interviewburgemeester paul depla

Carnaval in de zomer, lange vakanties in de winter, want we zijn voorlopig nog niet verlost van corona

Paul Depla, burgemeester van Breda: doe mij maar carnaval in de zomer. 
 Beeld Jiri Büller
Paul Depla, burgemeester van Breda: doe mij maar carnaval in de zomer.Beeld Jiri Büller

Paul Depla ziet dat steeds meer mensen in hun schulp kruipen, moedeloos geworden van de moeilijk te bestrijden coronapandemie. Het is hoog tijd, vindt de burgemeester van Breda, om burgers perspectief te bieden op de lange termijn, bijvoorbeeld door andere schoolvakanties en voetbalcompetities in de zomer.

Robert van de Griend

Paul Depla, burgemeester van Breda, bracht onlangs een bezoek aan één van de tientallen carnavalsverenigingen in zijn stad. Daar opperde hij een idee: wat nu als we carnaval voortaan in de zomer vieren, aangezien de kans op een nieuwe golf van coronabesmettingen in dat seizoen kleiner is? Zou hij in voorgaande jaren ook maar een vinger naar het volksfeest hebben uitgestoken, dan was Depla waarschijnlijk met rieken en staken de provinciegrens overgejaagd. Maar nu kreeg hij te horen: tja, waarom ook niet?

‘Dat zegt wel iets over hoe al die vrijwilligers van die vereniging zich voelen. De onzekerheid is groot. Moeten ze nu weer maandenlang aan een praalwagen gaan bouwen, zonder te weten of carnaval wel doorgaat? Hoe hou je dan de spirit erin? Kijk, ik ben zelf een Brabander in hart en nieren. Ik hecht ook aan onze tradities. Maar als je daar per se aan wilt vasthouden met als risico dat er door een nieuwe corona-piek helemaal niks te vieren valt, dan zeg ik: doe mij maar carnaval in de zomer.’

Het is maar één voorbeeldje van de transitie die Nederland zal moeten doormaken om weerbaarder te worden tegen de coronacrisis, zegt Depla. Als voorzitter van de Commissie Sociale Impact COVID-19 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), een samenwerkingsverband van gemeentebestuurders en wetenschappers, pleit hij voor een langetermijnstrategie om de samenleving, economie en zorg beter in staat te stellen om de klappen op te vangen van nieuwe besmettingsgolven. Een strategie waarbij wordt meebewogen met het ritme van het virus en afscheid wordt genomen van oude gewoonten en structuren, ook als dat pijn doet.

De nood daarvoor is hoog, zegt Depla. ‘Er begint zich steeds meer een gevoel van moedeloosheid in de maatschappij te nestelen. Aan het begin van de crisis zagen we nog veel veerkracht bij burgers, bedrijven en organisaties. Er werden allerlei creatieve oplossingen bedacht om ontmoetingen en activiteiten mogelijk te maken en geld te kunnen blijven verdienen. Maar inmiddels lijkt de rek eruit. Mensen zijn murw geworden. Ze gaan niet eens meer demonstreren, maar trekken zich terug. Ik zie daarin misschien nog wel een groter probleem dan de groep relschoppers die zoveel aandacht krijgt in de media.’

Hoe verklaart u die moedeloosheid?

‘Het kabinet heeft lang de boodschap verspreid: er is een crisis en we gaan het fixen. Dat heeft ons hoop en optimisme gegeven. Bij elke nieuwe maatregel dachten we: even vervelend, maar daarna is het einde van de tunnel in zicht. Telkens bleek dat niet het geval. Mensen realiseren zich steeds meer dat de belofte dat we onszelf intelligent uit de crisis kunnen loodsen niet waargemaakt kan worden. Dat corona geen probleem is dat technisch kan worden weg gemanaged. Zelfs Hugo de Jonge geeft eindelijk te kennen dat het virus ons steeds voor verrassingen plaatst en zich niet planmatig laat verslaan. Daarom wordt het nu echt tijd om naast de verwoede pogingen om het virus te terug te dringen een strategie te ontwikkelen die mensen perspectief biedt.’

Waar denkt u zoal aan?

