam ga indelen', zegt Varmus. 'Vorig jaar ging de les over stamcellen, hè? Ik wil niet in herhaling vallen, want een deel van het publiek zal hetzelfde zijn als vorig jaar.'

De in 1939 geboren Amerikaan, wiens voorouders uit Polen en Oostenrijk kwamen, leidt een groot ziekenhuis met achtduizend personeelsleden in Manhattan. Ingeklemd tussen de 67 en 68ste straat in Upper East Manhattan beslaat het ziekenhuis een blok tussen York en First Avenue.

Het smakeloze gebouw, rode loper met afdak voor de hoofdingang en 25 verdiepingen hoog, staat in een medisch stukje Manhattan. Naaste buren zijn het Presbyterian Hospital van New York en de Bloedbank. Het Rockefeller Research Center zit aan de andere kant van de straat.

Eerder, in de jaren negentig, werkte Varmus zes jaar als directeur van de National Institutes of Health (NIH), de machtige overheidsinstelling die de gezondheidsbudgetten van jaarlijks miljarden dollars beheert en verdeelt.

Voor zijn jaren bij de NIH beleefde hij zijn wetenschappelijke toptijd in San Francisco als hoogleraar verbonden aan de University of California in de jaren zeventig en tachtig. Hij rolde toevallig in het kankeronderzoek na eerst geflirt te hebben met studies als literatuur en filosofie.

'Ik begon aan mijn medische studie omdat er veel mogelijkheden waren', blikt hij terug. 'In die tijd was de microbiologie in opkomst. We wisten toen dat virussen een rol speelden bij kanker.

We begonnen iets te begrijpen over de rol van de genen.' In San Francisco deed Varmus in de jaren zeventig het onderzoek dat hem en zijn collega Mike Bishop in 1989 de Nobelprijs voor Geneeskunde opleverde.

Hij kreeg de eervolste onderscheiding voor zijn onderzoek naar de rol van genen bij het ontstaan van kanker. In de jaren zeventig was niet goed bekend hoe kanker ontstond. Roken was slecht, dat was de enige kennis. Varmus werkte aan bacteriën en genen, en gebruikte virussen om de cellen van de bacteriën binnen te dringen. 'We werktentoen met virussen die maar op één gen verschilden en keken naar de verschillende uitkomsten.'

Varmus en Bishop kwamen met de ontdekking over de invloed van de genen bij het ontstaan van kanker. Dat had een enorme impact. Dat de gemuteerde genen ook bij mensen voorkwamen en dan kanker kunnen veroorzaken. Het was toevallig. 'We werkten aan bacteriën en kwamen uit bij de genen die kanker geven.'

De Nobelprijs was de belangrijkste onderscheiding, zegt hij zonder aarzelen. 'Die heeft mijn leven helemaal veranderd.Tot dan was ik een gerespecteerd lid van de academie, leuke baan en zo, maar daarna kreeg ik een belangrijke rol en moest ik overal mijn mening over gegeven. Ik werd betrokken bij het werven van fondsen en moest me met politieke onderwerpen gaan bemoeien.'

Tientallen oorkonden, eredoctoraten, medailles en andere tekenen van eerbetoon zijn hem overhandigd, maar niets kan aan de Nobelprijs tippen. 'Zonder die prijs was ik nooit directeur van de NIH geworden', zegt hij, 'Ik had geen enkele ervaring om zo'n instituut te leiden.'Maar de onderscheiding uit Zweden beheerst zijn leven niet. 'Ik onderteken mijn brieven niet met Harold E. Varmus, 1989 Nobel laureaat. Ze zijn er wel hoor.'

Nu is hij de baas van een groot kankerziekenhuis, terug bij de echte wetenschap. Onderzoek doen naar kanker met als doel mensen te genezen en na te denken over het wezen van kanker. Hij heeft er een eigen laboratorium waar hij zijn eigen onderzoek kan doen.

De genen spelen een rol, de omgeving speelt een rol. Allebei een beetje, zegt hij, ieder pakweg de helft. 'Roken is het belangrijkste, en verder speelt alcohol een rol. Voor het overige geloof ik het niet zo. Luchtvervuiling, hoogspanningsmasten, mobiele telefoons - het moet allemaal maar bewezen worden.'

Vandaar dat de kankerdirecteur zich bemoeit met de strijd tegen het roken. Varmus steunt de New Yorkse burgemeester Michel Bloomberg openlijk met zijn plan het roken in cafés en restaurants te verbieden. 'Hij wil de werknemers beschermen, daar geloof ik niet zo in, het effect van passief roken is nog niet aangetoond.'

Varmus steunt Bloomberg om uit te dragen dat jongeren die cafés bezoeken, ook zonder een sigaret een vrolijke tijd kunnen hebben. 'Waarom ik als wetenschapper Bloomberg bijsta? Waarom niet, ik heb de kennis en ik zie niet in waarom je je er dan niet mee mag bemoeien.' Zelf heeft hij nooit een pakje sigaretten gekocht. 'Ik heb mazzel', lacht hij. 'Kennelijk mis ik het gen dat iemand verslaafd maakt.'

