CD Recensies

GIJSBERT KAMER en TON MAAS EN SASJA KOOISTRA

Pop: Feist ****

Metals

Polydor/Universal

De Canadese Leslie Feist heeft er de tijd voor genomen. Vierenhalf jaar zijn er verstreken sinds The Reminder, de plaat waarmee ze vooral dankzij het onwaarschijnlijk pakkende 1234 internationaal zou doorbreken. Zeer nadrukkelijk heeft ze niet op dat succes willen voortborduren, op Metals staan geen liedjes die als 1234 zo kindvriendelijk zijn dat ze in Sesamstraat een tweede leven kunnen krijgen.

Metals is minder toegankelijk dan Feists eerdere platen, maar de composities dwingen des te meer bewondering af. De arrangementen zijn spannend. Kleine liedjes als How Come You Never Go There worden prachtig aangekleed. Opvallend zijn bijvoorbeeld de blazersarrangementen van Colin Stetson, die de composities net dat beetje extra kleur geven. Feist zelf is het best op dreef als ze haar stem zo naturel mogelijk laat klinken, en de soms tot op het randje van bombast aanzwellende orkestrale arrangementen niet de baas wil zijn.

Een keer, in A Commotion gaat het mis. Dan klinkt ze gemanierd, en is het mannenkoor bijna potsierlijk. Maar los daarvan is Metals behoorlijk imponerend.

Pop: Ryan Adams ****

Ashes & Fire

Pax Americana/Sony

Ook Ryan Adams heeft baat gehad bij een radiostilte. Zijn productie was tussen 2000 en 2008 kwantitatief imposant te noemen, met soms meerdere albums per jaar. Maar de belofte van zijn eerste twee platen heeft de Amerikaanse singer/songwriter nooit meer ingelost. Op Heartbreaker (2000) en Gold (2001) klonk Adams het meest oprecht. Terwijl je bij zijn latere werk vaak het idee had dat hij bij het zingen van een liedje zijn gedachten al weer bij een volgend nummer had. Op ieder album leek Adams te willen bewijzen dat hij van uitbundige rock 'n roll tot intieme liefdesliedjes het hele Americana pallet machtig was.

Die gejaagdheid ontbreekt op het los van het stevige titelnummer prachtig ingetogen Ashes & Fire volledig. Adams lijkt eindelijk de rust gevonden te hebben voor een stel liefdesliedjes die hij ook nog eens beter zingt dan ooit. Heel teder en kwetsbaar, met een melancholieke ondertoon om lekker in weg te zwelgen. Neil Young, Gram Parsons en de jonge Tom Waits zijn hier de referenties, maar net als op zijn debuut ontsnapt hij aan epigonisme. GK

Pop: The Stepkids ***

The Stepkids

Stones Throw/V2

Een aangename verrassing, dit albumdebuut van de Amerikaanse Stepkids op het in zwarte muziek voor fijnproevers excellererende Stones Throw. Het trio heeft goed geluisterd naar de psychedelische soul en funk zoals die in de vroege jaren zeventig door Sly Stone, Funkadelic en de Rotary Connection werd gespeeld.

Zompige toetsenpartijen, maffe koortjes en altijd een stevige funky ondertoon in liedjes die allemaal in elkaar over vloeien. Trek je de nummers los uit de context, dan blijkt er meestal niet zo veel aan de hand; The Stepkids werkt vooral als album in zijn geheel. Maar nummers als La La en vooral het sterke popliedje Legend On My Own Mind bewijzen dat The Stepkids meer kunnen dan met veel jolijt de muziek van hun voorvaderen naar zich toetrekken. GK

Dance: Apparat ****

The Devil's Walk

Mute/Pias

Op zijn vorige plaat Walls (2007) smeedde Sascha Ring, de man achter Apparat, zijn avontuurlijke techno al met popinvloeden tot gevoelige liedjes. Op zijn nieuwste zet de Duitse producer gedurfd een stap voorwaarts door de avontuurlijke beats en zoemende effecten nog verder naar de achtergrond te schuiven. Apparat laat niet een heel nieuw geluid horen, maar licht het rustige, dromerige deel knap uit zijn producties en drijft zo verder af van de dansvloer.

Ingetogen en weemoedig zijn de kernwoorden van The Devil's Walk. Gelaagde, haast plechtige nummers met een sterke, zorgvuldige opbouw leunden op shoegaze-, indie- en folkinvloeden en met een hang naar bombast (minpuntje) en emotie. Deze bedachtzame Apparat past in een categorie producers als James Blake, die sterk leunt op elektronica, maar desondanks dance maakt voor het hoofd en niet voor de voeten. Wie hoopt op een tweede Walls doet er goed aan de knop om te zetten, want eenmaal in de juiste vibe valt er veel te genieten van het betoverende The Devil's Walk.

Wereld: Nikitov ****

Anno 1999

Eigen beheer/nikitov.com

Tijdens haar recente theatertour bewees zangeres Niki Jacobs haar muzikale blikveld te hebben verbreed tot ver buiten de jiddische traditie. De cd Anno 1999, waarmee ze haar twaalfenhalfjarig jubileum als artiest viert, is een neerslag van dat programma.

Opnieuw valt op hoe sterk de arrangementen zijn die ze schreef voor haar ensemble, waarin altviool, cello en trompet een belangrijke rol spelen. Naast een aantal fraaie eigen composities, veelal met Engelse liedtekst, zet Jacobs een ijzersterke coverversie neer van Wanda Jacksons Funnel of Love.

Ook voor een onvervalste country-tranentrekker als Jolene van Dolly Parton draait ze haar hand niet om. Waarschijnlijk omdat de emotionele lading van een live-uitvoering zich slecht zou laten vertalen naar de studiosetting, werd hier en daar een tweede zangstem en een instrumentale partij toegevoegd, maar echt nodig is het niet. Ook via de plaat weet Jacobs het gemoed met gemak te beroeren.

undefined

Meer over