'Cees is niet de grote schuldenaar'

Frits Goldschmeding zag de overnamehype in de jaren negentig met lede ogen aan. De oprichter van Randstad vindt dat een bedrijf moet groeien als een waterlelie waarvan de plant steeds nieuwe bloemen maakt....

Van onze verslaggevers Bart Dirks Sheila Sitalsing

Eén keer verliest Frits Goldschmeding zijn kalmte. Hij veert op. 'Mán! Gótsiepietje!'

De vraag was of hij zich heeft verbeten toen uitzendconcern Randstad, zijn Randstad, zich verslikte in de aankoop van het Amerikaanse Strategix.

Tot mei 1998 was Goldschmeding Randstad. Hij richtte het op, maakte het groot en verliet het na 38 jaar. Een halfjaar later moest hij vanaf de zijlijn toekijken hoe ook Randstad bezweek voor de hype van de jaren negentig: groots overnemen, liefst in Amerika, liefst voor ontzagwekkend veel geleende dollars.

IJsberend: 'Bloed, zweet en tranen! Hoe bestáát het. Dat vroeg ik me af, dat vraag ik me eigenlijk steeds weer af.'

Pas later zou hij toetreden tot Randstads raad van commissarissen. Het kwaad was toen al geschied. Toch was Randstads faux pas nog bescheiden bij de overmoed van andere beursfondsen. 'Of ze nou Getronics, of Ahold of KPN of Aegon of Laurus of Numico of Wessanen of Adia of Vedior heetten, iedereen deed mee.'

Behalve Goldschmeding zelf. Zijn filosofie was en is dat een bedrijf moet groeien als een waterlelie, waarvan de plant steeds nieuwe bloemen maakt. Want wie te gretig groeit, doceert hij, kan zijn beginselen en bedrijfscultuur niet langer trouw zijn.

- Zoals bij Ahold?

'Zoals bij het hele rijtje. Het was de hype, overnemen móest. Cees van der Hoeven heeft bij Ahold gehandeld zoals iedereen verwachtte. Cees is de hemel in geprezen. Dan moeten we nu niet zeggen: Meneer van der Hoeven, gij zijt de grote schuldenaar. Wij zijn állen grote schuldenaars. De maatschappij heeft het systeem opgezet om mensen op te jagen met bonussen.'

Frits Goldschmeding (69) is een gerespecteerd ondernemer. Vanuit een privékantoor in Laren, omringd door bomen en beveiligingscamera's, houdt hij contact met de fine fleur van het bedrijfsleven. 'Van het rijtje AEX- en Midkapfondsen ken ik de meeste bestuurders wel.' En ja, ze hebben veel met elkaar gebeld, toen de rotzooi bij Ahold publiek werd.

Hij weet nog precies wanneer hij voor het eerst het gevoel had dat Randstad hem boven het hoofd groeide. 'In 1970. We bestonden tien jaar.' Randstad telde 75 medewerkers. Het feest was in het Hilton. 'Ik kwam dat zaaltje binnen, zag al die mensen en dacht: Dit heb ik nooit bedoeld.'

Nu heeft Randstad 15 duizend employés in veertien landen. En op de loonlijst staan ruim een miljoen uitzendkrachten van wie er 220 duizend elke dag werken.

Hoe kan een mens daaraan nog leiding geven?

'Een bedrijf als Randstad kun je alleen leiden door de werkwijze vast te leggen. Niet door functie- of taakomschrijvingen, maar door de cultuur te omschrijven. Alles wat je overdraagt op een volgende generatie. Je moet de persoon kennen met wie je zaken doet. Je moet hem vertrouwen, ook om vertrouwen te winnen. En je moet dienen. Noem het de bedrijfsethiek.'

Deze filosofie verkondigde Goldschmeding 'van Atlanta tot Berlijn en van Den Helder tot Milaan.' Trots: 'Overal ter wereld handelen onze jongens en meisjes hetzelfde. Dat heb ik ze geleerd.

'Haal ik allerlei mensen binnen uit andere bedrijfsculturen, kost het enorm veel om ze in mijn straatje te krijgen. Bij een overname loopt wel 40 procent weg.'

- U pleit tegen overnames?

'Wel tegen overnemen om het overnemen. Je moet alleen overnemen als je eigen mensen klaar hebt staan die de nieuwe partij kunnen doordrenken van je cultuur. In 1982 kochten we Tempo-Team. Er stond een groep mensen klaar die daar zo konden beginnen. Strategix was vier keer groter dan onze toenmalige Amerikaanse activiteiten. Zoiets is alleen te behappen als je weet ik hoeveel eigen managers overplant. Heb je die niet, dan moet je niet kopen.

'Je zag het bij Getronics. Dat kon Wang niet aan. Maar de paradox is: hadden ze Wang niet gekocht, dan waren ze al die grote opdrachten misgelopen. Het alternatief is dus zo groot blijven als Geveke, een keurig lokaal fonds. Dát is het dilemma.'

- Dan liever Geveke?

'Dan liever Geveke. Liever dan roemloos ten onder gaan.'

- Wie niet overnam, was dom.

'Steevast kreeg ik het verwijt: u bent overliquide, u heeft te veel geld in kas. Dan was mijn antwoord: aan overliquiditeit is nog nooit een bedrijf failliet gegaan.'

- Uw opvolger gooide uw filosofie overboord. Kennelijk staat of valt zelfs zoiets wezenlijks als bedrijfscultuur met een topman. Is dat geen wankele basis?

'Klopt, maar dat was een eenmalige uitglijder. Alles is weer goed gekomen. De cultuur is in stand gebleven. In de VS hebben we zelfs het systeem van bonussen afgeschaft. Natuurlijk stapten er mensen op. Maar later werd het omgekeerd snobisme: Meneer, wat denkt u wel, ik werk bij Randstad, ik werk niet op provisie!'

Tegen Ewald Kist van ING heeft hij eens gezegd: 'Ga je nu harder werken, met al je opties? Ik geloof er geen barst van.' Hij weet het zeker: 'De intellectueel van tegenwoordig laat zich geen worst meer voorhouden.'

Verontwaardigd: 'Je denkt toch niet dat Cees van der Hoeven nu zit te wachten op z'n optiewinst? Welnee. Die man zit in zak en as, en denkt: was dit maar niet gebeurd. Dat geldt voor al die mannen. Ze zijn er allemaal ingestonken omdat de maatschappij hen dwingt zo te handelen.'

- Verandert het ondernemerschap door de schandalen?

'Ten goede! We raken het idee kwijt dat je een fantastisch ondernemer bent als je maar bedrijven koopt, als een soort voddenboer. Goede bestuurders dansen niet in de spotlights, zodat ik de neiging krijg te zeggen: Meneer doe uw werk en stel u niet zo aan. Of ga bij Veronica werken.'

De opvatting dat een topman een maximale houdbaarheidstermijn heeft, deelt Goldschmeding niet. Zelf stond hij 38 jaar aan de top. Dat kán. 'Mits je bij de basis blijft.' De oude Ab Heijn, weet Goldschmeding, liep geregeld een Albert Heijn binnen. 'En toen Freddy Heineken een keer met zijn bootje in Zuid-Frankrijk lag, zag hij een Heineken-reclame die niet groen was. Ik verzeker u, diezelfde middag was het aangepast.'

Zelf loopt hij af en toe een vestiging van Randstad binnen. Om zich in te schrijven als werkzoekende lasser, bijvoorbeeld. Het lukt nooit. 'Altijd loopt net toevallig de manager binnen, die zegt: ''Dág meneer Goldschmeding!'''

Meer over