Categorie Lindbergh

Het wordt bellen. Bellen met Steve Fossett, gewoon op een doordeweekse donderdagmiddag onze tijd, als hier de avond valt en bij hem de ochtend net een beetje onderweg is....

Tekst Martijn van Calmthout ; Foto Guus Dubbelman

Bellen, omdat het een van de schaarse dagen is dat de avonturier gewoon achter een bureau zit, in Chicago, op het kantoor van waaruit de van zijn miljoenen rentenierende optiehandelaar zijn spectaculaire jongensdromen regelt. En omdat hij het pertinente onzin vindt, een verslaggever die voor een gesprekje van een halfuur de wereld overvliegt, en dan trouwens maar moet afwachten of hij hem op de afgesproken plek treft.

Hij is er, zegt Fossett in dat typische wat tastende, dromerige Amerikaans, pakweg tien dagen per heel jaar, in deze kantoorsuite van hem, 401 South Lasalle Street, Chicago. 'Wanneer is mij ook nooit helemaal duidelijk. Ik ben waar ik dat nodig vind.'

Het is een dag nadat zijn Europese pr-man na lang aandringen heeft achterhaald waar zijn baas nu weer wenst uit te hangen. Een week nadat hij een nieuw zeilrecord rond Engeland en Ierland heeft gevestigd dat al zes jaar op zijn naam stond. Twee weken nadat hij, met een maatje, in Nieuw-Zeeland een duurrecordvlucht in een zweefvliegtuig maakte.

Eén dag ook voor hij even een weekendje naar huis wil, in Carmel, Californië, een oogverblindende kustlocatie onder Los Angeles waar hij vooral in voor- en najaar graag is, als de oceaan op haar mooist is en het weer prettig mild. Naar zijn vrouw Peggy, met wie hij deze maand al 35 jaar getrouwd is. Ondanks zijn avonturisme, of dankzij.

En een dikke week voor hij weer naar Wellington, Nieuw-Zeeland, vertrekt voor opnieuw een zweefvliegklus. Het gaat om een hoogterecord dit keer, het bereiken van de stratosfeer op zo'n 22 kilometer. Hij doet het met hetzelfde maatje. Boven alles is Fossett een man van onverstoorbare kalmte. En toch, hij kan hoorbaar niet wachten.

Steve is geen prater, was de waarschuwing geweest. Meer iemand van een afgemeten ja en een afgemeten nee. Van gegnuif en een wat radeloze glimlach waarmee hij naar camera's en publiek zwaait in de zichtbare hoop dat het snel weer voorbij zal zijn. Praat zelf niet te veel, was het advies. En wees direct.

Maar als hij met een laconiek 'Hello?' eenmaal heeft opgenomen, begint de adrenaline onwillekeurig te gieren. Hier, melden bloeddruk en hartslag van de verslaggever, spreekt een hedendaagse legende. Categorie Charles Lindbergh. Een man die ánderen spreken, hooguit.

Zes jaar lang was Fossett op enig moment in het jaar wel weer een reeks berichten in de krant geweest, was hij een stipje op een computerscherm dat zich traag over een wereldbol worstelde, een zwaaiende figuur in een donsjack op Amerikaanse televisiebeelden van weer een opstijgende zilveren reuzenballon. Gehavend na een crash in Argentinië. Doorweekt na een val van negenduizend meter in de kolkende koraalzee voor de noordoostkust van Australië.

Zes jaar, zes pogingen om als eerste in een luchtballon om de wereld te vliegen. Als eerste solovlieger, toen Piccard en Jones dat maart 1999 getweeën al wel lukte.

Op 2 juli 2002, na dertien dagen twaalf uur en zestien minuten in de lucht, landde Fossett in South Queensland, Australië, waar hij op 19 juni met zijn ballon was opgestegen.

Landen is een groot woord. Hij kreeg zijn 42 meter hoge zilverkleurige Spirit of Freedom niet van de capsule los. Gemangeld, bloedend aan een mondhoek en duizelend van twee weken slaapgebrek stond hij uiteindelijk drie mijl verderop de eerste pers te woord. Te midden van verbaasde koeienjongens.

Grijnzend, dat wel. I made it, dat was alles wat er door zijn hoofd bonsde. Finally.

Een halfjaar na zijn historische rondvlucht klinkt Fossett nog steeds opgetogen. 'Ik heb sindsdien een glimlach op mijn gezicht die er waarschijnlijk nooit meer af gaat', zegt hij. En er is meer. Net vanochtend was er post. Een pakje uit Parijs. Met een zijden sjaal van een beroemd en exculsief Frans accessoiremerk. Met afbeeldingen van de gebroeders Montgolfier, de uitvinders van de ballonvaart. In de nieuwe collectie staat hij tussen Lindbergh en de gebroeders Wright.

