Cannes

In de warme zon las ik De dame met het hondje van Tsjechov. Dat is een verhaal dat ik ieder jaar wel eens lees....

Martin Bril

Het meest voorkomende hondje in Cannes is beslist de poedel. De dame aan de andere kant van de lijn is meestal op leeftijd, om niet te zeggen: oud. Er zijn twee varianten.

Allereerst is daar de chique versie. Dame keurig gekleed, meestal in bont, met zonnebril, lippenstift en nagellak, poedel ongeveer vergelijkbaar, zij het zonder zonnebril, lippenstift en nagellak. Wel vaak met een leuk Burberry-jasje aan en vers van de kapper. De andere versie is de treurige: de dame in kwestie ziet er al wat vergeetachtig en vereenzaamd uit, en haar hondje is haar laatste houvast. Beide dames zie je trouwens niet alleen met poedels, maar met allerlei honden – als ze maar klein zijn.

Het hondje speelt een belangrijke rol in het leven van de dame. Dat is in Cannes goed te zien, want Cannes is een stad waar het leven zich voor een groot gedeelte op straat afspeelt, een gevolg van het schitterende weer en de Franse volksaard, die nu eenmaal meer naar buiten dan naar binnen is gericht. Men wandelt dus veel in Cannes, men flaneert op en neer langs de Boulevard de la Croisette, men zit er op bankjes en maakt er een kletsje met andere dames die een hondje hebben. Zonder hondje kom je moeilijk tot zo’n praatje, en helemaal alleen flaneren, dat is niets voor een dame.

Er zijn ook jonge vrouwen met honden in Cannes, maar voor hen ligt het duidelijk anders. Voor hen is de hond geen troost, en ook geen excuus om weer buiten te komen, geen reden om langs de boulevard te wandelen, maar meer een soort accessoire, een verlengstuk van hun persoonlijkheid. Jonge vrouwen, vooral de blonde, neigen daarom eerder naar grote honden, van het exclusievere soort. Hier schiet mijn kennis van het dierenrijk tekort, maar je ziet in Cannes echt de vreemdste, mooiste, meest exotische honden lopen – met dus een mooie, jonge vrouw erbij, all decked out, in precies de juiste merken, zeg schoenen van Ferragamo, een jurk van Dolce & Gabbana, een jas van Lacroix, een tas van Givenchy.

Maar het mooiste zijn toch die oude dames, of ze nu met alle macht vasthouden aan hun schoonheid van vroeger, hun verval met waardigheid dragen, of de ouderdom als een ziekte over zich heen laten komen; zij hebben de hondjes die ertoe toen in Cannes: kwieke, elegant voortstappende, ijdele, arrogante, beschaafd kwispelende, nauwelijks keffende hondjes, langharig, kortharig, met een spitse snuit of een stompe snuit, met droeve ogen of juist heldere ogen – hondjes, kortom, die het leven tot een feest maken.

Oude dames met hondjes prikkelen op een vreemde manier de verbeelding. Een dame in een roze mantelpak met slordig daaroverheen een zwarte, lange bontjas met een zwarte tas aan een gouden schakelketting en een grote Chanel-zonnebril op de oude neus die haar witte poedel uitlaat (aan een rode riem) roept bij mij alleen maar vragen op: waar gaat ze heen, waar woont ze, wat heeft ze meegemaakt in haar leven, wanneer is haar man overleden en waaraan, wanneer is haar minnaar overleden, en mocht ze van diens vrouw bij de begrafenis aanwezig zijn, wie heeft ze gekend, bellen de kinderen weleens, heeft ze kleinkinderen, of is ze werkelijk zo eenzaam als ze eruitziet? Het zijn van die vragen die eigenlijk geen antwoord behoeven, want dan is er niets meer om over te fantaseren en verliezen de dames en de hondjes hun glans.

Meer over