‘We zullen heel anders moeten nadenken over hoe we ons leven inrichten. Neem de schoolvakanties. De zomervakantie duurt nu zes weken en de kerstvakantie twee. Daarin zou je kunnen schuiven, wetende dat de kans op besmettingsgolven in de winter het grootst is. Als zich dan zo’n golf voordoet, kom je niet direct voor een dilemma te staan waarbij je de druk op de zorg moet afwegen tegen de educatieve effecten voor kinderen. Of neem de cafes en restaurants. Die zetten nu alle ballen op de feestmaand december. Moeten we niet met hen gaan nadenken over andere verdienmodellen? Zo zijn er talloze opties. Zouden we discotheken niet de gelegenheid moeten bieden om buiten feesten te organiseren, omdat anders de clubcultuur helemaal dreigt te verdwijnen? Zouden we niet meer mogelijkheden moeten creëren voor recreatie om de toename van binnenlandse vakanties op te vangen? En wat te denken van de voetbalcompetities? Kunnen die niet beter van maart tot oktober worden gespeeld?’

U bent zelf fervent PSV-supporter. Zou zo’n verandering u niet aan het hart gaan?

‘Natuurlijk zal het wennen zijn. Maar nu zijn de stadions leeg en zit ik thuis voetbal te kijken met dat vreselijke holle geluid op de achtergrond. Dan heb ik liever dat er in de zomer wordt doorgespeeld en dat ik tijdens mijn vakantie misschien een paar wedstrijden van PSV moet missen.’

Wie moet deze nieuwe strategie gaan ontwikkelen? Het kabinet?

‘Daar heeft dit kabinet mentaal niet de ruimte voor. Zij zijn te druk met de cijfers van vandaag, met het blussen van het brandende huis. Dan heb je geen tijd om na te denken over hoe het nieuwe huis eruit moeten komen te zien. Ik denk dat je op lokaal niveau beraden in het leven moet roepen waarin vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en beroepssectoren samen met bestuurders en wetenschappers plannen gaan smeden. Daarnaast lijkt het me verstandig als in het nieuwe kabinet de ministers van economie, onderwijs, cultuur en sport zich gaan bezighouden met een andere inrichting van hun werkveld, en daarbij de samenwerking zoeken met die lokale beraden.’

Vindt u dat het huidige kabinet bij de aanpak van de coronacrisis zijn oor meer te luister had moeten leggen bij de samenleving?

‘Ja. Aan het begin van de crisis luidde het credo: alleen samen krijgen we corona onder controle. Daarmee werd een gedeeld eigenaarschap van het probleem gecreëerd. De hele samenleving was verantwoordelijk voor de oplossing en diverse sectoren werden betrokken bij plannen om het land veilig te houden. Inmiddels wordt het meer en meer: alleen de overheid krijgt corona eronder.

‘Het kabinet heeft de aanpak van de crisis heel erg naar zich toegetrokken. Dat is ook wat je als bestuurder leert bij crisistrainingen: centraliseren, hiërarchie aanbrengen. Ik heb zelf veel van die trainingen gevolgd. Het gevaar is wel dat er kokervisie kan ontstaan. Ik denk dat het kabinet zich meer open zou moeten stellen voor nieuwe inzichten en andere perspectieven. Deel de verantwoordelijkheid. Dat gebeurt te weinig.

‘Kijk bijvoorbeeld naar de persconferenties van Mark Rutte en Hugo de Jonge. Alle respect voor wat ze doen, want je zult er maar voor staan. Maar die persconferenties beginnen zo langzamerhand te irriteren. Ze zijn heel klassiek van opzet: Rutte en De Jonge duiden even de wereld en kondigen vervolgens nieuwe maatregelen af. Die zijn op zichzelf best zinnig, maar voor ideeën uit het land lijkt nauwelijks ruimte meer. Daar wordt de bevolking apathisch van. Mensen gaan denken: corona is niet meer mijn probleem, maar dat van de overheid. Waarom laat je zo’n persconferentie niet beginnen met iemand uit de samenleving, een ondernemer of een zorgmedewerker, die vertelt waar hij of zij tegenaan loopt? Dan kun je vervolgens het dilemma of tafel leggen: hoe komen we hier gezamenlijk uit?’

