Castreren homo's en pedo's stopte in 1968

Psychiaters, politici, juristen en medici, zij allen vonden castratie een zegen voor de mensheid. Tot diep in de jaren zestig. 'Men meende met castratie een groot probleem uit de wereld te helpen', zegt historicus Theo van der Meer. 'Het werd heel gewoon gevonden', beaamt collega-historicus Marnix Koolhaas.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER LIDY NICOLASEN

AMSTERDAM - Afgelopen weekend werd via NRC Handelsblad bekend dat in 1956 een homoseksuele jongen werd gecastreerd, nadat hij in een katholiek internaat door broeders was misbruikt. Seksuele afwijkingen waren vanaf de jaren dertig reden voor castratie. Onder invloed van de discussie over rasverbetering heerste ook de opvatting dat mensen van 'inferieure kwaliteit' zich niet moesten voortplanten. Misdadigers waren inferieur en dat gold bij uitstek voor zedendelinquenten.

De ziekte van zedendelinquenten zat in hun testikels, zo was in 1935 op een congres vastgesteld. De vanwege zedendelicten opgepakte tbs'ers kregen vanaf dat moment de keuze: langer zitten of castratie. Er zijn tot aan 1968 ten minste 400 mannen gecastreerd. Voor 40 procent homo's, werd gezegd. Een groot deel bleek recidivist voor seks met jongens en meisjes onder de 16 jaar. Er was geen onderscheid tussen homo en pedo.

Pastoor

Er was nog een groep: jongens en mannen die de pastoor naar de psychiater stuurde om hun homoseksualiteit. Velen kwamen bij psychiater Aimé Wijffels, die in 1954 promoveerde op castraties en vanuit Heiloo naam verwierf als nationale 'castreur'. Hij noemde ooit een aantal van 35 dat werd gecastreerd. Het moeten er meer zijn geweest. Elk getal is een slag in de lucht, zegt Van der Meer. Het zijn er wel 1.000 zijn, schat Koolhaas. De nog minderjarige jongen in Harreveld, hoorde bij deze groep.

In de jaren vijftig ontstond een kentering. Psychiater Willem Pompe van de Pompekliniek in Nijmegen eiste onderzoek naar de vrijwilligheid. De psychotherapie deed zijn intrede en de grote fysieke gevolgen van castratie kwamen langzaam aan het licht.

Van der Meer: 'Het was een grote knoeiboel. Er was te weinig kennis van het menselijk lichaam en dat wist iedereen. Patiënten werd niks verteld, alleen dat ze geen kinderen meer konden verwekken. Het effect van castratie is een donderslag bij heldere hemel. Het legt onmiddellijk de productie van testosteron stil, maar ook de bijnieren maken testosteron aan. Als een castraat een bevredigende relatie met een vrouw kreeg, noemde iedereen de operatie 100 procent geslaagd. Maar als een homoseksueel hetzelfde met een man lukte, was de operatie mislukt.'

Voor de VPRO-radio bezocht Koolhaas castreur Wijffels voordat hij in 1991 overleed. 'Hij vertelde dat de biechtvader de jongens stuurde. Hij sprak met ze over sterilisatie, en bedoelde castratie. Hij praatte het goed, vanuit zijn katholieke opvatting vond hij de ingreep gerechtvaardigd.'

In 1968 werd de laatste castratie uitgevoerd. 'Het hield langzaam op, zonder evaluatie', zegt Van der Meer.

undefined

Meer over