Cees Schelling: hogepriester van de laagbetaalden en pleiter van het basisinkomen

Mei 1985: Scheidend voorzitter Cees Schelling van de Voedingsbond FNV overhandigt het boek 'Cees Schelling van de Voedingsbond' aan de Tweede Kamerleden Andrée van Es van de PSP (links) en Ria Beckers van de PPR. Beeld ANP
Mei 1985: Scheidend voorzitter Cees Schelling van de Voedingsbond FNV overhandigt het boek 'Cees Schelling van de Voedingsbond' aan de Tweede Kamerleden Andrée van Es van de PSP (links) en Ria Beckers van de PPR.Beeld ANP

‘Hier staat hij dan: de gek die voor het basisinkomen is’, zo zei vakbondsbestuurder Cees Schelling toen hij de PRR, een van de voorgangers van Groen Links, toesprak. Schelling, die vorige week op 91-jarige leeftijd overleed, was tussen 1972 en 1984 voorzitter van de Voedingsbond NVV (later FNV) die toentertijd bekendstond als de militantste bond. Hij leidde talrijke stakingen en bedrijfsbezettingen. ‘Hij was voor de duvel en zijn oude moer niet bang’, zegt Fred Allers, zijn woordvoerder en rechterhand die toen ook als radicaal links bekend stond.

Greetje Lubbi, die hem opvolgde als voorzitter, noemde hem zeer gedreven, vooral als het ging om de laagstbetaalden die er met name in de agro-industrie veel waren: ‘Toen begin jaren tachtig massale werkloosheid ontstond, zag Cees al dat door mechanisatie en automatisering het idee van volledige werkgelegenheid had afgedaan, vooral voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Hij vond dat betaald werk niet heilig zou moeten worden verklaard en dat het onderscheid tussen betaald en onbetaald werk moest worden opgeheven. Dat was vloeken in de sociaal-democratische kerk.’

Dat bracht ‘de hogepriester van de laagbetaalden’ in conflict met de eigen bond, onder wie voorzitter Wim Kok van de vakcentrale en voorzitter Arie Groenevelt van de Industriebond, en zijn eigen partij, de PvdA. Fred Allers: ‘Kok noemde hij een rekenmeester met een zakjapanner. Met Arie Groenevelt die de w van werken met een hoofdletter schreef, ging hij soms rollebollend over straat.’

Schelling kwam uit een landarbeidersgezin in de Hoeksche Waard. In 1957 werd hij letterlijk van een tractor op het bietenland gehaald om vakbondsbestuurder van de Algemene Nederlandse Agrarische Bedrijfsbond van het NVV te worden. In 1970 nam Schelling zitting in het dagelijks bestuur van de Voedingsbond NVV en werd hij verantwoordelijk onderhandelaar voor de zuivel. Twee jaar later werd hij voorzitter.

Na de fusie met het NKV wist hij de Voedingsbond een nieuw elan te geven. Radicale actie schuwde hij niet. Toen de zuivelbedrijven dreigden de door de boeren aangevoerde melk in de sloot te zullen gooien vanwege een staking bij de coöperaties riep hij: ‘Als ze denken dat ze de melk in de sloot moeten gooien, dan moeten ze dat maar doen.’ De maatschappelijke verontwaardiging over het idee dat melk zou worden weggegooid was echter zo groot dat Schelling korte tijd een van de meest gehate mensen van Nederland werd.

Volgens Schelling wilde Nederlandse politici de armoede niet bestrijden, ook niet die van de PvdA, omdat ze zelf niet uit de onderste laag van de maatschappij kwamen. Hij verzette zich tegen het Akkoord van Wassenaar uit 1982 over loonmatiging. Ook verdedigde hij het recht op burgerlijke ongehoorzaamheid voor de laagstbetaalden. Hij vond dat zij het recht hadden om te weigeren hun gas en licht en kijk- en luistergeld te betalen

Nadat hij in 1984 vervroegd was uitgetreden, kocht hij een oud boerderijtje aan de Waddenzeedijk in het Groningse Pieterburen, waar hij met zijn vriendin en pleegzoon ging wonen. ‘Veel stelde het niet voor. Een paar kippen en een moestuin’, zegt Allers.

Schelling moest niets hebben van de ontmanteling van de welvaartsstaat onder de Paarse kabinetten in de jaren negentig. Lubbi: ‘Arie Groenevelt kon af en toe nogal zuur daarover zijn. Cees niet. Hij bleef een haat-liefdeverhouding met de PvdA houden en trad ook niet uit de partij.’ Op de vraag of hij het meest was teleurgesteld in het calvinisme of in de sociaal-democratie, zei Schelling begin jaren negentig. ‘De laatste. Het calvinisme is mij opgedrongen.’

Meer over