Het gesprek met Paul Depla (56) vindt plaats in een café in Nijmegen, de stad waar hij tien jaar lang wethouder was namens de PvdA voordat hij in 2010 burgemeester van Heerlen werd en vijf jaar later de overstap maakte naar Breda. Depla moest vandaag in Nijmegen zijn voor de opname van een podcast, maar dat was niet de enige reden waarom hij hier wilde afspreken. Want als hij iets zou moeten noemen wat de coronastrategie die hij voor ogen heeft verbeeldt, dan komt hij al snel uit bij het meest ingrijpende project waar hij als wethouder bij betrokken was: de dijkteruglegging bij de Nijmeegse wijk Lent. Om de klimaatverandering en de daarmee gepaarde risico’s op overstromingen het hoofd te bieden, besloot de regering in 2007 dat de oevers van de Waal moesten worden verbreed. Depla: ‘Daar was veel verzet tegen omdat de oude structuur van Lent ervoor moest wijken en er huizen voor moesten worden gesloopt. Maar uiteindelijk is er een resultaat bereikt waar iedereen blij van is geworden, ook de bewoners van Lent. Het gebied is nu beter bestand tegen hoogwater en door alle strandjes die door de dijkteruglegging zijn ontstaan, is het nu heel aantrekkelijk geworden voor recreatie en toerisme.’

De onderliggende gedachte van die aanpak was: klimaatverandering is onvermijdelijk. De premisse van uw pleidooi is: corona zal nog heel lang bij ons blijven.

‘Ja, ik heb diverse epidemiologen en virologen gesproken die daarvan overtuigd zijn. Het virus zal mutaties krijgen en doordat grote delen van de wereld nog niet gevaccineerd zijn, zal het voortdurend onze kant op blijven komen. We kunnen dus wel hopen dat deze crisis snel voorbij is, maar dat is niet zo.’

Mark Rutte en Hugo de Jonge hebben dit nooit zo duidelijk gesteld tijdens hun persconferenties. Waarom niet, denkt u?

‘Als bestuurder leer je dat je in tijden van crisis een toekomstperspectief moet schetsen. Dat je mensen alleen kunt overtuigen van nieuwe maatregelen als je erbij zegt: we moeten even door de zure appel heen bijten, maar daarna komt het goed. Het is niet voor niets dat het kabinet de term ‘intelligente lockdown’ hanteerde. Daar sprak het idee uit dat we heel slim bezig waren. Dat optimisme hadden we in het begin ook nodig, denk ik. Je moet het vergelijken met George Bush, die na de aanslagen van 11 september zei: We will never surrender. Dat is wat je op zo’n moment moet uitstralen als bestuurder. Je zegt dan niet: Al Qaida is here to stay.’

Maar de coronacrisis is nu bijna twee jaar aan de gang.

‘Ja, en als je nu niet het eerlijke verhaal gaat vertellen, dan kan het gebeuren dat straks niemand meer naar de overheid wil luisteren. Omdat mensen gaan denken: die bonus die zou moeten volgen op de offers die we nu brengen, die krijgen we helemaal niet.’

De langetermijnstrategie die u voorstaat zal alleen slagen als veel Nederlanders bereid zijn de bakens te verzetten. Wat als dat niet het geval blijkt?

‘Dan dreigt er overal leegloop zodra er opnieuw beperkende maatregelen moeten worden ingevoerd. Vrijwilligers bij verenigingen haken af. Geluidstechnici in de culturele sector zoeken een andere baan. Jongeren stoppen met sporten, want waarom zou je lid blijven als er weer een streep gaat door de competitie? Hoe denk je al die mensen terug te krijgen als het land weer van het slot mag? Daarnaast is het de vraag: hoe diep zijn de zakken van Wopke nog? Tot nu toe zijn veel maatregelen financieel goed te dragen omdat het kabinet compenseert. Dan kun je best een keer met je voetbalcub in een leeg stadion spelen. Maar wat nu als de financiële buffers leeg raken? Wat is dan je terugvaloptie? Stel dat zo’n club failliet raakt, dan moet je ook niet raar opkijken als de moedeloosheid in het land omslaat in woede.’

Hoe denkt u met de lokale beraden die u wilt creëren mensen zover te krijgen dat ze hun gewoonten en structuren loslaten?

‘De vraag is: staan ze open voor alternatieven? Mooi, dan zullen we die faciliteren. Zo niet, dan is het hun eigen verantwoordelijkheid als corona roet in het eten gooit. Verder moet je eerlijk zijn over de alternatieven. Die moet je niet als ideaal presenteren, want dat zijn ze nu eenmaal niet. Tegelijkertijd moet je de dilemma’s duidelijk schetsen. Om het voorbeeld van carnaval weer aan te halen: accepteer je de second best-optie of accepteer je de onzekerheid? Ik denk dat veel mensen dan toch voor second best zullen kiezen.’