'Daarmee is het ballonverhaal eigenlijk rond', vertelt Fossett. 'In 1995 was ik in Frankrijk voor de voorbereidingen van de 24 uur van Le Mans, het jaar erop. Ik liep hun winkel binnen, kocht er The greatest aviators of all time en voelde een enorm plan in me opkomen. Ik wist het opeens zeker, ik moet ook op die sjaal.'

Het waren de jaren waarin een team van hotelmagnaat Barron Hilton probeerde een wereldreis met een ballon te maken, en de Nederlander Henk Brink hetzelfde wilde. Fossett was al jaren actief in het lange-afstandvliegen met ballonnen.

Op 8 januari 1996 kon niemand heen om de reusachtige zilveren ballon waarmee hij uit het Stratobowl-stadion in South Dakota opsteeg, vastberaden om de wereld rond te vliegen. Drie dagen later en drieduizend kilometer verder maakt hij een noodlanding in Canada, bevangen door kou en met defecte branders. Waarna hij opkrabbelde, en opnieuw begon. In 1997, tot India. In januari 1998, tot in Rusland. Een halfjaar later, vanuit Argentinië, tot in de Stille Zuidzee. En in 2001, vanuit Brazilië, volgde weer een noodlanding.

Twaalf jaar geleden, in 1990, besloot de succesvolle beursmagnaat Fossett dat hij, 46 jaar oud, genoeg had gewerkt. Het was tijd om iets met zijn miljoenen te gaan doen. Geen midlife crisis, bezweert Fossett: 'Ik lees weleens dat ik als kalend miljonairtje met een buik opeens zonodig mijn leven moest gaan wagen. Dat ik daarvoor nooit iets sportiefs had gedaan. Maar dat is onzin. Ik heb mijn hele leven bergen beklommen, trektochten gemaakt, gezwommen, gevlogen, geskied.

'Alleen teamsporten doen me niks, ik houd vooral van de outdoors en van uitdagingen aan mezelf. Het is bij de boy scouts begonnen, op mijn elfde in Chicago. Het is eigenlijk nooit opgehouden.'

Ondernemingen, endeavours, noemt Fossett de in potentie halsbrekende avonturen die hij sindsdien voor zichzelf verzon - een ander woord is er niet voor. Als een ondernemer in avontuur, zo ziet hij zichzelf het liefst, zakelijk risico's afwegend, strategieën bedenkend om de beste te zijn. En vooral: de eerste. 'Records, ergens de allereerste in zijn, dat is mijn business. Het is precies als met berg beklimmen: ben je de eerste mens die op de top staat of niet? Kun je aan wat je je in je hoofd hebt gezet, dat is het eerste. En kun je iets wat niemand anders kan?

'De opgaves die ik mezelf stel, zie ik als kansen om geschiedenis te schrijven. Er is niets zo lekker als te weten dat wat jij doet nog niet eerder is gedaan. Het gevoel van prestatie blijft iets geweldigs. Het is iets overweldigends, groter dan jijzelf. En hoe mooi het daarboven in je ballon ook is, slagen is overweldigender dan alles wat je van boven ooit zult zien.

'Waar ik altijd de pest aan heb gehad, is competitie. Wedstrijden zijn onzin. Wat heb ik eraan dat ik vandaag iets sneller kan dan jij? Wat zegt dat? Wie onthoudt dat? Een wedstrijd kun je elke week houden, een all time first kun je maar één keer neerzetten.'

- Waarom zou je?

'Omdat je hart het zegt. Omdat je leven je in staat heeft gesteld dit soort dingen te doen. Ik moet, ik kan niet anders.'

- Niet gewoon bang om te verliezen?

'Welnee, ik verlies voortdurend. Maar liefst van mezelf, in de wetenschap dat ik alles heb geprobeerd om iets te bereiken. Vergeet niet, ik ben geen atleet, nooit geweest ook. Ik heb wel triatlons gedaan en het Kanaal overgezwommen, maar ik moet het hebben van voorbereiding en van incasseringsvermogen. Ik heb gewoon een buikje net als iedereen van mijn leeftijd en ik hou helemaal niet van gevaar.

'Wat mij interesseert zijn de prestaties waarbij organisatie en optimaal materiaal essentieel zijn. Daar ben ik goed in. Dingen als zeilen, ballonvaren, zweefvliegen, sleehondenraces, dat zijn echt mijn sporten. Je zorgt voor de beste spullen, zoekt het best denkbare team van technici en meteorologen. En dan ga je.'

- U bent toch niet bepaald bang uitgevallen.

'Ik doe gevaarlijke dingen, maar dat zal onvermijdelijk zijn bij het type historische prestatie dat ik wil neerzetten. Je moet niet bang in elkaar zitten. Maar ik hou niet van gevaar. Ik zal nooit dingen doen puur om de kick van het schrikken. Bungee jumping of de achtbaan zijn aan mij niet besteed.'

- Geen verborgen doodswens?

'Integendeel, ik wil niet sterven. Ik ga niet de deur uit met het idee dat ik niet meer terugkom. De hele voorbereiding is hierop gericht: prestaties neerzetten en overleven als het misgaat.'