Verder laat Varmus zich in zijn leven weinig gelegen om de ziekte voor te zijn, hoewel zijn moeder aan borstkanker is overleden. Angst voor kanker heeft hij niet, maar niemand wil de ziekte krijgen. Alleen op darmkanker laat hij zich elke tien jaar controleren. 'Doen hoor, als je vijftig bent', zegt hij oprecht. 'Een verschrikkelijke ziekte en je kunt er met screening wat aan doen. Als je de eerste sporen ziet, de poliepen in de darm, kun je die laten weghalen.'

Voor het overige leeft hij gezond, Varmus is een fanatiek sporter, maar dan niet om kanker voor te zijn. Hij voelt zich gewoon beter als hij traint. Hij roeide in Washington, rent en fietst fanatiek. De directeur zit in het fietsteam van het ziekenhuis dat in 2002 een prijs won tijdens de wielerkampioenschappen van New York; de brandweer en de politie achter zich latend. 'Dat kwam niet door mij. We hadden twee hele sterke jongens in het team', klinkt het bescheiden.

'Kom even kijken', roept Varmus. Hij staat in een halletje in zijn werkkamer met een douche en toilet. Daar hangen twee mountainbikes. 'Als ik de kans heb, trek ik ertussen uit. Elke morgen fiets ik op mijn racefiets twintig tot dertig kilometer door het Central Park, daarna ga ik de krant lezen en dan, zo rond half tien, naar mijn werk. Rond een uur of zeven ga ik weer naar huis.'

Hij gelooft niet in zeven dagen per week zestien uur per dag werken. Dat kan niet. Hij heeft tijd nodig om na te denken. 'De beste ideeën krijg ik niet in het lab, maar als ik aan het sporten ben of onder de douche sta. Ik denk aan wat anders en ineens flitst het binnen. Vroeger onthield ik dat, nu schrijf ik het op. Ik word ouder, mijn geheugen wordt iets minder goed.'

Bovendien biedt New York voldoende afleiding om aan wat anders te denken aan kanker. Behalve het fantastische Central Park waar hij kan fietsen, roemt Varmus het rijke culturele leven in de stad, een aanbod waarbij de hoofdstad Washington magertjes afsteekt. Muziek, theater, ballet en grote tentoonstellingen, alles is er. Hij verheugt zich op het jazzconcert dat zijn zoon gaat geven die avond. Om elf uur in East Village.

Aan stoppen denkt Varmus nog niet. Hij hoeft niet weg op zijn 65ste. Hij heeft een contract voor tien jaar bij het ziekenhuis. In de vensterbank van zijn kamer staat een maquette. Aan de 67ste straat is een gapend gat voor een miniwolkenkrabber van 23 verdiepingen hoog. Een nieuw researchlab moet het worden. Varmus wil blijven totdat het onderzoek in dat gebouw een beetje van de grond is gekomen. Daar gaan nog wel wat jaren overheen, vermoedt hij.

En er is altijd wat je vrijwilligerswerk voor de wetenschap zou kunnen noemen. Belangeloos meewerken aan een project om een misstand uit de wereld te helpen. Voor Varmus is dat de PLoS, de Public Library of Sience.

Hij ergert zich dood aan de gang van zaken met het publiceren van wetenschappelijk onderzoek en heeft het initiatief genomen voor een website (www. plos. org) waarop onderzoekers tegen betaling hun werk kunnen publiceren. De artikelen zijn dan wereldwijd gratis voor iedereen toegankelijk.

Nu moet iemand een duur abonnement nemen op een tijdschrift om kennis te nemen van kennis die veelal met overheidsgeld is verkregen. Deze maand komt het eerste nummer van PLoS Biology. PLoS Medicine volgt in 2004. En ambitieus als hij is laat Varmus zich ontvallen te streven naar vijftig titels.

En er is de politiek waarmee hij zich kan gaan bemoeien. Hij ziet Hillary Clinton in 2008 weer naar het Witte Huis verhuizen en lijkt er zich wel druk voor te willen maken. Als geregistreerd Democraat windt Varmus zich op over de Republikein Bush, maar zwijgt over de oorlog in Irak en de gang van zaken na de aanslag op het World Trade Centre, enkele kilometers van zijn ziekenhuis.

'Nou vooruit, de binnenlandse politiek. De plannen om de belasting te verlagen zijn niet goed voor de economie. We hebben geld nodig voor onderwijs en gezondheid. De regering kan een hoop goede dingen doen, maar dat kan niet zonder geld.' Hij schudt het hoofd.

Varmus heeft niet alleen kritiek. Een belangrijk medisch politiek onderwerp van de afgelopen jaren waren de stamcellen, de oercellen die veel beloftes inhouden voor de toekomst, maar die ook ethische vragen oproepen. Uiteindelijk besloot president Bush dat er met de bestaande stamcellen onder voorwaarden onderzoek mocht worden gedaan. 'Ik had het anders gewild, maar het is een slimme politieke oplossing. Bush slaat de deur voor onderzoek niet dicht.'

Meer over