Dit vraagt wel iets van lokale bestuurders. Ze zullen impopulaire boodschappen moeten overbrengen.

‘Ik heb mijn pleidooi onlangs in hoofdlijnen uit de doeken gedaan binnen de Covid-klankbordgroep van de VNG, waar veel burgemeesters in zitten, en de reacties waren positief. Natuurlijk, zo’n aanpak vergt lef en er bestaat een kans dat je een tik op je neus krijgt. Maar als je daarvoor terugdeinst kunt je erop rekenen dat straks het virus de beslissingen voor je neemt.’

Als voortaan op lokaal niveau mag worden bepaald wat er voor nodig is om de crisis te kunnen doorstaan, kun je dan geen scheve ogen krijgen in andere delen van het land?

‘We moeten die ideeën natuurlijk wel delen met de veiligheidsregio’s, om te voorkomen dat gemeenten elkaar verrassen. Verder zie ik niet in waarom in heel Nederland dezelfde aanpak zou moeten worden gehanteerd terwijl de problemen overal anders zijn. Bij ons in Breda speelt nu bijvoorbeeld dat de cafés om vijf uur dicht moeten, terwijl de cafés in Antwerpen tot elf uur open mogen blijven. Antwerpen is voor ons dichterbij dan Groningen.’

Toen vorige maand door het kabinet werd besloten dat de horeca om acht uur ’s avonds dicht moest, stond u in Breda toe dat de cafés bij wijze van protest een uur langer open bleven. Het halve land viel over u heen.

‘Ik geloof dat we met elkaar moeten proberen de crisis beheersbaar te maken. Dan kun je niet zeggen: we doen het samen, maar je moet wel precies doen wat ik wil. Om duurzame coalities te kunnen smeden moet je soms ook ruimte geven aan het sentiment van anderen. Zie het als een ventiel waarmee je de druk van de ketel kunt halen. Zo heb ik het ook verdedigd in een brief aan minister Ferd Grapperhaus: gun die mensen nou even hun ventiel. Ik weet dat ik me daar niet populair mee maak, niet bij Ferd en niet bij andere ondernemers, maar ik denk wel dat dit de manier is.’

Voelt u zich vaak klem zitten tussen het kabinetsbelang en dat van de mensen in Breda?

‘Dat probleem speelt bij veel lokale bestuurders. De coronacrisis begint steeds meer een gezagscrisis te worden. Aan de ene kant moeten we als overheid eenheid uitstralen. Aan de andere kant worden er steeds meer vragen gesteld bij het beleid. De vraag is hoe we ons daar als lokale bestuurders toe willen verhouden. Als we te veel meegaan met de vragen, tasten we de eenheid van overheidshandelen aan. Als we de vragen negeren worden we langzaam maar zeker vooral een uitvoeringsorgaan van het rijk en verliezen we verbinding met stromingen in de samenleving.’

Op welk moment voelde u dit probleem het sterkst?

‘Toen we gedwongen werden de terrassen te sluiten om de drukte op straat te verminderen, met als gevolg dat de parken vol kwamen te liggen. Dat vond ik vanuit het idee van de virusbestrijding bijna niet uit te leggen. We werden ook nog geacht die parken met harde hand schoon te vegen, waardoor we als overheid en politie recht tegenover een groep jongeren kwamen te staan. Als ik dat probeerde uit te leggen aan Grapperhaus, dan kreeg ik te horen: regels zijn regels. Ja maar, Ferd, zei ik dan, regels moeten wel een doel dienen en kijk nou wat er in onze stad gebeurt! Theoretische modellen zijn natuurlijk mooi, maar kennis van de praktijk is ook wat waard en die zit toch vooral op lokaal niveau.’

null Beeld

Vraag aan de lezer
Nieuwe ­coronagolven ontwrichten keer op keer de ­samenleving. Wat kan er anders?

De Volkskrant onderzoekt deze vraag.

Daarbij kunnen we uw hulp gebruiken. Heeft u ideeën om gewoonten en gebruiken – bijvoorbeeld in de zorg, op het werk, in het onderwijs, in het nachtleven – anders te organiseren, zodat niet alles telkens platligt? Of kent u een inspirerend voorbeeld?

Meld u dan dit weekend aan voor het panel van Volkskrantabonnees, dan krijgt u maandag bericht:

openredactie@volkskrant.nl

Meer over