Camera's? Peking lust er wel pap van

Na de vakantie viel het me opeens op: overal hangen tegenwoordig camera’s. Alleen al in ons brave Chinese middenklassewijkje aan de westkant van Shanghai zijn er de laatste maanden tientallen geïnstalleerd, op hoge palen, voor poorten, op kruispunten, bij toegangswegen....

Ga je naar de bakker, een kilometer verderop, dan registreren vijf camera’s de boodschap. Zouden ze het turven, de mannen en vrouwen met de petten ergens in een reusachtig groot, grijs monitorhoofdkwartier? Woensdag 11u23: een stokbrood. Donderdag 12u14: halfje donkerbruin met – nu even goed inzoomen – zonnepitten. Ongesneden.

Shanghai is geen uitzondering. Elke Chinese stad wordt tegenwoordig volgehangen met camera’s. Het begon met Peking in de aanloop naar de Olympische Spelen en sindsdien kunnen de autoriteiten er geen genoeg van krijgen.

Vooral ‘politiek gevoelige’ lokaties krijgen de volle laag. Steden als Lhasa in Tibet en Urumqi, de hoofdstad van de provincie Xinjiang in het verre westen van China. Daar smeulen etnische spanningen tussen de oorspronkelijke bevolking en het gestaag groeiende aantal Han-Chinezen.

Nu hangen er daar tienduizenden camera’s. De New York Times noteerde in Urumqi onlangs een voorlopig record: 39 video- en gewone camera’s, op het kruispunt van de Bevrijdingsweg met de Shanxistraat. Ze zitten ook in bussen, in taxi’s, voor winkelcentra, moskeeën, scholen, universiteiten, op pleinen, markten en bij tolpoorten van snelwegen. De boodschap is duidelijk: waar je ook gaat, Peking houdt je stevig in de gaten.

Zelfs op het platteland is het spiedend oog van de staat in opmars. In een Oeigoers dorp aan de rand van de Taklamakan-woestijn zag ik er vorige maand een pal voor de deur van de moskee staan, bovenop een nagelnieuwe, hoge paal.

Vorig jaar op de Tibetaanse hoogvlakte in het westen van Sichuan net zoiets: twee splinternieuwe camera’s, gericht op de binnenplaats van een in de bergen verscholen boeddhistisch klooster. Iemand vertelde dat de monniken toen de spionagespullen net geïnstalleerd waren in hun blote kont in beeld gingen staan – totdat ze van de politie te horen kregen dat ze opgepakt zouden worden als ze er niet mee ophielden.

Ach, kun je zeggen, in Europa hangen toch ook steeds meer camera’s in de openbare ruimte. Goed tegen de misdaad, toch?

In China beweren de autoriteiten graag hetzelfde. Maar waarom hangen ze dan bij al die moskeeën en kloosters? Big Brother is springlevend – en hij is verhuisd naar het Rijk van het Midden.

Het is in het belang van de sociale stabiliteit en de nationale veiligheid, heet het in Chinese regeringstaal. De schaarse dissidenten in dit land zijn er al aan gewend dat er een camera voor de deur hangt, zodat de staatsveiligheid kan vastleggen wanneer je de hond uitlaat en wie er zoal op de thee komt.

Vorig jaar meldden de staatsmedia dat er 2,75 miljoen van de digitale toezichthouders zijn geplaatst. En er komen er nog miljoenen bij. China geeft dit jaar bijna zestig miljard euro uit aan de binnenlandse veiligheid, een kwart meer dan twee jaar geleden. De uitgaven voor de politie en haar uitrusting – zoals al die camera’s – groeien daarmee geleidelijk toe naar wat Peking kwijt is aan het leger.

Wie de vijand is? Vroeger was het simpel: het imperialistische westen, de VS, Japan, India desnoods. Peking wordt echter steeds banger voor de macht van het eigen volk.

Hans Moleman

Meer over