- Vliegen in een capsule zonder druksysteem, in snijdende kou, ijle lucht, zonder echt te slapen, met voortdurend het risico te pletter te vallen of te verdrinken, volkomen eenzaamheid. Is het dan zelfkastijding?

'Het enige wat echt telt, is het doel: iets doen wat nog niemand heeft volbracht. De rest is noodzakelijk ongemak. Behoorlijk slapen kan gewoon niet. En dat de capsule Spartaans is ingericht, wat op het eerste gezicht natuurlijk sportief oogt, heeft een heel eenvoudige reden: luxe kost geld. We hebben de uitrusting versoberd tot op een niveau waarvan ik wist dat ik het nog aankon.

'Vergeet niet dat ik mijn ondernemingen helemaal zelf financier. Ik heb geen sponsors, wil geen sponsors. Ik heb alles zelf in de hand. Tot de publiciteit aan toe. Mensen denken dat ik een wat norse kerel ben die niks van het publiek moet hebben. De reden dat ik zo weinig optreed, is dat ik het zakelijk niet nodig heb.'

- Anders dan Richard Branson van vlieg- en platenfirma Virgin. Of Piccard en Jones van horlogefabriek Breitling?

'Het zijn goede vrienden van me. Met Richard heb ik nog geprobeerd uit Marokko weg te komen; we zijn uiteindelijk bij Hawaii in zee gestort. Maar ik benijd mijn collega's niet. Ik heb aan mezelf als opdrachtgever genoeg.'

- In 1998, na de crash in zee bij Australië, hebt u gezworen te stoppen. Waarom bent u toch weer opnieuw begonnen?

'Het is het enige moment in mijn hele leven geweest dat ik echt dacht dat ik zou doodgaan. Ik werd met mijn opblaasvlot door een passerend zeiljacht uit een ijskoude zee vol haaien gevist. Ik hield meteen een persconferentie waar ik zei: nooit meer. Als je eenmaal thuis bent, ga je daar pas serieus over nadenken.'

- Wordt afscheid nemen van huis na al die jaren gemakkelijker?

'Ik haat het, nog steeds. Mijn vrouw Peggy weet dat ik dat avontuurlijke leven nodig heb om te zijn wie ik echt ben. Daar hebben we mee leren leven. Ze weet dat ik me zo perfect mogelijk voorbereid. Maar ik ga niet graag weg.'

- U lijkt me anders wel een solist.

'Jawel, ik kan enorm genieten van alleen zijn. Er is niks mooiers dan in je eentje te zweven hoog boven het landschap van Azië, waarin bergen oprijzen en rivieren glinsteren, wetend met welke enorme snelheid je eigenlijk overvliegt. Op naar de Pacific.

'Maar er moet een team zijn waarop ik kan terugvallen. Ik ben ooit tijdens een solo-zeilrace acht dagen lang alle radiocontact en navigatie kwijtgeraakt. Zoiets wens je niemand toe, dan word je gek.

'In mijn ballon had ik voortdurend e-mail van en naar mijn meteorologen. Als het nodig was, had ik zelfs satelliettelefoon.'

Wat hij zal missen is de majestueuze rust, twaalf kilometer boven de aarde, met alleen het geluid van de branders onder de ballon en verder hooguit een beeldscherm met enkele via de satelliet doorgestraalde e-mails van de vluchtleiding. Uren, dagen heeft hij naar beneden zitten staren. Apparatuur gerepareerd. Propaanflessen verwisseld. En geslapen, in gestolen kwartiertjes.

- Hoe moeten moeten we ons voorstellen dat Steve Fossett oud wordt?

'Dat zal heel geleidelijk gaan. Dingen die ik als dertiger deed, kunnen nu niet meer. Maar ik blijf altijd zoeken naar terreinen waar ik met mijn aanpak prestaties kan neerzetten.'

- En als records niet meer lukken?

'Ik weet wat het is om te mislukken en opnieuw te beginnen. Je weet nooit of je volgende poging succes heeft. Het voordeel van zweefvliegen is dat je het tot op hoge leeftijd kunt volhouden. En het vliegen, geruisloos en majestueus, is altijd prachtig.'

- En ballonvaren?

Fossett zwijgt, er hangt iets in de lucht. We wachten beiden, in Chicago, in Amsterdam. 'Dat is volbracht, het record staat. Voor mij geen long distance ballooning meer', zegt hij dan, op een toon alsof dat vanzelf spreekt.

'Het is een hard gevecht geweest, ik ben een paar keer bijna dood geweest, half bevroren en benauwd van het zuurstofgebrek, oververmoeid. Het heeft allemaal geloond, maar dan is het ook af. Hooguit vlieg ik op mooie zomeravonden met vrienden nog een stukje in een kleine heteluchtballon. Zonsondergang. Picknick in the sky. Champagne. Heerlijk. Als ik de tijd vind, tenminste. Ik moet nog verder.'

Meer over