Cavialeed

Daar zit ze, schijnbaar zielig in een hoekje. De blik in haar ogen weerspiegelt echter niet het gevoel van weemoedigheid....

Toen we haar een jaar geleden, onder druk van onze drie kinderen, gingen kopen in de dierenwinkel hebben we ons meteen laten ompraten tot de aanschaf van een split-level-hok met twaalf hoeken, doorkijkjes en alles waar het eerste het beste interieurblad de cover mee inkleedt.

Thuisgekomen kreeg het Guinees biggetje een vaste plaats in de serre. Ook figuurlijk eiste het direct haar plaatsje op. Dat bleek toen het voorstel van de kinderen voor een heuse cavia-gezinsuitbreiding, door ons als leuk idee werd bevestigd. Wij realiseerden ons niet dat de kinderen dit nog lang als toezegging zouden interpreteren en nadragen.

Toen vrienden van ons dezelfde zwakke weg waren gegaan en in het bezit waren van een mannelijke versie moest het er maar een keer van komen.

Het geplande ritueel werd goed voorbereid. Onze Hannelore (naar oma van de buren) zou het derde weekend van september bezoek krijgen van Kees-Jan. Het conceptie-weekend werd door de kinderen ingeleid met een plechtigheid. Meteen nadat Kees-Jan bij ons te gast was werden beide hokken met groenten versierd en kregen Hannelore en Kees-Jan een stuk van de zelfbereide quiche (overdadig gegarneerd met bospeentjes).

Zaterdagochtend zouden Hannelore en Kees-Jan ook fysiek met elkaar kunnen kennismaken. Geheel volgens plan. Die nacht hadden onze honden kans gezien de serre te betreden om te constateren dat de hun vertrouwde Hannelore bezoek had van een soortgenoot. De reuk van Kees-Jan had ze al doen vermoeden dat een vreemd levend wezen hun territorium was binnengedrongen.

Terwijl ze het nieuwe hok naderden werd hun vermoeden door de steeds sterker wordende caviageur bevestigd. Onderzoek en verbolgenheid moet hen ertoe gebracht hebben het hok met hun snuit door de serre te slingeren. Zo luidt nog steeds onze verklaring van wat wij 's morgens tot onze verbijstering aantroffen. Spel of agressie, wie het weet mag het zeggen, maar voor Kees-Jan kwamen wij in ieder geval te laat. Hij had het leven gelaten. Het geweld had zijn hart doen stilstaan. Hem was niet eens de eer gegund te sterven tijdens de daad waarvoor hij bij ons te gast was.

Twee dagen hebben we onze vrienden niet durven bellen. Totdat op maandagmiddag de post ons een kaartje bracht van Kees-Jan zijn achtjarig baasje. Dat hij hem miste en of we goed voor hem wilde zorgden. . .

Bij het oprakelen van deze geschiedenis heeft de lach het inmiddels gewonnen van het verdriet. Hannelore is nog steeds kinderloos.

Floris de Bok, Maastricht

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 138.

Meer over